AMAAI MIJN DARMEN

 

 

SAMENGEVAT:

EEN DOLKOMISCH STUK, DAT VEEL WEG HEEFT VAN EEN DEURENSPEL, MAAR ALLES SPEELT HET ZICH AF IN DEZELFDE KAMER... ONDER HET BED, IN DE KAST, OP HET TOILET...

 

GESCHREVEN IN 2004.

VOOR DE EERSTE MAAL MET SUCCES OPGEVOERD DOOR HET KAMERTONEEL ‘DE BEGIJN’

(12 VERTONINGEN nov/dec 2004).

 

KORTE INHOUD

 

Omdat JULIEN wegens overdreven snelheid zijn rijbewijs is kwijtgespeeld, is hij samen met zijn vrouw MONIQUE met de trein naar Oostende gereden, waar Monique, als vertegenwoor­digster van de '‘Vooruitziende vrouwen’, een congres moet bijwonen. De treinreis is echter in het honderd gelopen en van de zenuwen is dat op Monique haar darmen geslagen.

 

Ook FRANCINE, een collega van Monique, is voor het congres naar de badstad afgezakt. Waar Julien echter niet op had gerekend, is dat ook zij haar echtgenoot RAYMOND heeft meegebracht.

 

Julien heeft immers de voorbije dagen stiekem op een annonce van ANNICK gereageerd en hij hoopt dat, wanneer zijn vrouw in het casino aan het vergaderen is, hij de date van zijn leven zal meemaken.

 

Maar niet alleen RAYMOND, maar ook bloemenverkoper ALFREDO en het kamermeisje VICKY zullen voor de nodige problemen zorgen.

 

PERSONAGES

 

4 dames / 4 heren

 

MONIQUE    huisvrouw

JULIEN        haar man

FRANCINE   huisvrouw

RAYMOND   haar man

ANNICK       de date van Julien

VICKY         kamermeisje

ALFREDO     bloemenverkoper

DAVY          dokter

 

DECOR

 

Hotelkamer 27

Links: inkomdeur

Midden achteraan: deur badkamer

Rechts  het bed

Midden vooraan en links salontafeltje en zetels


Eerste bedrijf

 

KAMERMEISJE, JULIEN, MONIQUE OP INKOMDEUR

 

Kamermeisje, Monique en Julien komen de hotelkamer binnen. Het kamermeisje en Julien dragen elk twee grote tassen. Monique draagt haar handtasje .

 

DIENSTER     Kom maar binnen, dit is jullie kamer.

 

JULIEN         (Verwonderd in deuropening) Olala.

 

MONIQUE     (duwt haar man opzij) Allé Julien, laat mij nu toch eens door.

 

JULIEN         Maar pas toch op Monique.

 

MONIQUE     (kijkt even rond) Dat ziet er hier goed uit hé.

 

DIENSTER     In de bar vind je sterke drank en in dit ijskastje staan enkele frisdrankjes.

 

JULIEN         (opent bar) Ik zie het al, we zullen hier geen dorst lijden.

 

DIENSTER     En mocht je vannacht een extra kopkussen nodig hebben, dan vind je dat hier in deze kast. (Opent de kast en toont het kopkussen)

 

JULIEN         Wel juffrouwke, dat zal zeker van pas komen, want ik lig graag met mijn voeten wat omhoog.

 

MONIQUE     Ja, dan kan hij zijn tenen beter zien.

 

JULIEN         Monique!

 

MONIQUE     Is dat daar de badkamer juffrouw?

 

DIENSTER     Ja mevrouw, douche en wc.

 

MONIQUE     Dan ga ik me daar eerst eens effen terug­trekken.

 

Monique loopt naar het wc.

 

MONIQUE AF BADKAMER

 

JULIEN         Je moet mijn vrouw excuseren, maar ze heeft voor het moment serieuze last van krampen.

 

DIENSTER     Ze is toch niet ziek?

 

JULIEN         Ziek niet nee, dat zou ik niet zeggen. Maar we hebben vanmorgen onze trein gemist en je weet hoe dat dat gaat met vrouwen hé... van puur miserie en ellende is dat allemaal op haar darmen geslagen.

 

DIENSTER     Oei, da’s vervelend.

 

JULIEN         Ja, ze is nogal gevoelig in haar darmen en ‘t resultaat is dat ze nu met de diarree zit.

 

DIENSTER     Als je wilt zal ik een pilletje gaan halen.

 

 

Och kind, dat zal niet nodig zijn...

 

JULIEN         Och kind, dat zal niet nodig zijn. Als mijn vrouw ergens naartoe gaat, dan sleurt ze een halve zak medicamenten mee.

 

DIENSTER     Och ja, dit is de afstandbediening van de televisie. Bij het uitchecken moet je die wel terug afgeven aan de receptie.

 

JULIEN         Dat zullen we dan zeker doen.

 

DIENSTER     Als je de TV op kanaal 27 zet, dan krijg je informatie over activiteiten die hier in de stad plaatsvinden.

 

JULIEN         Allé vooruit, dat is wel handig.

 

DIENSTER     Zo mijnheer, de kamer bevalt je?

 

JULIEN         Absoluut, absoluut... Meer moet dat niet zijn.

 

DIENSTER     Is er misschien nog iets dat ik kan doen mijnheer?

 

JULIEN         Nee, ‘t ziet er hier allemaal perfect in orde uit. We zullen onze plan hier wel trekken.

 

DIENSTER     Mocht je nog iets nodig hebben, (toont de parlofoon) dan draai je maar het nummer ‘1’. Dat is de receptie.

 

JULIEN         Da’s goed, dan zal ik naar jou vragen.

 

DIENSTER     Zoals je wilt mijnheer.

 

JULIEN         Zeg, mag ik dan ook je naam weten?

 

DIENSTER     Ik ben Vicky.

 

JULIEN         Vicky… oh, da’s gemakkelijk om te onthouden. Mijn dochter, die heet ook zo. Da’s ook een Vicky.

 

DIENSTER     Ah.

 

JULIEN         Ja, ook een heel vriendelijk kind. Maar euh… (lacht) die heeft zo een ijzeren ding in haar tong laten steken. Daar zo dwars doorheen, dat ik mij soms afvraag: hoe kan die nu nog fatsoenlijk klappen. Want volgens mij is dat niet gemakkelijk, als dat ijzer daar vanbinnen tegen de tanden ligt te rammelen.

 

DIENSTER     Ja, dat zal wel.

 

JULIEN         En volgens mijne zoon, heeft ze op een paar ander plekken ook nog met zoiets. Maar allé... daar mag ik niks van zien.

 

DIENSTER     Jaja.

 

JULIEN         Ja, wat ze daar plezant aan vindt, daar versta ik niks van. Maar allé, voor de rest is het een heel proper meisje.

 

DIENSTER     Zoveel te beter. Goed, dan ga ik maar.

 

JULIEN         Wacht eens Vicky (neemt zijn portefeuille uit zijn jas) hier se, dat is voor jou, voor de goeie service.

 

DIENSTER     Maar dat is helemaal niet nodig mijnheer.

 

JULIEN         Jawel, hier, pak dat maar aan.

 

DIENSTER     Dank je wel mijnheer.

 

JULIEN         Zeg, laat die mijnheer ook maar weg. Ik heet Julien.

 

DIENSTER     Dank u Julien.

 

JULIEN         Graag gedaan meisje. En als er iets is, dan hang ik aan de telefoon.

 

DIENSTER     Geen probleem je belt maar. Tot ziens.

 

DIENSTER AF INKOMDEUR

 

(Sleurt de reiszakken van de inkomdeur weg naar binnen midden plaats)

 

JULIEN         Amaai zeg, wat heeft die nu toch allemaal weeral meegebracht... en dat voor twee dagen naar de zee.

 

MONIQUE     (Vanuit wc) Julien, pak de toiletspray eens uit de zak?

 

JULIEN         Toiletspray… (Begint ijverig in de zakken te zoeken).

 

MONIQUE     Allé Julien, die lavendelparfum?

 

JULIEN         In welke zak heb jij dat gestopt?

 

MONIQUE     In die zwarte. Dat zit samen bij het toiletgerief.

 

JULIEN         (Ziet dat er twee zwarte zakken zijn. Vindt uiteindelijk het parfum en gaat met de spuitbus naar de wc-deur. Hij opent de deur een beetje en geeft de spuitbus aan zijn vrouw).

 

(Monique trekt wc door en spuit overvloedig met de spuitbus in de badkamer).

 

MONIQUE OP BADKAMER

 

(Ze verlaat de badkamer en spuit met de bus ook wat parfum in de hotelkamer, om de laatste geurtjes te laten verwijde­ren).

 

JULIEN         Monique, overdrijf niet met die bus hé. Je weet dat ik daar overal bubbels van krijg.

 

MONIQUE     Heb je misschien liever dat het hier stinkt? (zet de spuitbus in wc)

 

JULIEN         Die bus stinkt niet zeker?

 

MONIQUE     Maar nee, da’s lavendel. Dat parfum gebruiken ze in ’t paleis wel op ‘t toilet.

 

JULIEN         Onze koning? Op zijn wc?

 

MONIQUE     Ja, onze koning.

 

JULIEN         Precies of jij kunt dat weten.

 

MONIQUE     Ja, dat is nu eens iets wat ik weet se... en dan nog wel uit heel goeie bron.

 

JULIEN         ’t Heeft in de Libelle gestaan zeker?

 

MONIQUE     Nee, niet in de Libelle. Daarbij, dat ’s geheim.

 

JULIEN         Ooohh… En ik die dacht dat een vrouw voor haar man geen geheimen mochten hebben.

 

MONIQUE     Precies of jij vertelt alles tegen mij.

 

JULIEN         Ikke… waarom niet?

 

MONIQUE     Laat mij niet lachen.

 

JULIEN         Als ik moest weten welk merk van wc-papier onze koning gebruikt, dan zou ik dat onmiddel­lijk komen zeggen.

 

MONIQUE     Ja, ’t zal wel…

 

JULIEN         Zeg eens... hoe is ’t nu met jouw krampen?

 

MONIQUE     Die WC heeft mij in ieder geval deugd gedaan.

 

JULIEN         Ik had het toch gezegd dat je in ‘t station geen hamburger mocht kopen.

 

MONIQUE     Luistert Julien, toen wij in het station aankwa­men, toen rammelde mijn maag van de honger en als ik honger heb, dan moet ik iets kunnen eten, anders ben ik geen mens.

 

JULIEN         Een vettige hamburger op een nuchter maag, dat is om miserie vragen.

 

MONIQUE     Daarbij, da’s niet van die hamburger dat mijn buik over­hoop ligt. Da’s van de zenuwen. Ik ben hele­maal over toer. Hoe laat is het nu al?

 

JULIEN         Bijna half elf.

 

MONIQUE     Wat? Al zo laat?

 

JULIEN         Ja.

 

MONIQUE     Binnen een halfuur moet ik in het casino zijn.

 

JULIEN         We waren veel beter met de auto naar de zee gereden.

 

MONIQUE     Pardon hé Julien… ik ben mijn rijbewijs niet voor vijftien dagen kwijtgespeeld.

 

JULIEN         Ja, dat weet ik.

 

MONIQUE     En ik heb niet gelijk als een halve wilde tegen honderd per uur door de bebouwde kom geracet hé.

 

JULIEN         Ja zeg, ’t is allang goed. Daarbij, jij hebt zelf toch ook een auto.

 

MONIQUE     Wat wil je nu zeggen… dat wij met dat klein autootje van mij naar de zee waren gekomen?

 

JULIEN         En waarom niet?

 

MONIQUE     Daarmee op een autosnelweg rijden, da’s pas levens­gevaarlijk. Ze rijden verdomme de wielen vanonder je lijf onderuit.

 

JULIEN         En had jij nu eens niet voor een keer met mijne Mercedes kunnen rijden.

 

MONIQUE     Da’s een automatiek.

 

JULIEN         Ja en dan?

 

MONIQUE     Met twee pedalen kan ik niet rijden.

 

JULIEN         Och, ’t is altijd iets.

 

MONIQUE     ’t Was allemaal niks geweest als die eerste trein niet vol volk had gezeten.

 

JULIEN         Ja, nog zoiets… Eerst laat je mij met al die zakken in die trein sleuren en dan ineens wip je er terug uit en beslis je om de volgende trein te nemen.

 

MONIQUE     Maar daar was nergens plaats om fatsoenlijk te zitten.

 

JULIEN         Voor ’t zelfde geld waren die deuren dichtge­schoven en had ik daar met die kabassen alleen op die trein zitten koekeloeren.

 

MONQUE       Al rechtstaande naar de zee rijden, met al dat vreemd volk dat tegen je lijf staat te duwen, daar doe ik niet aan mee.

 

JULIEN         Dat had je toch direct kunnen zien, toen die trein in ’t station stopte, dat die proppenvol zat.

 

MONIQUE     ’t Is allang goed, we zijn in Oostende geraakt en da’s het voornaamste. Daarbij, vanaf nu moet ik mij volledig op het congres concentreren.

 

JULIEN         Ja, en daar ga ik mij nu eens echt niet mee moeien.

 

MONIUE        ‘t Is je geraden. Da’s een vrouwencongres.

 

JULIEN         Een vrouwencongres…

 

MONIQUE     Ja, van de vooruitziende vrouwen. Mannen hebben daar niks te zoeken.

 

JULIEN         Misschien verklappen ze daar deze keer wel welke kleur van onderbroeken onze koning draagt.

 

MONIQUE     Trekt het nu niet in het belachelijke hé Julien.

 

JULIEN         Ik zou niet durven.

 

MONIQUE     Nee, ik ken u.

Allé, Ik zal eens in de rapte gaan zien of Francine al aangekomen is.

 

JULIEN         Dat zal wel. Die zal wel met de auto gekomen zijn.

 

MONIQUE     Pak jij ondertussen die zakken al maar eens uit.

 

JULIEN         Moet ik dat doen?

 

MONIQUE     En waarom niet?

 

JULIEN         Hoe weet ik nu waar ik met al die dinges moet blijven.

 

MONIQUE     In die kast natuurlijk. Leg dat maar een beetje uiteen... Allé vooruit, begint er maar aan.

 

JULIEN         Ja, direct se.

 

MONIQUE     Allé, tot seffens.

 

MONIQUE AF INKOMDEUR

 

(Zodra Monique de hotelkamer heeft verlaten, neemt Julien zijn gsm en toetst een nummer in)

 

JULIEN         Hallo, is ‘t met Annick?

                  

                   ’t Is hier met Julien De Groot. Ik heb gisteren met u gebeld voor een afspraakje.

                  

                   Ja sorry... ik ben hier wat later aangekomen dan verwacht, maar dat komt omdat er onderweg wat complicaties waren.

                  

                   Neenee, niks erg.

                  

                   Hotel de Wachttoren, dat is hier vlak bij ’t water… allé vlak bij de zee.

                  

                   Ah ge kent ’t hotel. Ik zit hier in kamer 27.

                  

                   Neenee… wacht nog maar even, ik moet mij eerst nog een beetje installeren, versta je. Van het moment dat ik klaar ben, bel ik terug en dan kom je maar af.

                  

                   Awel ja, da’s goed. Tot seffens dan.

 

(Toetst tevreden de gsm af)

 

JULIEN         Waar zo een vrouwencongres toch goed voor is.

 

(Neemt de binnenhuistelefoon en belt de receptie)

 

JULIEN         ’t Is hier met kamer 27. Is het misschien mogelijk om binnen een minuut of tien een tuiltje bloemen naar de kamer te brengen?

                  

                   Oh, pakt daar maar wat rozen, een stuk of zeven. En steekt er in ’t midden een witte in.

                  

                   Voila, met een takje groen, dat is ’t.

                  

                   En gaat dat ook om daar een kaartje bij in te steken?

                  

                   Schrijft daar maar op: “Om het lange wachten te vergulden”.

                  

                   Te vergulden”.

                   ...

                   Nee, een naam moet je daar niet onder zetten.

                  

                   Da’s in orde. En zet dat maar op de rekening.

                  

                   In orde.

 

(Haakt telefoon in)

 

JULIEN         Voila, da’s ook al geregeld.

 

                   Nu is ‘t te hopen dat die Annick er een beetje convenabel uitziet. Maar ja, dat zal wel zeker.

 

                   (fantaseert alsof Annick aankomt) “Dingdong. Ooh, daar wordt gebeld.” (doet de deur open en fantaseert alsof Annick binnenkomt. Hij sluit de deur niet helemaal) “Kom binnen Annikske.

                   Ooh, wat zie jij er sexy uit.

                   Wat zeg je? Kun jij je al niet meer inhouden? Wel dat gevoel heb ik nu ook.

                   Hier se, leg je maar neer op het beddeke in beginpositie”.

 

(Julien gaat rechtop op het bed staan en klopt als een aap met beide vuisten op zijn borst terwijl hij een brullend geluid maakt)

 

JULIEN         Boeoeoeoeoeo!!!

 

MONIQUE EN FRANCINE OP INKOMDEUR

 

(Monique en Francine duwen de hoteldeur verder open en komen de kamer binnen. Ze zien Julien op het bed staan en horen zijn gebrul)

 

JULIEN         Beoeoeoeoeoeoe!!!!

 

MONIQUE     JULIEN?!?!!!!

 

JULIEN         (Hoort zijn vrouw en begint plots te hoesten).

 

MONIQUE     Wat sta jij daar te doen???

 

JULIEN         (kucht) Daar zit iets in mijn keel.

 

Daar zit iets in mijn keel.

 

MONIQUE     In je keel?

 

JULIEN         Ja, hier zo (kucht)

 

MONIQUE     En moet je daarvoor zo staan brullen?

 

JULIEN         Ja, ‘t wilde er niet uitkomen. Volgens mij zit het er nog altijd in.

 

MONIQUE     Allé vooruit, kom van dat bed af.

 

JULIEN         (Komt van bed)

 

MONIQUE     Da’s Francine, de collega van mijn werk. Ze is maar direct mee naar ons kamer gekomen.

 

FRANCINE     Dag Julien… zal ik maar zeggen.

 

 

Dag Julien... zal ik maar zeggen

 

JULIEN         (kucht)… Sorry voor mijn gekuch.

 

FRANCINE     Dat geeft niet. Dat komt door de jodium.

 

JULIEN         Door wat?

 

FRANCINE     De jodium. De zeelucht.

 

JULIEN         Ah?

 

FRANCINE     Dat maakt alle microben los.

 

JULIEN         Wel, nu je het zegt… ‘t moet dàt geweest zijn, wat ik in mijn keel voelde.

 

MONIQUE     Da’s dan wel een serieuze scheut jodium die jij ingeademd hebt, zoals jij daar stond te brullen. Je was precies een oerang oetang.

 

FRANCINE     Aan de kust moet je altijd heel diep inademen… zo… dat je de zeelucht vanonder in je ribbenkas voelt. Da’s heel gezond.

 

JULIEN         Ik zal er proberen op te letten.

 

MONIQUE     Zeg Julien, ik heb toch gezegd dat je die zakken moest uitpakken.

 

JULIEN         Moet dat nu allemaal direct?

 

MONIQUE     Als mijn klederen daar blijven inzitten, dan zijn die straks helemaal gekreukt.

 

JULIEN         Ik zal dat seffens wel doen se.

 

MONIQUE     (tegen Francine) Da’s omdat wij hier zo laat gearriveerd zijn, dat ik dat zelf niet kunnen doen heb.

 

FRANCINE     Och… Julien zal zich daar wel mee bezig houden hé.

 

MONIQUE     Ik hoop het. Allé, ik denk dat ik alles heb.

 

FRANCINE     Heb jij dat verslag van de laatste vergade­ring?

 

MONIQUE     Ja, dat zit in mijn sjakos.

 

FRANCINE     Dan zullen we maar gaan zeker?

 

MONIQUE     ’t Is hoog tijd ook.

                   Julien, ’t zal pas tegen de avond zijn dat we terugkomen.

 

JULIEN         Naar mij moet je niet zien. Neem gerust jullie tijd. Ik weet dat op een vrouwencongres heel veel belangrijke dinges moeten besproken worden.

 

MONIQUE     Als je dat maar weet.

 

JULIEN         Ik zal mij hier wel bezig houden.

 

FRANCINE     Mijn man is ook mee naar de zee gekomen. Je moet daar niet van verschieten als die in de loop van de dag hier aan de deur komt bellen.

 

JULIEN         Hier?

 

FRANCINE     Ja, ik ken hem, die heeft echt een hekel aan alleen zitten.

 

MONIQUE     Ik heb tegen Raymond gezegd dat wij op kamer 27 liggen. Als hij dan komt, dan hebben jullie wat klap onder elkaar.

                   (Tegen Francine) Allé kom Francine, we moeten gaan.

 

FRANCINE     (Gaat mee naar de deur, maar keert dan terug naar Julien) Ja, volgens mij zal die niet lang alleen op zijn kamer blijven.

 

MONIQUE     Da’s toch goed hé Julien, dan heb jij ook wat gezelschap.

                   (Tegen Francine) Allé vooruit Francine, ’t is tijd.

 

FRANCINE     (Gaat mee naar de deur en keert terug naar Julien) En anders ga je maar naar ons kamer. Het is nummer 37, hier juist boven.

 

MONIQUE     Kom Francine, straks arrive­ren we daar nog als laatste man. Julien tot straks hé.

 

JULIEN         Ja tot straks.

 

FRANCINE     Dag Julien.

 

JULIEN         Jaja, en amuseer jullie hé.

 

MONIQUE EN FRANCINE AF INKOMDEUR

 

JULIEN         Verdomme, die haar man is in ’t hotel... Julien jong, daar gaan vodden van komen als je niet oppast. Maar die gaat nu toch niet denken dat hij hier mijn heel weekend kan komen verbrodden. (Praat nu naar het plafond toe richting bovenkamer) Knoop het in je bolleke hé maat, ik ben niet van plan hier babysit te spelen hé, voor jou ben ik niet thuis.

 

(Opent één van de zakken, haalt er wat blouses uit, legt ze op de grond en zucht)

 

JULIEN         Wat heeft die nu toch allemaal meegebracht?

                  

                   Zeg, dat ze daar zelf eens haar plan mee trekt hé.

 

(Steekt de blouses terug in de zak.

Neemt zijn gsm en toetst nummer in)

 

JULIEN         Hallo met Annick?

                  

                   Het is zover hé, ik ben in blije verwachting.

                  

                   Ja, kamer 27. Da’s op ‘t tweede verdiep.

                  

                   Allé, tot direct hé.

 

(Sluit gsm af.

Zwiert haastig de bagage opzij. Haalt uit één van de zakken een spuitbus met deodorant en spuit wat onder zijn armen en in zijn broek)

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

JULIEN         Ah, de bloemen.

 

(Julien doet de deur open).

 

ALFREDO OP INKOMDEUR

 

(Alfredo, de bloemenverkoper is qua kleding en taalgebruik duidelijk een homo)

 

ALFREDO      Voilavoilavoila… hier benne ikke er al mee, zeven prachtige rozekes voor kamer 27.

 

JULIEN         Awel, dat noem ik nu nog eens service se mijnheer.

 

ALFREDO      Meneere? Nonono. Ik heb zoiets van: zeg maar Alfredo.

 

JULIEN         Alfredo.

 

ALFREDO      Sisi… Alfredo van de bloemekes. Ikke brenge de bloemekes naar alle kamers. Gewoon wette?

 

JULIEN         Da’s vriendelijk.

 

ALFREDO      En euh… vallen ze een beetje in de smaak.

 

JULIEN         Jawel, ze zien er schoon uit.

 

ALFREDO      Ja, ik heb ook zoiets van: wauw. Maar euh.... ge moet ze binnen het uur wel in een scheuteke water zetten, want anders blijven de stengels niet goed rechtstaan, wette?

 

Ik heb ook zoiets van wauw...

 

JULIEN         Je wilt zeggen dat ze anders verslensen.

 

ALFREDO      Ja, en ik heb zoiets van: ne slappe stengel, wat zijde daarmee? Wette?

 

JULIEN         Ja, daar heb je gelijk in.

 

ALFREDO      Dusse, niet vergeten hé.

 

JULIEN         Zijt gerust Alfredo, je mag op je twee oren slapen.

 

ALFREDO      Oei, datte isse heel moeilijk.

 

JULIEN         Wat?

 

ALFREDO      Oeppe de twee oren slapen.

 

JULIEN         Da’s bij wijze van spreken hé.

 

ALFREDO      Oche ja... natuurlijk. Allé, toedeloe.

 

JULIEN         Ja toedeloe...

 

ALFREDO AF INKOMDEUR

 

(Bekijkt even het kaartje dat ze erbij gestoken hebben en steekt het tevreden terug. Kijkt dan rond op zoek naar een vaas)

 

JULIEN         Ik kan die bloemen nu toch moeilijk in een vaas gaan zetten. Daarbij, wie geeft er nu bloemen af in een vaas.

 

(Hij legt de bloemen op het tafeltje)

 

JULIEN         Ja zeg, ze moet er zelf haar plan maar mee trekken. Als ze hun koppeke laten hangen, dan is ’t maar zo.

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

JULIEN         Ah… dat zal ze zijn.

 

Julien kijkt nog eens vlug in de spiegel of zijn haar goed ligt en doet de kamerdeur open.

 

ANNICK OP INKOMDEUR

 

(Annick, komt heel schuchter en verlegen op. Ze is een echte seut of truut, maar ze is wel

heel uitdagend gekleed. Heel kort rokje, kousen... Ze lispelt.)

 

JULIEN         Annick?

 

ANNICK        Julien?

 

JULIEN         Ja, ik ben Julien. Allé, kom binnen, want ik begon al een beetje ongeduldig te worden hé...

 

ANNICK        Merci…

Amaai, een schoon kamer.

 

JULIEN         Ja, ’t is nu niet de grote luxe, maar alles is erop en eraan. En op televisie hebben ze hier zelfs een speciaal kanaal om te laten zien wat er in ’t stad te doen is.

 

ANNICK        Amaai.

 

JULIEN         Ja, maar allé, jij bent niet gekomen om naar de televisie te kijken hé Annick.

 

ANNICK        Nee, dat zal wel niet zijn hé.

 

JULIEN         Ah hier se, die zijn voor jou.

 

Hier se, die zijn voor jou.

 

ANNICK        Voor mij?

 

JULIEN         Ja, om ‘t goed te maken dat ik je zolang laten wachten heb. (geeft bloemen)

 

ANNICK        Rozekes… oohhh dat zijn mijn lievelingsbloemen.

 

JULIEN         Dàt valt dan al mee.

 

ANNICK        Merci hé.

 

JULIEN         Ge moet eens kijken, daar zit nog een kaartje bij in.

 

ANNICK        Een kaartje????

 

JULIEN         Ja, daar se (wijst het).

 

ANNICK        (neemt het en leest) ‘Om het lange wachten te vergulden’. Ooh, da’s heel vriendelijk.

 

JULIEN         Ja, dat was ’t eerste dat mij te binnen schoot.

 

(Annick blijft even met de bloemen in haar hand staan en zegt dan)

 

ANNICK        Allé merci.

 

JULIEN         Graag gedaan.

 

ANNICK        (Staat wat onnozel met die bloemen in haar handen) Ik zal ze misschien voorlopig maar terug neerleggen zeker?

 

JULIEN         Ja natuurlijk... je moet die niet blijven vasthouden. Maar allé, ga toch zitten.

 

ANNICK        Dank u meneer.

 

(Julien en Annick zetten zich in de zetel.

 

JULIEN         Zeg, laat die meneer maar ook maar weg hé... zeg maar Julien tegen mij.

 

ANNICK        Julien... da’s ook een schone naam hé.

 

JULIEN         Vind je?

 

ANNICK        Ja... allé ik wil zeggen, dat ligt toch gemakkelijk in de mond hé.

 

JULIEN         Ja, dat wel. Zeg, heb je ‘t gemakkelijk gevonden?

 

ANNICK        Ja, dat ging wel. Ik woon zelf ook in Oostende.

 

JULIEN         Ah, jij bent van hier.

 

ANNICK        Ja.

 

JULIEN         Ja, dan zal ’t wel geen probleem geweest zijn.

 

(Ze lachen verlegen en verveeld naar elkaar)

 

JULIEN         Vooruit, wat denk je, zulle we iets drinken?

 

ANNICK        Jaja, dat mag.

 

JULIEN         Ik zal eens zien se wat de bar hier schaft… (gaat naar barkast) Wat mag het zijn? Brandy, sherry, cognac, baileys, martini…al wat je wilt hé.

 

ANNICK        (Reageert niet)

 

JULIEN         Zeg ’t maar.

 

ANNICK        Melk.

 

JULIEN         Watte?

 

ANNICK        Of nee... geef mij maar iets straffer: een cacao.

 

JULIEN         Een cacao???

 

ANNICK        Als je dat hebt ja.

 

JULIEN         Misschien in de frigo (doet frigo open). Nu moet ik jou teleurstellen, ik zie hier enkel cola en limonade en water.

 

ANNICK        Geef dan maar een limonade.

 

JULIEN         Een limonade... allé vooruit, dan zal ik voor mij ook maar ene nemen.

 

(Gaat terug bij Annick)

 

JULIEN         Voila se, op je gezondheid.

 

ANNICK        Gezondheid.

 

JULIEN         En vooral... op een vruchtbare dag.

 

ANNICK        Ja.

 

JULIEN         Ja, ik was vandaag een dagje alleen aan de zee en daarmee dacht ik… ik zal maar eens iemand opbellen.

 

ANNICK        Ah...

 

JULIEN         Je verstaat dat wel hé, een man... alleen.... aan de zee...

 

ANNICK        En je hebt mijn nummer uitgekozen?

 

JULIEN         Ja. Dat was nu eerlijk gezegd wel toeval... je stond als eerste in de krant.

 

ANNICK        Ik had het wel verwacht.

 

JULIEN         Ah ja?

 

ANNICK        Dat komt omdat mijn naam met een A begint.

 

JULIEN         Met een A??? Och ja… Annick en A

                  

                   Zeg euh... doe jij dat allang?

 

ANNICK        Wat?

 

JULIEN         Awel... zo van die annonces zetten?

 

ANNICK        Ik? Nee.

 

JULIEN         Ah nee?

 

ANNICK        Om eerlijk te zijn… ’t is de eerste keer.

 

JULIEN         De eerste keer???

 

ANNICK        Ja.

 

JULIEN         Dan ben je in feite nog maar juist begonnen met… enfin je verstaat wel wat ik bedoel hé

 

ANNICK        Ja… jij bent de eerste die naar mij gebeld heeft.

 

 

Allé, dan ben ik een soort proefkonijn?

 

JULIEN         Da’s straf. (lachend) Allé, dan ben ik een soort proef­konijn?

 

ANNICK        ’t Is daarom dat ik mij nog niet helemaal op mijn gemak voel.

 

JULIEN         Oh… Dat geeft niet. Dat moet jij je niet aantrekken. Daarbij, ik zal eerlijk zijn, ik ben daar eigenlijk ook niet zo een straffe in.

 

ANNICK        Dat stelt mij al een beetje gerust.

 

JULIEN         Maar wat ik mij nu wel afvraag hé, hoe ben je op het gedacht gekomen om...

 

ANNICK        Dat komt door mijne man.

 

JULIEN         Ooh… jij bent getrouwd?

 

ANNICK        Ja... allé niet meer.

 

JULIEN         Ah, gescheiden?

 

ANNICK        Nog niet.

 

JULIEN         Dan toch nog getrouwd.

 

ANNICK        Ja, in feite wel. Mijne man heeft mij aan de deur gezet. En dat is heel pijnlijk hé.

 

JULIEN         Daar kan ik inkomen.

 

ANNICK        Ja, een maand geleden moest ik mijn valies pakken. Kun jij je dat voorstellen, een vrouw zoals ik... alleen op straat... dat is pijnlijk hé julien.

 

JULIEN         Jaja.

 

ANNICK        En mijn geld is bijna op en daarmee dacht ik… enfin.. ge weet wel... versta je het?

 

JULIEN         Jaja, natuurlijk versta ik dat.

 

ANNICK        Eerst durfde ik niet zo goed.

 

JULIEN         Ja zeg, dat zal wel zijn.

 

ANICK          Maar toen dacht ik zo bij mijn eigen: “Annick... want dat is mijne naam hé Julien... enfin niet Julien, maar Annick hé...

 

JULIEN         Jaja

 

ANNICK        Annick hangt de seut niet uit.

 

JULIEN         De watte?

 

ANNICK        De seut !

 

JULIEN         Ah ja.

 

ANNICK        En toen ben ik een krant gaan kopen en zo is ’t  dan begonnen.

 

JULIEN         Allé zeg.

 

ANNICK        (Julien drinkt van zijn limonade en daarmee ziet Annick duidelijk zijn trouwring)   En jij Julien, jij bent ook getrouwd?

 

JULIEN         Ikke? Allé... hoe kom je daarbij?

 

ANNICK        Omdat jij een trouwring aanhebt.

 

JULIEN         Ah ja… die ring.

                   Ja, ik ben ook getrouwd… Allé zo een klein beetje.

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

JULIEN         ’t Is niet waar hé. Die Raymond is toch niet daar?

 

ANNICK        Ooh, verwacht jij nog iemand?

 

JULIEN         Nee, da’s de Raymond.

 

ANNICK        Ah. En wie is die Raymond?

 

JULIEN         Da’s de man van Francine.

 

ANNICK        Ah… en wie is die Francine?

 

JULIEN         Da’s een collega van Monique

 

ANNICK        Van Monique?

 

JULIEN         Mijn vrouw.

 

ANNICK        En komen die ook allemaal?

 

JULIEN         Neenee. Die Raymond heeft hier niks te zoeken. Ik laat hem gewoon niet binnen. We zullen doen alsof hier niemand is.

 

ANNICK        Ja, da’s een heel goed gedacht.

 

JULIEN         Sssttt stil.

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

JULIEN         Die gaat daar toch niet staan blijven kloppen hé.

 

ANNICK        Da’s wel heel spannend hé Julien.

 

JULIEN         Weet je wat, ik trek rap mijn pyjama aan en ik zal hem zeggen dat ik mij niet goed voel.

                   (Grijpt naar tas en trekt vliegensvlug zijn pyjama aan)

 

 

 

ANNICK        Ja, da’s een heel goed gedacht.

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

JULIEN         Allé, verstop jij je maar in de badkamer, dan wimpel ik hem sito presto af.

 

ANNICK        Ja, want anders kan die mij hier zien hé (Gaat vlug naar de badkamer)

 

JULIEN         Zeg Annick, pak je glas maar mee hé.

 

ANNICK        Och ja, want dat is mijne limonade hé.

                   (Gaat in de badkamer en komt even later terug uit de kamer)

 

ANNICK        Julien, laat me daar niet te lang alleen zitten hé.

 

JULIEN         Natuurlijk niet. Je zult zien, ‘t Is een kwestie van seconden. Allé, hou je stil hé.

 

ANNICK AF BADKAMER

 

(Julien opent de kamerdeur)

 

MONIQUE OP INKOMDEUR

 

MONIQUE     Amaai, dat heeft nogal wat in eer jij die deur opendoet.

 

JULIEN         Monique??? 

 

MONIQUE     En hoe sta jij hier nu? In je pyjama?

 

 

Hoe sta jij hier nu? In uwe pyjama?

 

JULIEN         Ja, ik was nog een beetje op het bed gaan liggen.

 

MONIQUE     Toch niet ziek?

 

JULIEN         Volgens mij heb ik veel te veel van die jodium binnengekregen.

                   En wat doe jij hier? Waarom ben je terugge­komen???

 

MONIQUE     Och, zwijg stil, onderweg naar het casino kreeg ik opnieuw van die krampen. Ik dacht: ‘ik haal het nooit’ en daarom ben ik maar in de rapte teruggekomen om eerst nog eens goed naar de wc te gaan.

 

JULIEN         Naar de wc te gaan???

                   (gaat voor haar staan alsof hij de wc-deur wil barricaderen)

 

MONIQUE     Ja.

 

JULIEN         Hier???

 

MONIQUE     En waarom niet?

 

JULIEN         Kom jij daarvoor terug?

 

MONIQUE     Ja, als je er niks op tegen hebt. Daarbij, je weet hoe vervelend in het vind om op een ander te gaan. En zeker nu met die diarree.

 

(Julien probeert Monique af te leiden van de wc, zodat Annick daar kan ontsnappen)

 

JULIEN         Och ja, kom eens kijken, ik heb je bloemen gekregen.

 

MONIQUE     Mijn bloemen???

 

JULIEN         Ja, hier zijn ze, ze hebben die daarstraks gebracht? (Neemt Monique mee naar

                   salontafel)

 

MONIQUE     Wie?

 

JULIEN         Iemand van het personeel. Die is daar ineens mee aangekomen.

 

ANNICK OP BADKAMER

 

(Annick loert uit wc-deur, ziet dat Monique met haar rug naar haar staat, komt voorzichtig uit de wc. Julien doet tijdens de volgende dialoog teken aan Annick dat ze ook haar limonadeglas uit de badkamer moet helen, het op het barkastje moet zetten en onder het bed moet kruipen)

 

MONIQUE     En voor wie zijn die?

 

JULIEN         Ja Monique, ik dacht dat jij die voor mij gekocht had.

 

MONIQUE     Ikke? Maar ik heb helemaal geen bloemen gekocht.

 

 

Maar ik heb helemaal geen bloemen gekocht.

 

JULIEN         Da’s straf.

 

MONIQUE     En als die niet van mij zijn, en die zijn ook niet van jou, dan vraag ik mij wel af van wie dat die komen?

 

JULIEN         Ik dacht echt dat jij die voor mij had laten brengen.

 

MONIQUE     Julien… je weet nu toch goed genoeg dat ik met zo’n prullen niet zit.

 

JULIEN         ’t Is waar, dat had ik kunnen weten.

 

MONIQUE     Misschien zijn die bloemen nog bestemd voor de mensen die hier voor ons gelogeerd hebben.

 

JULIEN         Dat zou wel eens kunnen zijn.

 

MONIQUE     Ik ga er mij in ieder geval geen kopzorgen over maken, ik heb al last genoeg van mijn darmen. Pas op, ik ga naar de wc, voor het te laat is.

 

MONIQUE AF BADKAMER

 

(Zodra Monique in de badkamer is, gaat Julien op zijn knieën voor het bed zitten)

 

JULIEN         Al een geluk dat je uit de badkamer gekomen bent.

 

ANNICK        Wie is dat?

 

JULIEN         Da’s Monique… allé, mijn vrouw.

 

ANNICK        En wat nu?

 

JULIEN         Geen paniek. Die is direct terug weg.

 

ANNICK        ’t Is te hopen, want ik lig hier niet gemakkelijk.

 

JULIEN         Heb je misschien graag een kopkussen.

 

ANNICK        Als ’t kan ja.

 

JULIEN         Een momentje, ik zal een pakken.

 

(Julien neemt het kopkussen uit de kast)

 

MONIQUE     (Roept vanuit de badkamer) Julien, kijk eens in het medicamentenzakje of daar immodium in zit.

 

(Julien geeft het kopkussen aan Annick)

 

JULIEN         (Tegen Annick) Hier se… Gaat het?

 

ANNICK        Ja.

 

JULIEN         (Tegen Monique) Waar zit dat medicamenten­zakje?

 

MONIQUE     Van voor in die grijze zak.

 

(Julien zoekt, rommelt in zak met medicamenten maar vindt niets)

 

JULIEN         Je hebt een half apotheekkast meegebracht, maar geen immodium.

 

MONIQUE     Belt dan eens naar de receptie en vraag of ze een paar pilletjes naar de kamer willen brengen.

 

JULIEN         Denk je dat ze dat gaan doen?

 

MONIQUE     En waarom niet? Dat zal hier toch nogal eens gebeuren zeker dat er iemand met de diarree zit.

 

(Neemt telefoon en draait het nummer van receptie)

 

JULIEN         ’t Is hier kamer 27. Mijn vrouw zit voor het moment met een serieuze diaree en ze vraagt of het mogelijk is om een paar pilletjes immodium naar de kamer te brengen.

                  

                   Ja. Kamer 27. Dank u.

 

(Haakt telefoon in)

 

JULIEN         Ze zullen ‘t direct brengen.

 

MONIQUE     ’t Zal nodig zijn. ’t Is één en al water wat er uit mijn buik loopt.

 

JULIEN         Water? Zoveel heb je toch niet gedronken hé.

                   (Tegen Annick) Gaat het?

 

ANNICK        Ja.

 

MONIQUE     Hebben wij extra wc-papier bij?

 

JULIEN         Is die rol al op?

 

MONIQUE     Nee… om mee te nemen naar het casino.

 

JULIEN         Maar trekt toch gewoon wat blaadjes van die rol af, dat zien ze toch niet als daar een paar velletjes aan mankeren.

                   (Tegen Annick) Ze heeft bijna gedaan.

 

MONIQUE     Julien heb jij die zakken nu al leeg gemaakt?

 

JULIEN         Ik zal dat direct wel doen.

 

MONIQUE     Tegen dat we naar huis gaan zeker. Hoe komt dat nu toch dat ik tegen u alles honderd keer moet zeggen.

 

JULIEN         Dat steekt nu toch niet op vijf minuten zeker.

 

(Monique trekt wc door en spuit met de spuitbus in het rond)

 

MONIQUE OP BADKAMER

 

(Monique wil ook in de kamer spuiten)

 

JULIEN         Blijft hier weg met die bus hé. Straks sta ik vol uitslag.

 

MONIQUE     Amaai… dat flotste daaruit alsof ’t een fontein was.

 

JULIEN         Monique let een beetje op je woorden.

 

MONIQUE     Waarom, we zijn hier toch onder ons.

 

JULIEN         Je kunt daar toch ook wat deftig over praten.

 

MONIQUE     Zeg Julien… wat zeg jij thuis allemaal, als jij van de wc komt.

 

JULIEN         Jaja… ’t is allang goed.

 

MONIQUE     Ik begin mij serieus af te vragen of ik wel in staat ben om naar dat congres te gaan?

 

JULIEN         Wat wil je nu zeggen?

 

MONIQUE     Zoals ik mij nu voel, zou ik veel beter op bed gaan liggen.

 

JULIEN         Op het bed gaan liggen????

 

(Monique gaat naar bed en legt zich neer)

 

JULIEN         Jamaar Monique, dat kun je nu toch niet gaan doen.

 

MONIQUE     Zo’n krampen heb ik nog nooit gehad.

 

JULIEN         Maar allé, je wilt nu toch niet hebben dat wij voor niets naar de zee gekomen zijn.

 

MONIQUE     Mijne hele buik ligt overhoop. Dat kan goed een salmonella-aanval zijn.

 

JULIEN         Zo erg zal ’t wel niet zijn hé.

 

MONIQUE     Jij beseft niet goed hoe ik mij voel hé.

 

JULIEN         En als je nu eens een paar keer diep inademt dat je wat van die jodium binnenkrijgt, misschien is dat daar ook goed voor.

 

MONIQUE     Wat ik nodig heb is een kopkussen.

 

JULIEN         Een kopkussen!?!

 

MONIQUE     Ja, want ik lig hier veel te laag. Pak dat daar eens uit die kast.

 

JULIEN         Jamaar Monique, in jouw toestand lig je toch beter plat.

 

MONIQUE     Julien… Ik wil juist hoger liggen.

 

JULIEN         Hoger liggen… dat weet ik niet of dat goed is voor de diarree.

 

MONIQUE     Wat heeft dat nu met diarree te maken.

 

JULIEN         Hoe hoger dat je ligt, hoe meer dat alles naar beneden zakt.

 

MONIQUE     Doe nu toch eens niet zo moeilijk. Geef mij dat kopkussen en daarmee uit.

 

(Julien gaat naar de kast, maar er is geen meer)

 

MONIQUE     Wat sta je daar nu te staan?

 

JULIEN         Daar is hier geen.

 

MONIQUE     Hoe daar is geen?

 

JULIEN         Nee.

 

MONIQUE     Dat kan nu toch niet, die juffrouw heeft ‘t daarstraks toch gewezen.

 

JULIEN         Ja,  maar nu is ‘t weg.

 

MONIQUE     Weg?

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

JULIEN         Aah, ze zijn daar met de immodium.

 

(Julien doet de deur open)

 

DIENSTER OP INKOMDEUR

 

DIENSTER     Je hebt voor je vrouw een pilleke gevraagd meneer Julien?

 

JULIEN         Ja.

 

DIENSTER     Oei… ben jij ook ziek?

 

JULIEN         Neenee Vicky, ’t is voor mijn vrouw hare diarree.

 

Nee Vicky, ’t is voor mijn vrouw hare diarree.

 

DIENSTER     Oh, ik dacht ‘t, omdat je hier in je pyjama rondloopt.

 

JULIEN         Dat komt omdat ik mij daar meer op mijn gemak in voel. Dat zit losser.

 

DIENSTER     Ah…. Allé, met dit pilletje zal ‘t wel beteren.

 

JULIEN         ’t Is te hopen.

 

(Als dienster wil weggaan roept Monique)

 

MONIQUE     Zeg eens juffrouw!

 

DIENSTER     Ja madame.

 

(Monique staat op en komt tot bij de dienster)

 

MONIQUE     Weet jij misschien voor wie die bloemen zijn?

 

DIENSTER     Die bloemen?

 

MONIQUE     Ze hebben die naar ons kamer gebracht, maar die zijn niet voor ons.

 

JULIEN         Ja, een meneer is die daarstraks komen afgeven.

 

DIENSTER     Zo ene die een beetje... raar praat.

 

JULIEN         Juist.

 

DIENSTER     Da’s Alfredo… die zal zich weer eens van kamer vergist hebben. Da’s niet de eerste keer.

 

MONIQUE     (Tegen Julien) Allé Julien, pak jij al eens een glas water.

                   (Tegen dienster) Ja, ik dacht, ik kan het maar beter zeggen. Misschien zit er iemand anders op die bloemen te wachten.

 

JULIEN AF BADKAMER

 

DIENSTER     Da’s heel vriendelijk madam. Ik zal ze meenemen en Alfredo moet zelf maar uitvissen voor wie ze zijn.

 

MONIQUE     In ieder geval niet voor ons.

 

DIENSTER     Kan ik nog iets doen Madame?

 

MONIQUE     Och ja, ons extra kopkussen is weg.

 

DIENSTER     Dat ligt in de kast mevrouw.

 

MONIQUE     Ja, dat dacht ik ook… maar ’t is blijkbaar weg.

 

DIENSTER     Hoe weg?

 

MONIQUE     Kijk zelf maar als je mij niet gelooft.

 

(Dienster en Monique gaan naar de kast)

 

DIENSTER     Ik versta er niks van, ik dacht nochtans dat ik het daarstraks zien liggen had.

 

JULIEN OP BADKAMER

 

JULIEN         Hier Monique, een glas water. Neemt dat pilletje nu maar in.

 

DIENSTER     Sorry mevrouw… ik zal zo vlug mogelijk een ander kopkussen brengen.

 

MONIQUE     Als je dat zou willen doen.

 

DIENSTER     Had je nog iets anders gewild?

 

MONIQUE     Nee, voor de rest volstaat het.

 

DIENSTER     Als er iets is, dan bel je maar.

 

MONIQUE     Dat zullen we zeker doen.

 

(Dienster neemt bloemen mee).

 

DIENSTER AF INKOMDEUR

 

(Ondertussen heeft Annick het kopkussen onder het bed uitgeschoven)

 

MONIQUE     Julien, zie eens, dat kussen ligt daar op de grond!!!

 

JULIEN         God ja, nu dat je ’t zegt.

 

MONIQUE     Allé hoe kan dat nu, dat dat kussen daar op de grond ligt?

 

JULIEN         Dat zal van ’t bed gevallen zijn zeker.

 

MONIQUE     Hoe van ’t bed gevallen?

 

(Julien haast zich om het kussen op te rapen)

 

JULIEN         ’t Is in ieder geval nog proper.

 

MONIQUE     Dan moet jij dat toch gepakt hebben, dat kan toch niet anders... ofwel spookt het hier?

 

JULIEN         Och ja... nu herinner ik het mij. Toen ik daarstraks op het bed wilde gaan liggen, toen heb ik dat waarschijnlijk uit de kast gepakt.

 

MONIQUE     En je bent er dan maar mee op de grond gaan liggen zeker?

 

JULIEN         Maar nee. Toen jij belde is dat van het bed geschoven.

 

MONIQUE     Da’s nogal een uitleg. En wat moet dat meisje nu wel denken.

 

JULIEN         Ik zal dat wel expliceren als ze een nieuw kussen brengt.

 

MONIQUE     Allé vooruit, zet dat glas maar terug in de badkamer.

 

JULIEN AF BADKAMER

 

(Terwijl Julien het glas wegbrengt, gaat Monique op het bed zitten)

 

JULIEN OP BADKAMER

 

JULIEN         Monique!?! Nu zit je terug op dat bed.

 

MONIQUE     Ja zeg, zo rap werkt dat pilletje niet hé.

 

JULIEN         Hoe?... en wat ben je nu van plan?

 

MONIQUE     Ik weet niet wat ik moet doen.

 

(Annick komt van onder het bed loeren en doet teken dat ze het daar beu is)

 

JULIEN         Ja zeg, hier kun je nu toch niet blijven.

 

MONIQUE     En waarom niet?

 

JULIEN         Allé, ik wil zeggen… dat ’t toch heel spijtig zou zijn, als je nu niet naar dat congres kunt gaan.

 

MONIQUE     Ja, da’s waar.

 

JULIEN         Geeft toe, je hebt er de vorige weken zo naartoe geleefd.

 

MONIQUE     Ja en ’t ergste is dat ik daar eigenlijk niet gemist kan worden.

 

JULIEN         Ziet ge wel. Volgens mij kunt jij niet anders als daar terug naartoe gaan.

 

MONQUE       En mijn krampen dan?

 

JULIEN         Dat zal wel beteren zeker.

 

MONIQUE     Ik ben er toch niet gerust in.

 

JULIEN         Je moet daar niet teveel aan denken en als die opkomen hé... dan bijt je maar een beetje op je tanden.

 

MONIQUE     Op mijn tanden bijten? Denk je dat die daarmee gaan overgaan.

 

JULIEN         Da’s bij wijzen van spreken hé.

 

MONIQUE     Och, dat komt allemaal door die trein. Had ik ‘t op voorhand geweten, dan had ik daar nooit éné voet opgestapt.

 

JULIEN         Die trein heeft daar juist niks mee te maken. Da’s van die vettige hamburger. Daar had je moeten afblijven.

 

MONIQUE     Misschien wel.

 

JULIEN         Da’s zeker. En dan nog met zo’n een klats ketchup daarop. Ik werd al mottig als ik het zag.

 

MONIQUE     Overdrijft niet hé. Daarbij ik zal maar gaan zeker?

 

JULIEN         Ja natuurlijk, je kunt die Francine daar toch niet alleen aan haar lot overlaten.

 

MONIQUE     Och ja… wat moet dat mens denken?

 

JULIEN         Zie je wel.

 

MONIQUE     Ja, ik moet naar ginder.

 

JULIEN         Nu hoor ik u klappen se.

 

(Monique staat op van het bed)

 

JULIEN         Zeg, nog iets, als je straks nog eens naar de wc moet gaan, dan moet je daarvoor niet speciaal naar ’t hotel hier komen hé. Zie dat je onderweg in je broek doet.

 

MONIQUE     Maar in dat casino ga ik ook niet. Met zo een hoop volk rond mij lukt dat nooit. Ge kent me, ik moet daarvoor op mijn gemak kunnen zijn.

 

JULIEN         Je zult nu wel niet meer moeten gaan. Dat pilletje blokkeert alles.

 

MONIQUE     ’t Is te hopen.

 

JULIEN         Allé, heb je nu alles?.

 

MONIQUE     Ik denk het wel.

 

JULIEN         Haast je dan maar.

 

MONIQUE     Jaja Julien. En maak jij nu eens eindelijk die zakken leeg.

 

JULIEN         Jamaar ik was daar toch mee bezig zeker.

 

MONIQUE     Mee bezig?, Toen je op dat bed lag?

 

JULIEN         Ik zal dat wel doen.

 

MONIQUE     Allé, tot straks

 

JULIEN         Ja… tot straks... en blijft ginder hé.

 

MONIQUE AF INKOMDEUR

 

JULIEN         Ze is weg.

 

(Julien helpt Annick onder het bed uit te komen)

 

ANNICK        ‘t Werd hoog tijd. Ik kreeg bijna geen adem meer toen ze op dat bed ging zitten.

 

JULIEN         Serieus?

 

ANNICK        Die matras zakte zo naar beneden, tot tegen mijn neus. Die lucht werd helemaal afgesloten. En dàt hé... dat is heel pijnlijk hé.

 

JULIEN         Amaai zeg.

 

ANNICK        Ik dacht echt dat ik ging versmachten.

 

JULIEN         Ja sorry hé. Dat was nu ook niet voorzien dat Monique hier ging binnenkomen.

 

ANNICK        Allé kom, ’t Is niet erg, ’t gaat wel.

 

JULIEN         En jouw bloemekes zijn ook weg.

 

ANNICK        Ik heb het gehoord.

 

JULIEN         Ik kon nu moeilijk gaan zeggen dat die van jou waren.

 

ANNICK        Trek het je niet aan. ’t Is de geste die telt.

 

JULIEN         Voila, de geste.

 

ANNICK        Ik zou toch nog een beetje willen drinken als dat mag. Is er nog limonade?

 

JULIEN         Ja natuurlijk… Of heb je nu misschien liever iets straffer.

 

ANNICK        Ja, misschien wel...

 

(Julien wil al een van de sterke drank flesjes nemen als Annick zegt...)

 

ANNICK        ... doe er maar een scheutje grenadine bij.

(gaat terug in zetel zitten)

 

JULIEN         Het spijt me, maar grenadine is er niet.

 

ANNICK        Da’s niets... geef dan maar limonade.

(Julien geeft limonade en zet zich ook neer)

 

JULIEN         Allé, daarmee zijn wij nu eindelijk alleen.

 

ANNICK        Ja, het is hier direct veel stiller.

 

JULIEN         Zeg dat wel. Allé drinkt nog maar eens goed... dat we er kunnen invliegen.

 

ANNICK        ’t Is hele zoete hé.

 

JULIEN         Ja, zoete limonade.

 

(Zet glas neer… Een beetje vervelende stilte)

 

JULIEN         Zeg om verder te gaan op daarstraks... dan  ben ik dus de eerste die op jouw annonce gereageerd heeft.

 

ANNICK        Ja, dat is waar.

 

JULIEN         En???  Valt het wat mee?

 

ANNICK        Wel, om heel eerlijk te zijn... ik had niet verwacht dat er zo rap iemand ging bellen.

 

JULIEN         Nee… Ik bedoel… val ik wat mee.

 

ANNICK        Ja zeker?

 

JULIEN         Ah... dat doet mij plezier

 

ANNICK        Maar aan de telefoon klonk jij wel veel jonger.

 

JULIEN         Aan de telefoon?

 

ANNICK        Ja… ik bedoel je stem.

 

JULIEN         Dan had je mij jonger voorgesteld?

 

ANNICK        Nee… allé ik wist niet goed wat ik moest denken.

 

JULIEN         Luister hé Annick, ik voel mij in ieder geval nog jong.

 

ANNICK        Dat is ’t belangrijkste.

 

JULIEN         Ja…ja… euh…

                  

                   Zeg, die prijs... dat is dus 100 euro?

 

ANNICK        Ja… allé, als je dat niet teveel vindt.

 

JULIEN         Nee… absoluut niet. Daarbij, dat zal wel de normale prijs zijn zeker.

 

ANNICK        Ah ja? Ik weet het eigenlijk niet.

 

JULIEN         Ik heb eigenlijk ook zo geen ervaring met die dinges.

                  

                   En in die prijs zit alles in?

 

ANNICK        Hoe bedoel je?

 

JULIEN         Wel euh... dat er geen extra’s bijgeteld worden...

 

ANNICK        Ah... neenee... voor mijn verplaatsing en zo reken ik niks hé Julien.

 

JULIEN         Awel, ik vind dat heel goed dat je met een vaste prijs werkt. Dan weet een mens vooraf waarop en waaronder hé.

 

ANNICK        Ja.

 

JULIEN         Allé, nu we akkoord gaan over de prijs… zullen we er maar stilletjes aan mee beginnen zeker?

 

ANNICK        Als jij dat wilt.

 

JULIEN         ’t Is toch niet de bedoeling dat we hier de hele dag blijven kletsen hé.

 

ANNICK        Nee, natuurlijk niet. Dan kan ik mij misschien in de badkamer gaan klaarmaken.

 

JULIEN         Wel ja, in de badkamer. Da’s een heel goed gedacht.

 

ANNICK        (Staat recht)

 

JULIEN         Doe maar alsof je thuis bent.

 

ANNICK AF BADKAMER

 

(Terwijl Annick in de badkamer is, zoekt Julien in de reiszak­ken naar een spray en spuit wat spray onder zijn armen en in zijn broek)

 

(Annick roept vanuit de badkamer)

ANNICK        Julieeeen…

JULIEN         Ja wat is er?

(Annick gooit vanuit de badkamer haar BH naar binnen)

 

JULIEN         Oh lala...

 

(Julien raapt de bh op en houdt hem onder zijn neus)

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

(Vol paniek tegen Annick)

 

JULIEN         Dedju ’t is niet waar… die Raymond is daar.

 

ANNICK        Julien… Wat nu?

 

JULIEN         Blijf maar daar…  ik wimpel die wel af.

 

ANNICK        Ja.

 

JULIEN         Stil hé.

 

(Julien gooit de BH op de zetel en opent de deur.)

 

ALFREDO OP INKOMDEUR

 

(Alfredo heeft de bloementuil in zijn handen)

 

ALFREDO      Excusi… wat isse er misse met de bloemen?

 

JULIEN         Mis met de bloemen?

 

ALFREDO      Si… Gij vraagt mij rode rozen. En ikke geef u rode rozen. Gij vraagt mij een witte bloem in het midden en ikke steek een witte bloem in het midden. Gij vraagt mij een groene tak en ikke geef u een groene tak. En nu zegt Vicky dat gij de bloemen niet wilt, gewoon.

 

JULIEN         Jawel,

 

ALFREDO      Jamaar… gij geeft ze terug.

 

JULIEN         Ja… euh nee…

 

ALFREDO      Ik heb zoiets van: vind ge ze dan niet schoon?

 

JULIEN         Jawel… ze zijn heel schoon.

 

ALFREDO      (Ziet bh liggen op zetel) Is het misschien de madam die de bloemen niet schoon vindt?

 

JULIEN         De madam? Hier is geen madam.

 

ALFREDO      Geen madam???

 

JULIEN         Nee… geen madam.

 

ALFREDO      En wat is dàt dan?

 

(Alfredo wijst naar de BH die op de zetel ligt)

 

JULIEN         Oh dat?

 

ALFREDO      Si… datte.

 

JULIEN         (Julien neemt de BH) Die is van mij.

 

Die is van mij.

 

ALFREDO      Van meneere?

 

JULIEN         Ja. Euh... ik draag dat soms. (Hij houdt de BH voor zijn borst)

 

ALFREDO      Siiii… ondere de pyjama?

 

JULIEN         Ja. Onder mijne pyjama.

 

ALFREDO      Ooohhhh

                   En isse meneere alleen?

 

JULIEN         Ja… helemaal alleen.

 

ALFREDO      En euh… gij verwacht niemand.

 

JULIEN         Ik? Nee.

 

ALFREDO      No?

 

JULIEN         No.

 

ALFREDO      Nu heb ik ineens zo een gevoel van: waaaaw!!!!

 

JULIEN         Serieus?

 

ALFREDO      Maar euh… wette, ik denk dan zo... voor wie koopte gij danne de bloemen?

 

JULIEN         Euh… voor mij.

 

ALFREDO      Gij koopt bloemen voor uzelve

 

JULIEN         Ja.

 

ALFREDO      Ooohhh (krijgt een siddering)  Dan moette gij de bloemen niete betalen…

 

JULIEN         Niet betalen?

 

ALFREDO      No. Pak ze asse een cadeau van mij.

 

JULIEN         Van u.

 

ALFREDO      Si… Ikke begrijpe dat… ik heb zoiets van: een meneer alleen op de hotelkamer…wette,  eenzame en verlaten. Ikke voele met u mee, gewoon.

 

JULIEN         Ah.

 

ALFREDO      Maar euh… gij moete de bloemen wel water geven.

 

JULIEN         Jaja.

 

ALFREDO      Anders krijgen ze slappe stengels.

 

JULIEN         Ja.

 

ALFREDO      Wette, ik zal dat voor u wel arrangeren... in de badkamer.

 

JULIEN         In de badkamer?!?

 

ALFREDO      Sisi… ikke geef ze een scheuteke water en dan blijven de bloemen kakelvers (gaat richting badkamer)

 

JULIEN         Wacht euh…(tast aan zijn hart)

 

ALFREDO      Seniore… wat is er???

 

JULIEN         Ik voel mij precies niet goed.

 

(Julien laat zich op de zetel vallen.

 

ALFREDO      Oh lala, we gaan er al bij liggen...

 

Terwijl Alfredo zich over hem buigt, glipt Annick uit de badkamer. Ze heeft haar klederen terug aan)

 

ANICK OP BADKAMER

 

(Annick kruipt vliegensvlug onder het bed)

 

ALFREDO      Seniore!!!! Watte gebeure er. Amaai, hij isse van zijne soes.

                   Ik denk dat ik er lucht ga moeten inblazen...

                   (Hij opent met zijn handen de mond van Julien)

                   Ik heb zo het gevoel van: actie... nu!

 

Actie... nu...

 

(Alfredo buigt zich om mond aan mondbeademing toe te passen.

 

 

LICHT UIT


Tweede bedrijf

 

JULIEN, ALFREDO, ANNICK OP SCENE

 

(Julien ligt op het bed. Annick ligt onder het bed en Alfredo staat bij de telefoon. Bij het bed staan de bloemen in een vaas)

 

ALFREDO      Sisi meneere dottore, helemaal van zijne soes.

                  

                   Oppe de grond. En ik hebbe er dan de lucht moeten inblazen.

                  

                   Sisi. Hij isse in kamere 27.

                  

                   Si.

 

                  (Alfredo haakt de hoorn in en zegt nog tegen de hoorn: Toedeloee...

 

ALFREDO      Juliano, zijte geroest, meneere dottore zal komen.

 

JULIEN         Maar dat is toch niet nodig…  ik heb toch al gezegd dat ik mij beter voel.

 

ALFREDO      Ja wette, ikke benne bezorgd hé Juliano. Ik heb zoiets van: bonk op de zetel vallen, dat isse niet goed. Dat isse een teken dat er iets mankeert.

 

JULIEN         Ik mankeer helemaal niks.

 

ALFREDO      Datte zal meneere dottore wel uitvogelen. Blijft nu maar kalm. Alfredo isse bij u.

 

JULIEN         Alfredo, ik ben voor het moment liever alleen.

 

ALFREDO      Juliano… heb de gij nie graag dat ikke bij u ben.

 

JULIEN         Jawel maar…

 

ALFREDO      Ik heb zoiets van: Ik hebbe u gered. Ikke hebbe mijn lippen op uw lippen moeten drukken. Ik heb de lucht in oe moeten blazen.

 

JULIEN         Jaja, dat zal wel zijn.

 

ALFREDO      En kijk eens hoe schoon ikke de bloemen in een vaas heb gezet. Speciaal voor u Juliano.

 

JULIEN         Dat is heel goed, maar nu wil ik wat rusten.

 

ALFREDO      Roest gij maar. Doet de oogskes maar toe. Doet gij maar dodo.

 

JULIEN         Maar ik wil alleen slapen.

 

ALFREDO      Isse geen probleme. Dan ikke ga weg zo datte gij kunt slapen.

 

JULIEN         Prima.

 

ALFREDO      En niet panikeren. Straks kom ikke terug.

 

JULIEN         Hoe jij komt terug?

 

ALFREDO      Sisi. Ikke kom u bezoeken en ikke brenge nieuwe bloemen mee.

 

JULIEN         Dat is niet nodig.

 

ALFREDO      Sisi. Allé slaap maar een beetje. Ikke zal de deur wel toetrekken.

 

JULIEN         Ja, doet ze maar dicht.

 

ALDREDO     Toedeloe.

 

(Alfredo gooit nog een zoentje naar Julien en gaat weg)

 

ALFREDO AF INKOMDEUR

 

(Zodra Alfredo de deur gesloten heeft, wipt Julien uit zijn bed en kijkt onder het bed)

 

JULIEN         Annick… Annick!!!

                   Zeg dat ’t niet waar is hé. Die heeft haar adem niet kunnen pakken.

                   Annick!!!

                   Jamaar zeg… die zal toch niet…

                   Annick!!!

 

ANNICK        (Met heel flauw stemmetje) Ja.

 

JULIEN         Aah… je leeft toch nog.

 

ANNICK        Een klein beetje…

 

JULIEN         Kom er maar terug onder uit.

 

ANNICK        Ik kan niet Julien.

 

JULIEN         Waarom niet?

 

ANNICK        Ik heb precies geen macht in mijn benen.

 

JULIEN         Wacht ik zal je helpen. Schuif je voeten een beetje naar mij.

                   Pas op… ik trek hé.

 

(Julien trekt Annick met haar benen onder het bed uit)

 

ANNICK        Ik had geen lucht meer... ik was aan ’t stikken...

 

JULIEN         Serieus?

 

ANNICK        Ik dacht echt dat ik eraan was, en dat is heel pijnlijk hé Julien.

 

JULIEN         Allé voorzichtig… kom, ik zal je naar de zetel helpen.

 

(Terwijl Annick nog steeds naar adem snakt, ondersteunt Julien haar naar de zetel)

 

JULIEN         Gaat het?

 

ANNICK        Ja.

 

JULIEN         Hier, ga maar even zitten.

 

ANNICK        Dank je.

 

JULIEN         Wil je misschien nog iets drinken?

 

ANNICK        Ja, nog een beetje limonade.

 

JULIEN         (Neemt limonade uit de ijskast) Amaai zeg, die Alfredo wilde maar niet vertrekken.

 

ANNICK        Nee…

 

JULIEN         Als ik die laten doen had, dan was die de hele dag bij mij aan ‘t bed blijven zitten.

 

ANNICK        Dan was ik zeker gestikt.

 

JULIEN         En die wilde maar niet verstaan dat hij moest ophoepelen.

 

ANNICK        Zeg Julien... vind jij ook dat die zo raar praat?

 

JULIEN         Volgens mij mankeert daar iets aan. Die heeft ze niet alle vijf op een rijtje.

                   (geeft limonade) Hier se, drinkt maar eens goed.

 

ANNICK        Dank je.

 

JULIEN         Die heeft een slag van de molen, dat kan niet anders.

 

ANNICK        Dat kan goed zijn.

 

JULIEN         En nu heeft hij de dokter nog opgebeld ook. Seffens staat die hier. Wat moet ik daar nu tegen gaan zeggen?

 

ANNICK        Ik hoop maar dat het Davy niet is.

 

JULIEN         Welke Davy?

 

ANNICK        Mijne man.

 

JULIEN         Is dat een dokter???

 

ANNICK        Ja.

 

JULIEN         Dan hoop ik voor jou dat Alfredo niet met hem getelefoneerd heeft.

 

ANNICK        Ja zeg, als die mij hier moest zien zitten.

 

JULIEN         Doet er me niet aan denken.

 

ANNICK        En als hij dan nog moest weten wat ik hier kom doen.

 

JULIEN         Ja zeker, met al dat gedoe zouden we dat nog vergeten. (wrijft weer in zijn handen)

 

ANNICK        Hij zou het nooit kunnen geloven.

 

JULIEN         Luistert, volgens mij heeft die Davy daar geen affaires meer mee. Hij heeft je buiten gewipt en daarmee is de kous af.

 

ANNICK        Ja. En weet je waarom?

 

JULIEN         Nee.

 

ANNICK        Awel hé, volgens hem heb ik niet genoeg sex-appeal.

 

JULIEN         Vindt die dat?

 

ANNICK        Ja, dat heeft hij vlakaf gezegd en dat hé, dat is heel pijnlijk.

 

JULIEN         Dat zal wel zijn zeg.

 

ANNICK        Daarbij, ik vind van mijn eigen dat ik geen seut ben... Da’s toch waar hé?

 

JULIEN         Jaja.

 

ANNICK        Allé Julien, zeg nu eens eerlijk... wat vind jij van mijne sex-appeal?

 

JULIEN         Ikke?

 

ANNICK        Ja.

 

JULIEN         Ja zeg, nu vraag je iets... Om eerlijk te zijn, ik ken daar eigenlijk niet zoveel van. En daarbij, ik ben ook geen dokter hé.

 

ANNICK        Ja, dat is ook waar.

 

JULIEN         Allé, gaat het nu al terug wat beter?

 

ANNICK        Ja… maar ik voel mij precies toch nog een beetje slappekes.

 

JULIEN         Als ik van jouw plaats was, zou ik een paar keren diep inademen, dat je wat van die jodium binnenkrijgt. Naar ’t schijnt is dat heel gezond.

 

ANNICK        (Ademt diep in) Oei… Als ik diep inadem, dan doet dat hier precies zeer. (wijst naar borstkas)

 

JULIEN         Dat komt door dat bed hé, dat is daar bij jou allemaal wat ingedrukt.

 

ANNICK        (Ademt nog eens diep in) Amaai ja, ik voel het goed.

 

ANNICK        Staat anders eens recht.

 

ANNICK        Rechtstaan?

 

JULIEN         Ja, (staat zelf ook rechtop) allé, kom hier eens bij mij staan.

 

(Annick staat recht en Julien gaat eerst naast haar staan)

 

JULIEN         Kijk, je moet een paar keren diep inademen… zo… dat je de lucht in je borstkas voelt komen.

 

ANNICK        (Ademt) Zo?

 

JULIEN         Ja... maar je moet je borsten wel vooruit steken, dat de lucht de kans krijgt om naar binnen te geraken. Versta je.

 

(Terwijl Annick ademt gaat Julien achter haar staan)

 

ANNICK        Zo?

 

JULIEN         Nog een beetje rechter (trekt haar schouders wat naar achter) dat je de lucht goed voelt, zo...

 

ANNICK        (Probeert diep in te ademen)

 

JULIEN         En nu je borsten naar omhoog, zo...

 

En nu je borsten naar omhoog...

 

(Op het moment dat Julien een poging doet om zijn handen op haar borsten te leggen om te wijzen hoe ze deze naar omhoog moet steken, wordt op de deur geklopt)

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

JULIEN         Dedju, die dokter is daar al.

 

ANNICK        Wat nu?

 

JULIEN         Die mag je hier niet zien…

 

ANNICK        Ah nee.

 

JULIEN         Je moet je verstoppen. (wijst naar het bed)

 

ANNICK        Maar niet meer onder ‘t bed, hé Julien.

 

JULIEN         Nee… niet onder het bed. (wijst naar de badkamer)

 

ANNICK        En ik wil ook niet in de badkamer.

 

JULIEN         Daar ook al niet???

 

ANNICK        Nee... daar komen ze altijd binnen.

 

JULIEN         Waar dan? (kijkt rond)

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

JULIEN         Allé vooruit, in de kast.

 

ANNICK        In die kast?

 

JULIEN         Ja, allé rap...

 

ANNICK        Daar geraak ik toch niet in?

 

JULIEN         Jawel, zonder probleem.

                   (Kruipt in kast) Buk je een beetje.

 

ANNICK        De deur niet vastmaken hé Julien.

 

JULIEN         Nee… maar houdt ze wel tegen dat die ineens niet openvliegt.

 

ANNICK        Ja, ik zal ze tegenhouden.

 

JULIEN         Allé, houd je stil hé.

 

(Op het moment dat Julien de kamerdeur wil openen, opent Annick de deur van de kast.)

 

ANNICK        Julien!

 

JULIEN         Ja, wat is er?

 

ANNICK        Mijn sjakos.

 

(Julien neemt vlug de sjakos en gooit ze in de kast)

 

JULIEN         Stil hé.

 

(Julien doet de deur open en Vicky komt binnen. Ze heeft drie kopkussens in de hand.)

 

DIENSTER OP INKOMDEUR

 

DIENSTER     Dag meneer Julien, ik heb je toch niet wakker gemaakt?

 

JULIEN         Nee toch niet.

 

DIENSTER     En... gaat het nu al wat beter?

 

JULIEN         Beter?

 

DIENSTER     Ja, Alfredo zei dat je heel ziek was en dat hij de dokter heeft verwittigd.

 

JULIEN         Och, zo erg was het allemaal niet.

 

DIENSTER     Hij heeft het daarjuist in de receptie verteld. Hij was helemaal over zijn toeren.

 

JULIEN         Maar nee Vicky… ‘t is eigenlijk allemaal een groot misverstand. Je ziet wel, ik mankeer niks.

 

DIENSTER     Zoveel te beter. Hier… ik heb maar ineens drie extra kopkussens meegebracht.

 

JULIEN         Da’s heel vriendelijk, maar ik heb dat ander kopkussen intussen al gevonden.

 

DIENSTER     Ah ja? Waar lag het dan?

 

JULIEN         Onder het bed.

 

(Vicky gaat met kopkussens naar bed en schikt enkele kopkussens mooi)

 

DIENSTER     Onder het bed???

 

JULIEN         Ja, ik zag het daar ineens liggen.

 

DIENSTER     Hoe kan dat nu toch? Ik heb vanmorgen heel de kamer gekuist.

 

JULIEN         Je zult daar waarschijnlijk overgezien hebben zeker.

 

DIENSTER     Ik begrijp er niks van.

 

(Julien ziet plots de BH van Annick liggen en wil hem verbergen, eerst onder zijn pyjamahemd en dan besluit hij om de BH in de badkamer te brengen)

 

JULIEN         Zeg, je moet daar niet over inzitten, zo erg is dat nu toch ook niet.

 

DIENSTER     Wil je ‘t alsjeblief niet tegen de patron zeggen.

 

JULIEN AF BADKAMER

 

JULIEN         (Praat verder in de badkamer) Maar allé Vicky… waarom zou ik dat nu zeggen. Ik maak daar geen drama over.

 

Vicky stapt tot bij de kleerkast om er enkele kussens in te stoppen. Ze schrikt en laat een gil)

 

DIENSTER     (Gil) Eeehhhhh !!!!!  Een lijk !!!

 

(Valt van het verschieten op de zetel.

Annick komt uit de kast)

 

ANNICK        Amaai die is verschoten.

 

JULIEN OP BADKAMER

 

JULIEN         ’t Is niet waar hé.

 

ANNICK        Wie is dat?

 

JULIEN         Vicky… het kamermeisje.

                   (buigt zich over haar) Vicky…

                   Die is compleet van haar sus.

 

ANNICK        Wat nu?

 

JULIEN         (Klopt tegen haar wang) Vicky!!! Wordt eens wakker.

 

ANNICK        Ze beweegt precies niet.

 

JULIEN         Pak in de badkamer eens vlug een nat washandje.

 

ANNICK AF BADKAMER

 

JULIEN         Vicky… wordt eens wakker.

                   Dedju hoe is dat nu mogelijk…

                   Vicky wakker worden.

                   … Amaai, die heeft het goed zitten.

 

ANNICK OP BADKAMER

 

ANNICK        Hier.

 

(Julien wrijft met het washandje over haar gelaat)

 

JULIEN         Vicky!!!

 

ANNICK        (heeft intussen aan de pols gevoeld) Haar pols klopt toch nog.

 

JULIEN         Dat moest er nog aan mankeren.

 

ANNICK        In die kast kruipen was precies toch ook niet zo een goed idee.

 

Vijf seconden houd ik ze niet in het oog en het was prijs.

 

JULIEN         Vijf seconden houd ik ze niet in het oog en het was prijs. Vicky!!!

 

KLOPPEN OP DEUR

 

JULIEN         Wat nu weer?

 

ANNICK        Da’s geklop.

 

JULIEN         Vlug, we leggen haar op het bed.

 

ANNICK        Op het bed?

 

JULIEN         Ja, Pak haar benen.

                   Heb je ze?

 

ANNICK        Ja.

 

JULIEN         Allé… heffen.

 

ANNICK        Amaai die weegt zwaar.

 

JULIEN         Volhouden, we zijn er bijna. Voorzichtig.

 

(Ze leggen Annick op het bed)

 

ANNICK        En nu?

 

JULIEN         Verstop je.

 

ANNICK        Waar?

 

JULIEN         In de badkamer. Rap rap. En houd je stil hé.

 

ANNICK AF BADKAMER

 

(Julien opent deur)

 

DOKTER OP INKOMDEUR

 

DOKTER       Goedendag meneer, ik ben dokter Verbruggen. Ze hebben mij opgebeld om langs te komen.

 

JULIEN         Ja dokter, dat is juist. Maar eigenlijk was het allemaal een groot misverstand.

 

DOKTER       Een misverstand?

 

JULIEN         Ja, maar allé, trekt het u niet aan, want je komt op dit moment wel als geroepen. Die juffrouw daar is gevallen.

 

(Brengt dokter naar bed)

 

DOKTER       Gevallen?

 

JULIEN         Ja, ze kwam een extra kopkussen brengen en volgens mij is ze uitgeschoven. Ineens hoorde ik ‘boem’ en ze lag op de grond.

 

DOKTER       Wanneer is het gebeurd?

 

JULIEN         Nog maar juist, misschien een minuut of vijf geleden.

 

DOKTER       Is ze met haar hoofd ergens tegenaan gestoten?

 

JULIEN         Dat weet ik niet. Op ‘t moment dat ze viel, was ik in de badkamer. Ik heb dus niet kunnen zien hoe ’t gebeurd is... versta je.

 

DOKTER       En je hebt haar dan op bed gelegd?

 

JULIEN         Ja, ik dacht… daar ligt ze toch wat malser.

 

DOKTER       Hoe is haar naam?

 

JULIEN         Vicky.

 

DOKTER       (Buigt zich over Vicky) Vicky! Vicky!!!

 

DOKTER       Is zij familie?

 

JULIEN         Nee. Zij is een kamermeisje van het hotel hier.

 

DOKTER       Mag ik je dan vragen meneer om een minuut of vijf de kamer te willen verlaten, zodat ik haar kan onderzoeken.

 

JULIEN         Je wilt zeggen dat ik naar buiten moet gaan?

 

DOKTER       Als het kan ja. Misschien kan je een verant­woor­delijke van het hotel verwittigen.

 

JULIEN         Iemand van het hotel?

 

DOKTER       Ja, zeg dat er iemand van het personeel onwel geworden is.

 

JULIEN         Allé, dan ga ik maar.

 

DOKTER       Binnen een minuut of vijf ben ik klaar.

 

JULIEN AF INKOMDEUR

 

DOKTER       Vicky? Vicky!?!

 

DIENSTER     (Kreunt en komt bij)

 

DOKTER       Hallo Vicky… niet schrikken… ik ben dokter Verbruggen.

 

DIENSTER     Een dokter?

 

DOKTER       Ja, je bent gevallen.

 

DIENSTER     Gevallen?

 

DOKTER       Ja. Heb je ergens pijn?

 

DIENSTER     Ik denk het niet.

 

DOKTER       Vertel eens, wat is er juist gebeurd?

 

DIENSTER     Ik weet het niet.

 

DOKTER       Zet je eens rechtop.

 

DIENSTER     Wacht… ik herinner het mij terug?

 

DOKTER       Wat?

 

DIENSTER     Het kopkussen.

 

DOKTER       Welk kopkussen?

 

DIENSTER     In die kast… die kast daar.

 

DOKTER       Wat is er met die kast?

 

DIENSTER     Daar zit een lijk in die kast!

 

DOKTER       Een lijk Vicky?

 

DIENSTER     Ja… in die kast daar!

 

DOKTER       Allé komkom, blijf nu maar kalm, leg je maar terug neer.

 

DIENSTER     Nee, in die kast.

 

DOKTER       Rustig. Je hebt waarschijnlijk een lichte hersenschudding.

 

DIENSTER     Een hersenschudding?

 

DOKTER       Laat mij even voelen (Betast haar hoofd)

 

DIENSTER     Kijk eens in die kast…

 

DOKTER       Rustig.

 

DIENSTER     Daar zit iemand in.

 

DOKTER       Allé goed, ik zal even gaan kijken. Maar blijf dan rustig liggen.

 

(Dokter opent de kast)

 

DOKTER       Zie je wel, daar is helemaal niets.

 

DIENSTER     Hoe kan dat nu?

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

(Dokter opent de deur. Raymond komt binnen)

 

RAYMOND OP INKOMDEUR 

 

RAYMOND     Goeiendag. Ik ben de Raymond.

 

DOKTER       Juist ja, van het hotel hier.

 

Juist ja, van het hotel hier.

 

RAYMOND     Ja. Ik dacht ik zal maar eens gaan zien hoe het er in kamer 27 aan toe gaat.

 

DOKTER       Wel, persoonlijk denk ik dat het niet zo ernstig is, maar ja, met een val weet je nooit.

 

RAYMOND     Ben jij gevallen Julien?

 

DOKTER       Julien??? Excuseer, ik ben dokter Verbruggen

 

RAYMOND     Een dokter? En waar is de Julien dan?

 

DOKTER       Ik heb die even weggestuurd.

 

RAYMOND     Oh. En wie is er dan gevallen?

 

DOKTER       Vicky. Ze ligt daar op ’t bed.

 

RAYMOND     Vicky, ik wist niet eens dat die meegekomen was.

 

DOKTER       Ik vermoed dat ze een hersenschudding heeft… een lichte.

 

RAYMOND     Amaai.

 

DOKTER       Niet erg, maar de eerste dagen zal ze zeker niet kunnen werken.

 

RAYMOND     Da’s ’t een en ’t ander. Zeg, als je wilt zal ik naar mijn vrouw bellen, dat die haar moeder verwittigt.

 

DOKTER       Ja, ik denk dat ze best wordt opgehaald.

 

RAYMOND     Je hebt gelijk meneer doktoor, een momentje, ik zal direct bellen se.

 

(Neemt zijn gsm en drukt toets in)

 

DOKTER       (tegen Vicky) Blijf maar kalm.

 

RAYMOND     Hallo Francine, is Monique daar in de buurt?

                  

                   Nee, da’s niks. Als je ze seffens ziet, zegt dan maar dat ze zo rap mogelijk naar het hotel moet komen.

                  

                   Ja. Vicky is gevallen en de dokter zegt dat ze een hersenschudding heeft.

                  

                   Awel Vicky, de dochter van Monique.

                  

                   Ja, ik wist dat ook niet dat die hier was.

                  

                   De dokter heeft de Julien naar buiten gestuurd. Dat meisje ligt hier in de kamer op ’t bed en Monique moet direct naar hier komen.

                  

                   ’t Is goed. En spoed jullie hé.

 

(Sluit gsm af)

 

RAYMOND     ’t Komt in orde meneer doktoor, mijn vrouw zal haar moeder verwittigen.

 

DIENSTER     Ons ma?

 

RAYMOND     Ja, die komt je seffens halen kinneke.

 

DIENSTER     (Begint te wenen)

 

DOKTER       Wat is er Vicky?

 

DIENSTER     Dat kan toch niet dat ons ma naar hier komt.

 

RAYMOND     Jawel, seffens is die hier.

 

DIENSTER     Nee, dat is niet mogelijk.

 

DOKTER       En waarom kan dat niet Vicky?

 

DIENSTER     Ons ma is al twee jaar dood.

 

DOKTER       Allé, dan is allemaal niet erg hé, blijf nu maar kalm.

 

(Doet teken aan Raymond om even van het bed weg te gaan en zegt dan met zachtere stem)

 

DOKTER       Dat is het gevolg van die hersenschudding. Ze ziet voor het moment overal doden.

 

RAYMOND     Serieus?

 

DOKTER       Ja. Daarnet dacht ze ook al dat er een lijk in de kast zat.

 

RAYMOND     Dan heeft ze volgens mij toch een serieuze duf gedaan.

 

DOKTER       Blijkbaar.

                   (Gaat terug tot bij het bed)

                   Vicky, zet je eens wat rechter... gaat het?

 

DIENSTER     Ik denk het wel.

 

DOKTER       Voel jij je nog duizelig.

 

DIENSTER     Het is precies al iets beter.

 

DOKTER       Dat is zeker, het komt allemaal in orde. Wat denk je, zal het lukken om mee naar beneden te gaan?

 

VICKY          (Wenend) Ik weet het niet.

 

DOKTER       (Tegen Raymond) Hier kan ze uiteraard niet blijven.

 

RAYMOND     Ah nee???

 

DOKTER       Ah... die meneer Julien zal terug naar zijn kamer willen komen.

 

RAYMOND     Ah ja, da’s normaal hé.

 

DOKTER       Daarom is het best dat we haar hier weghalen.

 

RAYMOND     Jamaar, volgens mij zal de Julien daar niks op tegen hebben, dat Vicky op zijn bed ligt.

 

DOKTER       (Glimlach) Nee, dat zal wel niet. Maar geef toe... het past niet hé.

 

RAYMOND     Ik weet niet?

 

DOKTER       Allé meneer, zou jij je dochter alleen achterlaten bij die Julien?

 

RAYMOND     Ja... als jij het zo ziet.

 

DOKTER       (Tegen Vicky) Kom Vicky, we zullen je naar beneden helpen.

 

(Vicky staat recht)

 

DOKTER       Ik denk dat je haar best wat onder­steunt.

 

RAYMOND     Jaja. Gaat het meisje?

 

DIENSTER     Ik denk het wel.

 

DOKTER       Ik zal haar best een paar dagen ziekenverlof voorschrijven.

 

RAYMOND     Ja, als dat nodig is, doe je dat maar.

 

DOKTER       De betaling zullen we beneden wel regelen.

 

RAYMOND     Jaja, da’s geen probleem. Ik zal dat direct wel voorschieten.

                   Alle kom Vicky, voorzichtig.

 

DOKTER, RAYMOND, VICKY AF INKOMDEUR

 

(Zodra de deur sluit, komt Annick loeren aan de wc-deur of iedereen weg is)

 

ANNICK        Julien!… Julien!!…

                   Die is ook al weg.

                   (Kijkt een beetje verweesd rond)

                   Wat moet ik nu doen? Je moet nadenken Annick (zet zich in de zetel) Maar niet te lang, want dan doet het zeer. (Staat terug recht) Ik ga me verstoppen. (Gaat naar het bed en wil eronder kruipen) Nee, niet onder het bed, want daar stik ik. (Gaat naar de badkamer) (Nee, ook niet in de badkamer, want daar komen ze altijd binnen.

                  

GEKLOP OP DE DEUR

 

ANNICK        Oei... ze zijn terug... (kijkt paniekerig rond)... Ik kan nu toch niet opendoen...

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

ANNICK        Oeioei... Ik kruip terug in de kast.

 

JULIEN         (Vanachter de inkomdoor) Annick... doe eens open!!!

 

ANNICK        Julien? Ben jij dat?

 

JULIEN         Ja, doe maar open.

 

ANNICK        (Opent de inkomdeur)

 

JULIEN OP INKOMDEUR

 

JULIEN         Is hij weg?

 

ANNICK        Ja... en dat meisje ook.

 

JULIEN         Allé, dan was ze terug bij haar positieven?

 

ANNICK        Ik denk het. Ik kon het van in de badkamer niet zo goed horen.

 

JULIEN         Dat valt dan al mee.

 

ANNICK        Ik ben content dat je terug bent.

 

JULIEN         Ja, die vijf minuten waren om hé.

                   Zeg die dokter, was dat nu uwe man?

 

ANNICK        Ik heb hem niet kunnen zien, maar zijn stem klonk precies wel heel bekend in mijn oren.

 

JULIEN         Die heeft dan toch niks in de mot gehad.

 

ANNICK        Da’s maar goed ook.

 

JULIEN         Alle, ik hoop dat ze ons nu eindelijk voor een tijd gerust gaan laten.

 

ANNICK        Zeg Julien…

 

JULIEN         Ja, wat is er?

 

ANNICK        Ik weet niet goed hoe ik het moet zeggen, maar euh... ik zou precies ook willen weggaan.

 

JULIEN         Nu al?

 

ANNICK        Ja.

 

JULIEN         En waarom?

 

ANNICK        Ik voel mij hier precies toch niet zo gerust.

 

JULIEN         Ja, dat kan ik verstaan.

 

ANNICK        En als ik niet gerust ben... dan gaat dat bij mij ook niet.

 

JULIEN         Wel, om eerlijk te zijn… ik denk dat het voor het moment bij mij ook niet gaat marcheren.

 

ANNICK        Weet je, toen ik in de badkamer zat, was ik aan ’t denken dat ik misschien toch maar beter een ander werk zoek.

 

JULIEN         Serieus?

 

ANNICK        Ja.

 

JULIEN         Misschien is dat nog niet zo een slecht gedacht.

 

ANNICK        Tegen al die spanningen kan ik niet zo goed tegen.

 

JULIEN         Ja, zo een date, dat is toch altijd een beetje avontuurlijk.

 

ANNICK        Ja, ik dacht eerst… zo is ’t gemakkelijk verdiend… maar ik ben er precies toch niet voor in de wieg gelegd.

 

JULIEN         Awel, ik apprecieer dat je zo eerlijk bent.

 

ANNICK        Echt waar?

 

JULIEN         Ja.

 

ANNICK        Ik dacht dat je misschien kwaad zou zijn.

 

JULIEN         Ikke... helemaal niet. En ik ga je ook niet met lege handen naar huis laten gaan.

 

ANNICK        Hoe bedoel je?

 

JULIEN         Ik ga je betalen, zoals we hadden afgesproken. (neemt zijn portefeuille)

 

ANNICK        Nee Julien, dat is niet eerlijk.

 

JULIEN         Daar kun jij toch niet aan doen hé, dat ’t hier allemaal in het honderd gelopen is.

 

ANNICK        Ja, dat is waar, maar ik vind…

 

JULIEN         Tututut. Hier se, pakt dat maar aan.

 

ANNICK        Echt?

 

JULIEN         Ja.

 

ANNICK        Allé merci dan.

 

JULIEN         En vergeet jouw BH niet.

 

ANNICK        Die heb ik daarjuist al terug aangetrokken.

 

JULIEN         Ja, ver zijn we niet geraakt, maar die heb ik in ieder geval toch vastgehad hé.

 

ANNICK        Ja da’s waar.

                   Allé, dan zal ik maar gaan zeker.

 

JULIEN         Wat denk je... nog een afscheidskusje?

 

ANNICK        Als je dat graag hebt.

 

JULIEN         Allé, kom eens hier, dat ik jou eens goed vastpak.

 

ANNICK        (Gooit haar handtas op het bed en stapt naar Julien. Wanneer ze bijna aan ’t kussen zijn zegt ze: Julien, heb jij graag een gewone kus of heb jij liever een kus met alles op en aan?

 

JULIEN         Een met alles erop en eraan.

 

ANNICK        Ja, dat vind ik een heel goed gedacht

 

(Wanneer Julien Annick wil kussen, wordt op de deur geklop.l)

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

JULIEN         Dedju, kunnen ze een mens hier nu eens nooit gerust laten?

 

ANNICK        Wat nu Julien?

 

JULIEN         Vooruit, in de kast.

 

ANNICK        Terug in die kast???

 

JULIEN         Ja en houdt de deur tegen hé.

 

(Als Julien bijna aan de deur is om deze te openen, opent Annick de deur van de kast)

 

ANNICK        Julien!!!

 

JULIEN         Wat is er?

 

ANNICK        Mijn sjakos.

 

(Julien neemt vliegensvlug de sjakos van het bed, gooit ze in de kast en opent de deur)

 

RAYMOND OP INKOMDEUR

 

RAYMOND     Ben jij de Julien?

 

JULIEN         Ja.

 

RAYMOND     Ik ben Raymond.

 

JULIEN         De Raymond? Allé, aangenaam.

 

RAYMOND     Ja, ik kom je maar verwittigen dat je dochter voor ’t moment beneden in de receptie zit.

 

JULIEN         Mijn dochter???

 

RAYMOND     Ja.

 

JULIEN         Wat doet die daar???

 

RAYMOND     Die zit beneden te wachten op Monique.

 

JULIEN         Op ons Monique? Maar waarom blijft die daar beneden zitten? Die kan toch even goed naar hier komen?

 

RAYMOND     Die is toch hier geweest.

 

JULIEN         Hier???

 

RAYMOND     Zeg Julien, jij hebt toch ook geen slag van de hamer gehad hé?

 

JULIEN         Wat zeg jij nu allemaal?

 

RAYMOND     Jij weet toch dat je dochter een hersen­schudding heeft?

 

JULIEN         Hoe kan ik dat nu weten. Ik zit hier al een hele dag aan de zee.

 

RAYMOND     Vicky toch ook.

 

JULIEN         Vicky!?!

 

RAYMOND     Ah Julien, eindelijk beginnen de klokjes te luiden.

 

JULIEN         Ja Raymond, maar jij weet de klepeltjes precies niet hangen.

 

RAYMOND     Hoe bedoel je?

 

JULIEN         Die Vicky… dàt is mijn dochter niet.

 

RAYMOND     Julien, wat zeg jij nu... is dat je dochter niet?

 

JULIEN         Nee.

 

RAYMOND     En weet Monique dat?

 

JULIEN         Wat?

 

RAYMOND     Dat Vicky je dochter niet is?

 

JULIEN         Raymond, die Vicky dat is een meisje dat hier werkt.

 

RAYMOND     Een die hier werkt?

 

JULIEN         Ja.

 

RAYMOND     Jamaar Julien... die lag hier op jouw bed?

 

JULIEN         Ja natuurlijk... omdat ik ze daar zelf opgelegd heb.

 

RAYMOND     Ooh... jij hebt die daar opgelegd.

 

JULIEN         Versta je ’t niet?

 

RAYMOND     Precies nog niet helemaal Julien.

 

JULIEN         Die Vicky, da’s iemand van het hotel hier?

 

RAYMOND     Aahhh

 

JULIEN         Voila.

 

RAYMOND     En waarom moest ik Monique dan verwittigen?

 

JULIEN         Van wie moest jij dat?

 

RAYMOND     Van die dokter.

 

JULIEN         Wacht eens Raymond... wat heb jij dan gezegd?

 

RAYMOND     Dat ze direct naar hier moest komen.

 

JULIEN         ’t Is niet waar hé Raymond.

 

RAYMOND     Ja zeg… die dokter vroeg dat.

 

JULIEN         Ik wist het dat er vodden gingen van komen.

 

RAYMOND     En ik heb die dokter nog betaald ook.

 

JULIEN         Waarom dat?

 

RAYMOND     Ja, ik dacht dat jij dat ging terugbetalen.

 

JULIEN         Jij kunt veel denken.

 

RAYMOND     Dat was wel 25 euro... En wat nu?

 

JULIEN         Bel maar terug naar ons Monique.

 

RAYMOND     En wat moet ik dan zeggen?

 

JULIEN         Dat het een misverstand is. Dat de vrouwen op hun congres moeten blijven. Dat ze hier niks kunnen komen doen.

 

RAYMOND     Ah ja, dat zou ik kunnen zeggen. (Neemt zijn gsm) Dan zal ik maar bellen zeker.

 

JULIEN         Ja, spoed je maar, voor het…

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

JULIEN         …TE LAAT IS!!!

                   ’t Is niet waar, ze zijn daar.

 

RAYMOND     Dan moet ik niet meer bellen hé Julien?

 

JULIEN         Nee. Stopt dat ding maar terug.

                   En expliceert het nu maar.

 

RAYMOND     Wat moet ik zeggen?

 

JULIEN         Dat ze mogen teruggaan.

 

RAYMOND     Ja, zo kan ik het zeggen... dat ze mogen teruggaan.

 

(Wanneer Raymond de deur opent, komt Alfredo binnen met een grote tuil bloemen)

 

ALFREDO OP INKOMDEUR

 

ALFREDO      Julianooo!

 

JULIEN         Alfredo???

 

ALFREDO      Si… Kijke watte ikke hebbe meegebracht?

 

JULIEN         Bloemen??

 

ALFREDO      Waaaww, gewoon.

 

(Alfredo merkt dat Raymond ook daar is)

 

ALFREDO      Ooh, ikke zie dat de meneere ook nog hier is.

                   Het isse toch niet te erg?

 

RAYMOND     Nee, een hersenschudding.

 

ALFREDO      Een hersenschudding?

 

RAYMOND     Ja, een paar dagen niet werken en ’t is weeral vergeten.

 

ALFREDO      Maar een hersenschudding, ik heb zoiets van: auw, datte isse niet om mee te lachen hé, datte is heel serieus Juliano. Dat isse toch waar hé meneere dottore.

 

RAYMOND     Jaja, dat is juist.

 

JULIEN         Ja en de dokter wilde juist vertrekken, hé Raymond.

                   (Geeft Raymond een duwtje richting deur)

 

RAYMOND     Jamaar Julien, de dokter is toch al weg.

 

ALFREDO      Isse de dottore alle weg?

 

RAYMOND     Ja.

 

ALFREDO      Maare, wie zedde gij dan?

 

RAYMOND     Ikke? De Raymond, een vriend van de Julien.

 

ALFREDO      Ne vriend???

 

RAYMOND     Ja. Ik kwam eens goeie dag zeggen.

 

ALFREDO      Juliano… nu heb ik zoiets van: gij zijt mij toch niet aan ’t bedrie­gen hé.

 

JULIEN         Alfredo!!!

 

ALFREDO      Gij zitte nu toch niet te konklefoezen achter mijne rug. Ik heb zo het gevoel van: ik weet niet wat ik moet voelen... Zo van: how.

 

JULIEN         Maar allé.

 

ALFREDO      Juist nu ikke voor u zo een schoon bloeme heb meegebracht.

 

RAYMOND     Julien, wat denk je, zal ik dan toch maar bellen?

 

JULIEN         Ooh… het is me allemaal teveel aan ‘t worden. Ik kan het niet meer aan.

                   (Laat zich in de zetel vallen om te rusten)

 

RAYMOND     Julien, wat is er?

 

ALFREDO      Pas oppe… Juliano isse weer ziekskes.

                   (Tegen Raymond) Allé sta daar toch niet te staan als een bloemzak. Pakt toch een kussen uit de kast.

                   (Tegen Julien) Juliano, Alfredo isse bij u.

 

(Raymond opent de kast om het kussen te nemen en ziet Annick zitten en schikt)

 

RAYMOND     Aaahhhh!!!!!  Mijn hart!!!! Ahhhh

                   (Zakt door zijn benen en valt boven op Julien in de zetel)

 

 

ROBERTO      Amaai, die is ook al van zijne soes. Alfredo, gij moete er de loecht inblazen. (Wil beginnen met Raymond en zegt dan) Bah nee, ik zal maar beginnen met Juliano.  Ik heb zoiets van: reanimatie nu.

                   (Breng zijn mond naar mond van Julien)

 

LICHT UIT.


Derde bedrijf

 

JULIEN en ALFREDO OP SCENE

 

(Raymond ligt op het bed. Annick zit nog in de kast en Alfredo schikt nieuwe tuil bloemen in een vaas. Julien ligt nog in de zetel)

 

ALFREDO      Voila se Juliano... ziet es hoe schoone de bloeme zijn.

 

JULIEN         Heel goed Alfredo. En hoe is ’t met de Raymond?  Is hij al bijgekomen.

 

ALFREDO      Nee, zijn ogen zijn nog altijd dichte.

 

JULIEN         Amaai.

 

ALFREDO      Hoe isse datte toch mogelijke? Iedereen valt hier van zijne soese. Platte oppe de grond.

 

JULIEN         Da’s van die jodium. Daar zit hier veel te veel van dat spul in de lucht. Dat pakt op een mens zijn adem.

 

ALFREDO      Zijte maar kalm Juliano, zijte maar kalm. Alfredo isse bij u hé.

 

JULIEN         Luister Alfredo... verstaat jij dat nu niet? Ik wil voor het moment rusten.

 

ALFREDO      Roeste gij maar Juliano.

 

JULIEN         Maar ik wil alleen zijn.

 

ALFREDO      Alleene?  Samen met die meneere?

 

JULIEN         Die slaapt toch. Die is van zijne soes.

 

ALFREDO      Si... datte is waare. Allé, ikke zal u laten roesten... Maar, asse er iete isse, dan heb ik zoiets van: belt en ikke zenne direkte hier.

 

JULIEN         Dat is heel vriendelijk.

 

ALFREDO      En straks kom ik teroeg.

 

JULIEN         Toch weer niet?

 

ALFREDO      Si si... en ikke breng verse bloemen voor u mee.

 

JULIEN         Maar Aldredo, dat is nu toch niet nodig.

 

ALFREDO      Sisi, bloeme om de kamer te versieren.

 

JULIEN         Maar het staat hier al vol bloemen en ik weet nu al niet hoe ik dat moet gaan expliceren.

 

ALFREDO      Allé... zijt nu maar kalme en roeste nu maar. Tot straks hé Juliano. Toedeloe.

 

JULIEN         Ja...

 

ALFREDO AF INKOMDEUR

 

(Zodra Alfredo buiten is, wipt Julien uit de zetel en opent de kast)

 

JULIEN         Kom er maar uit, hij is weg.

 

ANNICK        (Komt voorzichtig uit de kast en wijst naar het bed) Maar hij ligt daar nog.

 

JULIEN         Niet aantrekken, die is voor ’t moment compleet buiten westen.

 

ANNICK        Zou het erg zijn? (gaat naar Raymond)

 

JULIEN         Dat zal wel niet zeker.

 

ANNICK        Ik vind toch dat hij er maar witjes uitziet.

 

JULIEN         Denk je?

 

ANNCK         (Neemt zijn pols) Maar zijn pols klopt nog.

 

JULIEN         Da’s al goed.

 

ANNICK        Zeg Julien, zie ik er ook bleek uit?

 

JULIEN         Bleek? Waarom?

 

ANNICK        Iedereen die mij in die kast ziet zitten, denkt dat ik een lijk ben.

 

JULIEN         Maar nee, dat is van ’t verschieten.

 

ANNICK        Oh ik dacht al. Allé, wat doen we nu?

 

JULIEN         Die Raymond kan hier niet blijven hé.

 

ANNICK        Maar zolang hij van zijne sus op dat bed ligt, kan hij toch ook niet weg.

 

JULIEN         Jawel. We stoppen hem in de lift en brengen hem terug naar zijn kamer.

 

ANNICK        Waar is die?

 

JULIEN         Hier juist boven. Kamer 37.

 

ANNICK        Maar allé Julien, hoe gaan wij die hier buiten krijgen?

 

JULIEN         Hem buiten dragen natuurlijk.

 

ANNICK        Zo een zware mens.

 

JULIEN         Dat zal wel gaan. Vooruit Annick, we hebben geen tijd te verliezen. Seffens staat ons Monique hier. Pak hem bij zijn benen.

 

ANICK          En als hij onderweg nu eens wakker wordt.

 

JULIEN         Zoveel te beter, dan kan de rest van het traject te voet afleggen.

 

(Annick en Julien proberen zo goed als het gaat Raymond uit het bed te heffen)

 

ANNICK        Die weegt wel zwaar hé.

 

JULIEN         Bijt maar op je tanden. Allé vooruit, heffen...

 

ANNICK        Amaai...

 

JULIEN         Laat hem niet vallen hé.

 

ANNICK        Neenee...

 

(Zodra ze Raymond tot in het midden van de kamer gedragen hebben, wordt op de deur geklopt)

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

JULIEN         Het is niet waar hé, ze zijn daar al.

 

ANNICK        Wat nu?

 

JULIEN         Vooruit, terug op ‘t bed.

 

ANNICK        Terug?

 

JULIEN         Ja, allé rap. Hef zijn benen naar omhoog.

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

(Vanachter de deur roept Monique)

 

MONIQUE     Julien!!!!

 

JULIEN         Ja, ik kom se!!!

                   (Tegen Annick) Da’s Monique...

 

ANNICK        Dan moet ik mij weer verstoppen zeker.

 

JULIEN         Néé... ik zal zeggen dat jij de dokter bent.

 

ANNICK        Ikke???

 

JULIEN         Ja. Doe dat je Raymond aan ’t onder­zoeken bent.

 

ANNICK        En wat moet ik dan doen?

 

JULIEN         Zeg eens, jij bent met een dokter getrouwd hé, ik niet.

 

MONIQUE     Julien!!!!

 

JULIEN         Ja Monique, ik kom!!!

 

ANNICK        Ik heb niets bij mij om hem te onderzoeken.

 

JULIEN         Heb je niks in je sjakos zitten dat daarvoor kan dienen?

 

ANNICK        Daar zit alleen maar mijn portefeuille in en een pakje condooms en... die 100 euro...

 

JULIEN         Pak dan zijn pols vast en kijk wat in zijn ogen of zo.

 

ANNICK        Nee Julien, ik kan dat niet. Ik steek mij terug weg (wil naar de badkamer gaan).

 

JULIEN         Nee, niet in de badkamer. Zie dat Monique weer last heeft van haar darmen.

 

MONIQUE     (Vanachter inkomdeur) Julien... doe jij nu nog open of niet?

 

JULIEN         Ja Monique.

 

ANNICK        Terug in de kast dan. (kruipt in de kast)

 

JULIEN         Ja, da’s goed. Stil hé.

 

(Julien doet de deur open)

 

MONIQUE EN FRANCINE OP INKOMDEUR

 

MONIQUE     Dat heeft toch altijd nogal wat in eer jij die deur opendoet. Hoe is dat nu mogelijk?

 

JULIEN         Dat komt omdat ik met de Raymond bezig was.

 

MONIQUE     Met de Raymond?

 

(Francine ziet Raymond op het bed liggen)

 

FRANCINE     Raymond???

                   Oei... wat heeft die voor?

 

JULIEN         Die is gevallen.

 

FRANCINE     Gevallen? ‘t Is toch niet erg?

 

JULIEN         Dat zal wel niet zeker.

 

MONIQUE     Dat komt ervan hé als je die zakken hier in het midden van de kamer laat rondslingeren. Dan verschiet ik daar helemaal niet van, dat de mensen daarover vallen.

 

FRANCINE     Raymond jongen toch... Is het erg?

 

JULIEN         Volgens mij is hij buiten westen.

 

FRANCINE     Ja, daar heeft het veel van weg.

 

MONIQUE     En nu loop jij hier nog altijd rond in je pyjama en die zakken zijn nog altijd niet uitgepakt.

 

JULIEN         Zeg Monique, begint daar nu niet over te zagen hé.

 

MONIQUE     Dat ben ik al van daarstraks aan ’t vragen.

 

FRANCINE     Hij zal er toch niks aan overhouden zeker?

 

JULIEN         Hooguit een lichte hersenschudding.

 

FRANCINE     Ocharme... en hij is zo gevoelig in zijn kopke.

 

MONIQUE     En waar is ons Vicky nu?

 

JULIEN         Die is hier niet.

 

MONIQUE     Ja, dat zie ik ook wel. Maar waar is ze?

 

JULIEN         Thuis zeker.

 

MONIQUE     Julien, hang de plezante niet uit hé. Mijne kop staat er absoluut niet naar.

 

JULIEN         Goed, ik zeg al niks meer.

 

MONIQUE     Is dat nu een uitleg? Raymond heeft naar ‘t casino gebeld dat ik direct naar hier moest komen, omdat ons Vicky hier in ‘t bed lag met een hersenschudding.

 

JULIEN         Dat was ons Vicky niet.

 

MONIQUE     Hoe dat was ons Vicky niet? Wie was dat dan?

 

JULIEN         Een meisje van het hotel hier.

 

MONIQUE     Een meisje van het hotel???

 

JULIEN         Ja.

 

MONIQUE     En waarom lag die hier in bed?

 

JULIEN         Omdat ik die daar zelf ingelegd heb.

 

MONIQUE     Julien... wat ben jij hier allemaal aan t doen geweest?

 

JULIEN         Ja zeg, die was gevallen.

 

MONIQUE     Die ook al?

 

JULIEN         Ja.

 

MONIQUE     En waarom belt de Raymond dan naar het casino?

 

JULIEN         Dat meisje heet ook Vicky en de Raymond dacht dat ‘t ons dochter was.

 

MONIQUE     En vanwaar komen al die bloemen?

 

JULIEN         Euh... die zijn van het hotel.

 

MONIQUE     Van het hotel?

 

JULIEN         Ja... die hebben ze gebracht voor die Vicky.

 

FRANCINE     Hij komt precies bij... Raymond... Raymond jongen... ik ben het hé... Francine.

 

RAYMOND     (Half bewusteloos) Francine???

 

FRANCINE     Ja, ik ben het...  Hoe is ‘t?

 

RAYMOND     ’t Gaat.

 

FRANCINE     Heb je ergens pijn?

 

RAYMOND     Pijn?

 

FRANCINE     Ja... in je hoofd?

 

RAYMOND     Nee...

 

FRANCINE     Oh, da’s al goed hé.

 

MONIQUE     Misschien moeten we hem wat water geven?

 

FRANCINE     Wil je iets drinken Raymond?

 

RAYMOND     Ja.

 

MONIQUE     Allé Julien, pakt dan toch eens een glas water.

 

FRANCINE     Gaat het Raymond?

 

(Zodra Julien bijna in de badkamer wordt op de deur geklopt)

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

(Julien opent de deur)

 

DIENSTER     Ah meneer Julien...

 

JULIEN         Hoi Vicky.

 

DIENSTER     Sorry voor daarstraks... voor al de last.

 

JULIEN         Oh, maar dat geeft niet. Hoe is ’t er nu mee?

 

DIENSTER     Al terug beter.

 

MONIQUE     Ben jij die Vicky die hier daarstraks in ons bed lag?

 

DIENSTER     Ja... ik was gevallen.

 

MONIQUE     Maar allé kind, hoe doe je dat toch?

 

DIENSTER     Ik was verschoten.

 

MONIQUE     Verschoten???

 

DIENSTER     Ja... ik wilde een kopkussen in de kast leggen en toen ik die opendeed, dacht ik dat daar een lijk in zat.

 

MONIQUE     Een lijk? In die kast??? (Julien doet teken dat Vicky gek is) Dat kan toch niet he meisje.

 

DIENSTER     Ja... En hoe is ’t met die meneer?

 

JULIEN         Oh... die is ook al terug aan ’t bijkomen.

 

DIENSTER     Da’s al goed. Alfredo heeft het daarjuist in de receptie verteld.

 

MONIQUE     Alfredo? Wie is dat nu weer?

 

JULIEN         Da’s die van de bloemen.

 

DIENSTER     Hij was weer in volle paniek en de patron heeft direct de dokter verwittigd.

 

JULIEN         De dokter?

 

DIENSTER     Ja... die zal seffens wel komen.

 

MONIQUE     Hoor je dat Francine, ze hebben een dokter opgebeld.

 

JULIEN         Allé, we zullen onze plan nu wel trekken... en als er iets is, dan bellen we wel. (duwt Vicky voorzichtig naar buiten).

 

MONIQUE     Zeg eens juffrouw.

 

DIENSTER     Ja? (komt terug binnen)

 

MONIQUE     Je bent je bloemen nog vergeten.

 

DIENSTER     Mijn bloemen?

 

MONIQUE     Ja hier se... en die daar.

 

DIENSTER     Sorry mevrouw, maar die zijn niet van mij hoor?

 

MONIQUE     Jawel. Allé Julien, leg het haar eens uit.

 

JULIEN         Euh... die hebben ze naar hier gebracht omdat jij ziek was.

 

DIENSTER     Wie? Alfredo?

 

JULIEN         Ja.

 

DIENSTER     Ooh... die is toch altijd zo attentvol hé. Ik zal hem direct gaan bedanken.

 

MONIQUE     Jamaar hier, neemt ze maar mee.

 

DIENSTER     Oh ja... zal ik zeker doen. (neemt bloemen aan)

 

JULIEN         Kun je ze dragen?

 

DIENSTER     Ja, ’t gaat wel. En als er iets is bel je maar.

 

JULIEN         Dat zal niet mankeren.

 

VICKY AF INKOMDEUR

 

 

MONIQUE     Wacht, ik zal de Raymond een kopkussen geven, dan kan hij zich wat rechter zetten.

 

JULIEN         Een kopkussen???

 

MONIQUE     Natuurlijk. Dat zit veel gemakkelijker hé jong.

 

JULIEN         Wacht, ik zal dat wel nemen (haast zich naar de kast, doet kast open en Annick geeft het kussen aan hem).

 

MONIQUE     Voelt jij je nu al wat beter?

 

RAYMOND     ’t Gaat wel.

 

FRANCINE     Da’s zeker.

 

MONIQUE     De dokter komt direct, dan kan die jou eens goed onderzoeken.

 

JULIEN         (Geeft kopkussen) Volgens mij gaat de Raymond dan toch beter naar zijn kamer.

 

MONIQUE     En waarom? Die dokter kan hem hier toch ook onderzoeken?

 

JULIEN         Maar daar hebben ze toch meer privacy.

 

FRANCINE     Wat denk je Raymond, zal ‘t gaan om naar ons kamer te gaan?

 

RAYMOND     Ik denk het wel.

 

MONIQUE     Maar hij mag gerust hier blijven, als hij dat wil.

 

FRANCINE     Da’s niet nodig Monique, ik zal hem wel meenemen. Allé kom, sta voorzichtig recht.

 

MONIQUE     Zak niet door je benen hé.

 

RAYMOND     ’t Gaat wel.

 

MONIQUE     Alle Julien, ga eens mee naar boven, dat je de Raymond wat kunt ondersteunen.

 

JULIEN         Ikke?

 

MONIQUE     Ja natuurlijk. Je verwacht toch niet van mij dat ik zo een zware man kan helpen.

 

JULIEN         Maar hij stapt toch al goed. ’t Zal wel alleen gaan zeker Raymond?

 

MONIQUE     Julien!!!

 

JULIEN         Ja, ’t is goed. Maar kom dan ook mee, dan blijven we daar wat zitten.

 

MONIQUE     Als wij allemaal naar boven gaan, dan heeft de Raymond toch weer geen privacy.

 

JULIEN         Jij kunt de deuren van de lift toch open- en toedoen.

 

MONIQUE     Wat voor een vent ben jij nu. Allé vooruit. Ik zal ondertussen die zakken wel leegmaken en alles in de kast leggen.

 

JULIEN         Nee Monique, dat wil ik niet. Ik heb beloofd dat ik dat zou doen.

 

MONIQUE     Beloven doe jij veel, maar ze staan nog altijd op dezelfde plaats als deze morgent.

 

JULIEN         Als ik terug ben, dan is dat mijn eerste werk. Rust jij maar een beetje, voor je weer last krijgt van de diarree.

 

MONIQUE     ’t Is goed, ik zal wat op het bed gaan liggen.

 

JULIEN         Ja, doe dat.

                   Allé kom Raymond, dat ik je naar boven help.

 

MONIQUE     Ik zal de deur tegenzetten, voor ’t geval dat ik moest indommelen, dan kun je terug binnen.

 

JULIEN         Da’s heel goed.

 

RAYMOND, FRANCINE, JULIEN AF INKOMDEUR

 

MONIQUE     (Gaat naar bed en wil zich neerleggen)

                   Maar hoeveel kussens hebben ze hier nu feitelijk op dat bed liggen? (Ze krijgt het op haar heupen en wil een kussen naar de kast brengen. Zodra Monique de kast opent, roept Annick:

 

ANNICK        BOE!!!

 

MONIQUE     (Valt flauw van het verschieten)

 

ANNICK        (Komt uit de kast en ziet Monique liggen)

                   Sorry Madame, maar een ander oplossing schoot mij echt niet te binnen.

                   (Ze buigt zich over Monique)

 

DOKTER OP INKOMDEUR

 

DOKTER       (Duwt inkomdeur open, ziet Monique op grond liggen en gaat onmiddellijk tot bij haar en zegt intussen tegen Annick) Wat doe jij hier?

 

ANNICK        Ik was in de gang toen ik een gil hoorde. Ik ben direct komen kijken en toen zag ik die madame hier liggen.

 

DOKTER       En wat voor kleding heb jij nu aan?

 

ANNICK        Da’s mijn sjanelleke.

 

DOKTER       Op het eerste zicht een onschuldige val. Kom, leg haar even mee op het bed. (Dragen Monique naar het bed. Ondertussen praat hij met Annick) Wat deed jij hier in deze gang.

 

ANNICK        Oh... in één van de kamers logeert een vriendin van mij, en ik wou haar vragen of ik voorlopig bij haar kan intrekken.

 

DOKTER       Allé voorzichtig... we leggen haar neer.

 

Allé voorzichtig...

 

                   (Ze leggen Monique op het bed. De dokter onderzoekt, neemt pols, kijkt in de ogen van Monique die nog steeds bewusteloos is. Ondertussen praat hij verder met Annick)

 

DOKTER       Weet je dat ik al twee weken op zoek ben naar jou?

 

ANNICK        Dat meen je ziet.

 

DOKTER       Toch is het zo. Constant, als ik op de baan ben, kijk in rond, naar links, naar rechts, op de parkings, in de hoop dat ik je ergens zou tegenkomen.

 

ANNICK        En waarom? Je hebt me toch zelf buitengezet.

 

DOKTER       Och Annick... dat was is een vlaag. Je weet toch hoe dat dat gaat, het ene woord brengt het andere mee. En inderdaad, ik heb toen dingen gezegd waar ik achteraf heel veel spijt van had.

 

ANNICK        Ja, en dat is heel pijnlijk.

 

DOKTER       Sorry.

 

ANNICK        Dus je meende niet dat ik het moest aftrappen.

 

DOKTER       Natuurlijk niet.

 

ANNICK        Ah... En hoe zit ‘t met mijne sex-appeal?

 

DOKTER       Waar zit jij toch mee in je hoofd.

 

ANNICK        Ik vond het anders een serieuze belediging, wat je daarover gezegd hebt.

 

DOKTER       Annick... veeg over alles een spons en kom terug bij mij wonen. Ik heb je nodig hé.

 

ANNICK        Echt waar?

 

DOKTER       Ja.

 

ANNICK        Awel Davy, ik jou ook. (omhelzen elkaar)

 

DOKTER       (Geeft sleutel van het huis) Hier is de sleutel, ga al maar naar ons thuis, terwijl ik haar verder onderzoek. Zo vlug als ik kan kom ik ook.

 

ANNICK        Nu heb je mij echt blij gemaakt. (nog een kusje) Maak het niet te laat hé.

 

DOKTER       Zeker niet. Tot straks.

 

ANNICK AF BUITENDEUR

 

DOKTER       (Gaat terug naar Monique) Madame... Madame...

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

DOKTER       (Doet de deur open en Julien komt binnen)

 

JULIEN         Ah, meneer doktoor, je bent al hier. Maar ’t is hierboven dat je moet zijn.

 

DOKTER       Nee, de patiënte ligt hier op ‘t bed.

 

JULIEN         Neenee, da’s mijn vrouw, die ligt gewoon een beetje te rusten.

 

DOKTER       Te rusten? Ze is bewusteloos ja. Ze lag daar op de grond.

 

JULIEN         Zeg dat ’t niet waar is,  die zal toch ook niet... (kijkt naar de kast)

 

DOKTER       Wat???

 

JULIEN         Nee... niks.

 

DOKTER       Ze heeft nog geluk gehad. Mijn vrouw is er bij toeval op uitgekomen.

 

JULIEN         Uw vrouw???

 

DOKTER       Ja, die was net in de gang toen ze mevrouw hoorde vallen.

 

JULIEN         Ooh... (zucht van oplichting)

 

MONIQUE     Julien... (komt bij positieven)

 

JULIEN         Wat is er schat... ben je gevallen?

 

MONIQUE     Ik ben verschoten!!!

 

DOKTER       Leg eens uit mevrouw, waarvan ben je geschrokken?

 

MONIQUE     Daar zit iemand in die kast.

 

DOKTER       In die kast... dat kan toch niet.

                   (Neemt Julien wat terzijde en zegt tegen hem) Dat is waarschijnlijk het gevolg van een lichte hersenschudding. Ze heeft waanbeelden.

 

MONIQUE     Julien, doe die kastdeur eens open... daar zit iemand in.

 

DOKTER       Blijf maar kalm mevrouw.

 

MONIQUE     Nee, kijk eens... Het zei ‘Boem’ tegen mij.

 

DOKTER       Allé, als ik je daarmee kan geruststellen... (gaat naar de kast en opent ze). Zie je wel... helemaal leeg.

                   (Tegen Julien) Da’s niet abnormaal dat ze zoiets denken, dat meisje daarstraks was er ook van overtuigd dat er iemand... (begint te denken)... IN DIE KAST ZAT.

 

JULIEN         Belachelijk hé, wie kruipt er nu in een kast.

 

DONTER       Ja, dat begin ik mij plots ook af te vragen. Excuseer meneer, ik moet dringend naar huis.

 

JULIEN         Zo ineens?

 

DOKTER       Ja, ik heb zo een voorgevoel dat mijn vrouw daar meer van afweet.

 

JULIEN         Jouw vrouw... hoe kan dat nu?

 

DOKTER       Dat zal ik bij mijn volgende bezoek wel uit de doekjes komen doen.

 

DOKTER AF BUITENDEUR

 

MONIQUE     Wat was dat allemaal Julien?

 

JULIEN         Hij moest ineens weg.

 

MONQUE       Waarom denkt hij dat zijn vrouw daar meer vanaf weet?

 

JULIEN         Hoe kan ik dat nu weten, ik ben geen dokter hé.

 

MONIQUE     Julien...Jij hebt met die zijn vrouw hier toch niet op de kamer gezeten?

 

JULIEN         Ikke?

 

MONIQUE     Ja jij.

 

JULIEN         Maar allé Monique... hoe durft je nu zoiets denken.

 

MONIQUE     Ik vind dat toch maar heel raar, hoe dat die dokter ineens vertrokken is.

                   (Staat recht en gaat naar kast) En ik ben er zeker van dat daar iemand inzat.

 

JULIEN         Maar allé Monique... in een kast... dat kan toch niet.

 

MONIQUE     Dat komt ervan se, dat begint weer allemaal op mijn darmen te slaan. (Gaat naar badkamer)

 

MONIQUE AF BADKAMER

 

JULIEN         Zijt nu maar kalm. Ik zal ondertussen die zakken al beginnen leegmaken. (Hij gaat naar de bar en schenkt voor hem een whisky in).   Ja Julien jong, dat is hier precies allemaal nog goed afgelopen.

 

GEKLOP OP DE DEUR

 

ALFREDO      (Komt binnen. Hij is nu heel extravagant gekleed en heeft een pakje) Juliano...

 

JULIEN         Alfredo?????

 

ALFREDO      Zeg maar Frido hoor.

 

Zeg maar Frida hoor.

 

ALFREDO      En hoe is ’t nu met de Juliano?

 

JULIEN         Met mij prima... allé tot nu toe.

 

ALFREDO      Ikke hebbe begrepe Juliano datte gij niet graag bloeme ziet.

 

JULIEN         Ik? Maar jawel.

 

ALFREDO      Nono Juliano, wante elke keer als ikke bloemen breng, dan geeft gij ze terug.

 

JULIEN         Jamaar nee, je verstaat dat verkeerd.

 

ALFREDO      Tututut Juliano... ik heb zoiets van: ik heb heel diep nagedachte en ikke heb een andere cadeau voor u meegebrachte.

 

JULIEN         Een andere cadeau?

 

ALFREDO      Si... (Hij geeft hem een pakje)

 

JULIEN         Een pakje?

 

ALFREDO      Si... en loerde maar es watte inne dat pakske zit?

 

Julien opent het pakje en haalt er een BH uit.

 

JULIEN         Een BH???

 

ALFREDO      Waaaw, gewoon. Voor u Juliano, voor onder de pyjama.

 

JULIEN         Alfredo?

 

ALFREDO      Sisi Juliano, ik weete datte gij dat stiekem draagt.

 

JULIEN         Nee Alfredo, dat kan ik niet aannemen.

 

ALFREDO      Sisi... Allé laat mij eens probere of datte hij paste.

 

JULIEN         Jamaar Alfredo.

 

ALFREDO      Allé Juliano... houdt dat hemdeke nu eens omhoog...

                   (Doet BH bij Julien aan)

 

 

MONIQUE OP BAKAMER

 

MONIQUE     (Komt spuitend met spuitbus uit de badkamer) Julien?!?  Met wat ben je nu weer mee bezig?

 

ALFREDO      Juliano!!! Ik heb zoiets van: wat doete die madame hiere.

 

MONIQUE     Ja, dat vraag ik mij ook af.

 

JULIEN         Luister Monique, ik kan dat allemaal uitleggen.

 

MONIQUE     En sinds wanneer draag jij zwart ondergoed?

 

JULIEN         Ikke?

 

ALFREDO      Juliano, gij gaat gij mij toch niet bediegen met een madame.

 

MONIQUE     En wie is die kwibido hier. Dana International?

 

ALFREDO      Ooh ja, Dana International.

 

JULIEN         Dat is Alfredo.

 

ALFREDO      Siiii, Alfredo van de bloemen en Juliano, en dat isse mijne vriend.

 

FRANCINE OP BUITENDEUR

 

FRANCINE     Monique, ik heb heel goed nieuws, het is al terug veel beter met onze Raymond.

 

JULIEN         Het is niet waar hé, dat wordt echt teveel voor mij. (gaat op het bed zitten).

 

FRANCINE     Oeoeoei... wat heeft de Julien voor?

 

MONIQUE     Ik denk dat die in zijne midlife crisis zit.

 

ALFREDO      Julien... wat zie ik... nu zijn er al twee vrouwen... dat is me teveel. (Valt van zijn stokje op de zetel)

 

FRANCINE     En dat hier??? Wat heeft dat voor???

 

MONIQUE     Kom Francine, laat de Julien maar doen met zijn rose ballerina... wij gaan terug naar het congres.

 

FRANCINE EN MONIQUE AF BUITENDEUR

 

JULIEN         (Staat recht en gaat tot bij de zetel) ‘t Is niet waar hé... Alfredo is van zijne sus... ik ga er moeten lucht inblazen. Ik heb zoiets van: actie nu.(buigt zich voorover en geeft mond aan mond beademing)

 

LICHT UIT