AMAAI MIJN DARMEN
SAMENGEVAT:
EEN DOLKOMISCH STUK, DAT VEEL WEG HEEFT VAN EEN
DEURENSPEL, MAAR ALLES SPEELT HET ZICH AF IN DEZELFDE KAMER... ONDER HET BED,
IN DE KAST, OP HET TOILET...
GESCHREVEN IN 2004.
VOOR DE EERSTE MAAL MET
SUCCES OPGEVOERD DOOR HET KAMERTONEEL ‘DE BEGIJN’
(12 VERTONINGEN nov/dec
2004).
KORTE INHOUD
Omdat JULIEN
wegens overdreven snelheid zijn rijbewijs is kwijtgespeeld, is hij samen met
zijn vrouw MONIQUE met de trein naar Oostende gereden, waar Monique, als
vertegenwoordigster van de '‘Vooruitziende vrouwen’, een congres moet
bijwonen. De treinreis is echter in het honderd gelopen en van de zenuwen is
dat op Monique haar darmen geslagen.
Ook FRANCINE,
een collega van Monique, is voor het congres naar de badstad afgezakt. Waar
Julien echter niet op had gerekend, is dat ook zij haar echtgenoot RAYMOND
heeft meegebracht.
Julien heeft
immers de voorbije dagen stiekem op een annonce van ANNICK gereageerd en hij
hoopt dat, wanneer zijn vrouw in het casino aan het vergaderen is, hij de date
van zijn leven zal meemaken.
Maar niet
alleen RAYMOND, maar ook bloemenverkoper ALFREDO en het kamermeisje VICKY
zullen voor de nodige problemen zorgen.
PERSONAGES
4 dames / 4
heren
MONIQUE huisvrouw
JULIEN haar man
FRANCINE huisvrouw
RAYMOND haar man
ANNICK de date van Julien
VICKY kamermeisje
ALFREDO bloemenverkoper
DAVY dokter
DECOR
Hotelkamer 27
Links: inkomdeur
Midden
achteraan: deur badkamer
Rechts het bed
Midden
vooraan en links salontafeltje en zetels
Eerste bedrijf
KAMERMEISJE, JULIEN, MONIQUE OP INKOMDEUR
Kamermeisje,
Monique en Julien komen de hotelkamer binnen. Het kamermeisje en Julien dragen
elk twee grote tassen. Monique draagt haar handtasje .
DIENSTER Kom maar binnen, dit is jullie kamer.
JULIEN (Verwonderd
in deuropening) Olala.
MONIQUE (duwt
haar man opzij) Allé Julien, laat mij nu toch eens door.
JULIEN Maar pas toch op Monique.
MONIQUE (kijkt
even rond) Dat ziet er hier goed uit hé.
DIENSTER In de bar vind je sterke drank en in dit
ijskastje staan enkele frisdrankjes.
JULIEN (opent
bar) Ik zie het al, we zullen hier geen dorst lijden.
DIENSTER En mocht je vannacht een extra kopkussen
nodig hebben, dan vind je dat hier in deze kast. (Opent de kast en toont het kopkussen)
JULIEN Wel juffrouwke, dat zal zeker van pas
komen, want ik lig graag met mijn voeten wat omhoog.
MONIQUE Ja, dan kan hij zijn tenen beter zien.
JULIEN Monique!
MONIQUE Is dat daar de badkamer juffrouw?
DIENSTER Ja mevrouw, douche en wc.
MONIQUE Dan ga ik me daar eerst eens effen terugtrekken.
Monique loopt naar het wc.
MONIQUE AF BADKAMER
JULIEN Je moet mijn vrouw excuseren, maar ze
heeft voor het moment serieuze last van krampen.
DIENSTER Ze is toch niet ziek?
JULIEN Ziek niet nee, dat zou ik niet zeggen.
Maar we hebben vanmorgen onze trein gemist en je weet hoe dat dat gaat met
vrouwen hé... van puur miserie en ellende is dat allemaal op haar darmen
geslagen.
DIENSTER Oei, da’s vervelend.
JULIEN Ja, ze is nogal gevoelig in haar darmen
en ‘t resultaat is dat ze nu met de diarree zit.
DIENSTER Als je wilt zal ik een pilletje gaan halen.

Och
kind, dat zal niet nodig zijn...
JULIEN Och kind, dat zal niet nodig zijn. Als
mijn vrouw ergens naartoe gaat, dan sleurt ze een halve zak medicamenten mee.
DIENSTER Och ja, dit is de afstandbediening van de
televisie. Bij het uitchecken moet je die wel terug afgeven aan de receptie.
JULIEN Dat zullen we dan zeker doen.
DIENSTER Als je de TV op kanaal 27 zet, dan krijg je
informatie over activiteiten die hier in de stad plaatsvinden.
JULIEN Allé vooruit, dat is wel handig.
DIENSTER Zo mijnheer, de kamer bevalt je?
JULIEN Absoluut, absoluut... Meer moet dat
niet zijn.
DIENSTER Is er misschien nog iets dat ik kan doen
mijnheer?
JULIEN Nee, ‘t ziet er hier allemaal perfect
in orde uit. We zullen onze plan hier wel trekken.
DIENSTER Mocht je nog iets nodig hebben, (toont de parlofoon) dan draai je maar
het nummer ‘1’. Dat is de receptie.
JULIEN Da’s goed, dan zal ik naar jou vragen.
DIENSTER Zoals je wilt mijnheer.
JULIEN Zeg, mag ik dan ook je naam weten?
DIENSTER Ik ben Vicky.
JULIEN Vicky… oh, da’s gemakkelijk om te
onthouden. Mijn dochter, die heet ook zo. Da’s ook een Vicky.
DIENSTER Ah.
JULIEN Ja, ook een heel vriendelijk kind. Maar
euh… (lacht) die heeft zo een ijzeren
ding in haar tong laten steken. Daar zo dwars doorheen, dat ik mij soms
afvraag: hoe kan die nu nog fatsoenlijk klappen. Want volgens mij is dat niet
gemakkelijk, als dat ijzer daar vanbinnen tegen de tanden ligt te rammelen.
DIENSTER Ja, dat zal wel.
JULIEN En volgens mijne zoon, heeft ze op een
paar ander plekken ook nog met zoiets. Maar allé... daar mag ik niks van zien.
DIENSTER Jaja.
JULIEN Ja, wat ze daar plezant aan vindt, daar
versta ik niks van. Maar allé, voor de rest is het een heel proper meisje.
DIENSTER Zoveel te beter. Goed, dan ga ik maar.
JULIEN Wacht eens Vicky (neemt zijn portefeuille uit zijn jas) hier se, dat is voor jou,
voor de goeie service.
DIENSTER Maar dat is helemaal niet nodig mijnheer.
JULIEN Jawel, hier, pak dat maar aan.
DIENSTER Dank je wel mijnheer.
JULIEN Zeg, laat die mijnheer ook maar weg. Ik
heet Julien.
DIENSTER Dank u Julien.
JULIEN Graag gedaan meisje. En als er iets is,
dan hang ik aan de telefoon.
DIENSTER Geen probleem je belt maar. Tot ziens.
DIENSTER AF INKOMDEUR
(Sleurt
de reiszakken van de inkomdeur weg naar binnen midden plaats)
JULIEN Amaai zeg, wat heeft die nu toch
allemaal weeral meegebracht... en dat voor twee dagen naar de zee.
MONIQUE (Vanuit
wc) Julien, pak de toiletspray eens uit de zak?
JULIEN Toiletspray… (Begint ijverig in de zakken te zoeken).
MONIQUE Allé Julien, die lavendelparfum?
JULIEN In welke zak heb jij dat gestopt?
MONIQUE In die zwarte. Dat zit samen bij het
toiletgerief.
JULIEN (Ziet
dat er twee zwarte zakken zijn. Vindt uiteindelijk het parfum en gaat met de
spuitbus naar de wc-deur. Hij opent de deur een beetje en geeft de spuitbus aan
zijn vrouw).
(Monique
trekt wc door en spuit overvloedig met de spuitbus in de badkamer).
MONIQUE OP BADKAMER
(Ze
verlaat de badkamer en spuit met de bus ook wat parfum in de hotelkamer, om de
laatste geurtjes te laten verwijderen).
JULIEN Monique, overdrijf niet met die bus hé.
Je weet dat ik daar overal bubbels van krijg.
MONIQUE Heb je misschien liever dat het hier
stinkt? (zet de spuitbus in wc)
JULIEN Die bus stinkt niet zeker?
MONIQUE Maar nee, da’s lavendel. Dat parfum
gebruiken ze in ’t paleis wel op ‘t toilet.
JULIEN Onze koning? Op zijn wc?
MONIQUE Ja, onze koning.
JULIEN Precies of jij kunt dat weten.
MONIQUE Ja, dat is nu eens iets wat ik weet se...
en dan nog wel uit heel goeie bron.
JULIEN ’t Heeft in de Libelle gestaan zeker?
MONIQUE Nee, niet in de Libelle. Daarbij, dat ’s
geheim.
JULIEN Ooohh… En ik die dacht dat een vrouw
voor haar man geen geheimen mochten hebben.
MONIQUE Precies of jij vertelt alles tegen mij.
JULIEN Ikke… waarom niet?
MONIQUE Laat mij niet lachen.
JULIEN Als ik moest weten welk merk van
wc-papier onze koning gebruikt, dan zou ik dat onmiddellijk komen zeggen.
MONIQUE Ja, ’t zal wel…
JULIEN Zeg eens... hoe is ’t nu met jouw
krampen?
MONIQUE Die WC heeft mij in ieder geval deugd
gedaan.
JULIEN Ik had het toch gezegd dat je in ‘t
station geen hamburger mocht kopen.
MONIQUE Luistert Julien, toen wij in het station aankwamen,
toen rammelde mijn maag van de honger en als ik honger heb, dan moet ik iets
kunnen eten, anders ben ik geen mens.
JULIEN Een vettige hamburger op een nuchter
maag, dat is om miserie vragen.
MONIQUE Daarbij, da’s niet van die hamburger dat mijn
buik overhoop ligt. Da’s van de zenuwen. Ik ben helemaal over toer. Hoe laat
is het nu al?
JULIEN Bijna half elf.
MONIQUE Wat? Al zo laat?
JULIEN Ja.
MONIQUE Binnen een halfuur moet ik in het casino
zijn.
JULIEN We waren veel beter met de auto naar de
zee gereden.
MONIQUE Pardon hé Julien… ik ben mijn rijbewijs
niet voor vijftien dagen kwijtgespeeld.
JULIEN Ja, dat weet ik.
MONIQUE En ik heb niet gelijk als een halve wilde
tegen honderd per uur door de bebouwde kom geracet hé.
JULIEN Ja zeg, ’t is allang goed. Daarbij, jij
hebt zelf toch ook een auto.
MONIQUE Wat wil je nu zeggen… dat wij met dat klein
autootje van mij naar de zee waren gekomen?
JULIEN En waarom niet?
MONIQUE Daarmee op een autosnelweg rijden, da’s pas
levensgevaarlijk. Ze rijden verdomme de wielen vanonder je lijf onderuit.
JULIEN En had jij nu eens niet voor een keer
met mijne Mercedes kunnen rijden.
MONIQUE Da’s een automatiek.
JULIEN Ja en dan?
MONIQUE Met twee pedalen kan ik niet rijden.
JULIEN Och, ’t is altijd iets.
MONIQUE ’t Was allemaal niks geweest als die eerste
trein niet vol volk had gezeten.
JULIEN Ja, nog zoiets… Eerst laat je mij met
al die zakken in die trein sleuren en dan ineens wip je er terug uit en beslis
je om de volgende trein te nemen.
MONIQUE Maar daar was nergens plaats om fatsoenlijk
te zitten.
JULIEN Voor ’t zelfde geld waren die deuren
dichtgeschoven en had ik daar met die kabassen alleen op die trein zitten
koekeloeren.
MONQUE Al rechtstaande naar de zee rijden, met
al dat vreemd volk dat tegen je lijf staat te duwen, daar doe ik niet aan mee.
JULIEN Dat had je toch direct kunnen zien,
toen die trein in ’t station stopte, dat die proppenvol zat.
MONIQUE ’t Is allang goed, we zijn in Oostende
geraakt en da’s het voornaamste. Daarbij, vanaf nu moet ik mij volledig op het
congres concentreren.
JULIEN Ja, en daar ga ik mij nu eens echt niet
mee moeien.
MONIUE ‘t Is je geraden. Da’s een
vrouwencongres.
JULIEN Een vrouwencongres…
MONIQUE Ja, van de vooruitziende vrouwen. Mannen
hebben daar niks te zoeken.
JULIEN Misschien verklappen ze daar deze keer
wel welke kleur van onderbroeken onze koning draagt.
MONIQUE Trekt het nu niet in het belachelijke hé
Julien.
JULIEN Ik zou niet durven.
MONIQUE Nee, ik ken u.
Allé, Ik zal eens in de rapte gaan
zien of Francine al aangekomen is.
JULIEN Dat zal wel. Die zal wel met de auto
gekomen zijn.
MONIQUE Pak jij ondertussen die zakken al maar eens
uit.
JULIEN Moet ik dat doen?
MONIQUE En waarom niet?
JULIEN Hoe weet ik nu waar ik met al die
dinges moet blijven.
MONIQUE In die kast natuurlijk. Leg dat maar een
beetje uiteen... Allé vooruit, begint er maar aan.
JULIEN Ja, direct se.
MONIQUE Allé, tot seffens.
MONIQUE AF INKOMDEUR
(Zodra
Monique de hotelkamer heeft verlaten, neemt Julien zijn gsm en toetst een
nummer in)
JULIEN Hallo, is ‘t met Annick?
…
’t Is hier met Julien De
Groot. Ik heb gisteren met u gebeld voor een afspraakje.
…
Ja sorry... ik ben hier wat
later aangekomen dan verwacht, maar dat komt omdat er onderweg wat complicaties
waren.
…
Neenee, niks erg.
…
Hotel de Wachttoren, dat is
hier vlak bij ’t water… allé vlak bij de zee.
…
Ah ge kent ’t hotel. Ik zit
hier in kamer 27.
…
Neenee… wacht nog maar even,
ik moet mij eerst nog een beetje installeren, versta je. Van het moment dat ik
klaar ben, bel ik terug en dan kom je maar af.
…
Awel ja, da’s goed. Tot
seffens dan.
(Toetst tevreden de gsm af)
JULIEN Waar zo een vrouwencongres toch goed
voor is.
(Neemt de binnenhuistelefoon en belt de receptie)
JULIEN ’t Is hier met kamer 27. Is het
misschien mogelijk om binnen een minuut of tien een tuiltje bloemen naar de
kamer te brengen?
…
Oh, pakt daar maar wat rozen,
een stuk of zeven. En steekt er in ’t midden een witte in.
…
Voila, met een takje groen,
dat is ’t.
…
En gaat dat ook om daar een
kaartje bij in te steken?
…
Schrijft daar maar op: “Om
het lange wachten te vergulden”.
…
Te vergulden”.
...
Nee, een naam moet je daar
niet onder zetten.
…
Da’s in orde. En zet dat maar
op de rekening.
…
In orde.
(Haakt telefoon in)
JULIEN Voila, da’s ook al geregeld.
Nu is ‘t te hopen dat die
Annick er een beetje convenabel uitziet. Maar ja, dat zal wel zeker.
(fantaseert alsof Annick aankomt) “Dingdong. Ooh, daar wordt gebeld.”
(doet de deur open en fantaseert alsof Annick binnenkomt. Hij sluit de deur
niet helemaal) “Kom binnen Annikske.
Ooh,
wat zie jij er sexy uit.
Wat
zeg je? Kun jij je al niet meer inhouden? Wel dat gevoel heb ik nu ook.
Hier
se, leg je maar neer op het beddeke in beginpositie”.
(Julien
gaat rechtop op het bed staan en klopt als een aap met beide vuisten op zijn
borst terwijl hij een brullend geluid maakt)
JULIEN Boeoeoeoeoeo!!!
MONIQUE EN FRANCINE OP INKOMDEUR
(Monique
en Francine duwen de hoteldeur verder open en komen de kamer binnen. Ze zien
Julien op het bed staan en horen zijn gebrul)
JULIEN Beoeoeoeoeoeoe!!!!
MONIQUE JULIEN?!?!!!!
JULIEN (Hoort
zijn vrouw en begint plots te hoesten).
MONIQUE Wat sta jij daar te doen???
JULIEN (kucht)
Daar zit iets in mijn keel.

Daar zit iets in mijn keel.
MONIQUE In je keel?
JULIEN Ja, hier zo (kucht)
MONIQUE En moet je daarvoor zo staan brullen?
JULIEN Ja, ‘t wilde er niet uitkomen. Volgens
mij zit het er nog altijd in.
MONIQUE Allé vooruit, kom van dat bed af.
JULIEN (Komt
van bed)
MONIQUE Da’s Francine, de collega van mijn werk. Ze
is maar direct mee naar ons kamer gekomen.
FRANCINE Dag Julien… zal ik maar zeggen.
Dag
Julien... zal ik maar zeggen
JULIEN (kucht)…
Sorry voor mijn gekuch.
FRANCINE Dat geeft niet. Dat komt door de jodium.
JULIEN Door wat?
FRANCINE De jodium. De zeelucht.
JULIEN Ah?
FRANCINE Dat maakt alle microben los.
JULIEN Wel, nu je het zegt… ‘t moet dàt
geweest zijn, wat ik in mijn keel voelde.
MONIQUE Da’s dan wel een serieuze scheut jodium die
jij ingeademd hebt, zoals jij daar stond te brullen. Je was precies een oerang
oetang.
FRANCINE Aan de kust moet je altijd heel diep
inademen… zo… dat je de zeelucht vanonder in je ribbenkas voelt. Da’s heel
gezond.
JULIEN Ik zal er proberen op te letten.
MONIQUE Zeg Julien, ik heb toch gezegd dat je die
zakken moest uitpakken.
JULIEN Moet dat nu allemaal direct?
MONIQUE Als mijn klederen daar blijven inzitten,
dan zijn die straks helemaal gekreukt.
JULIEN Ik zal dat seffens wel doen se.
MONIQUE (tegen
Francine) Da’s omdat wij hier zo laat gearriveerd zijn, dat ik dat zelf
niet kunnen doen heb.
FRANCINE Och… Julien zal zich daar wel mee bezig
houden hé.
MONIQUE Ik hoop het. Allé, ik denk dat ik alles
heb.
FRANCINE Heb jij dat verslag van de laatste vergadering?
MONIQUE Ja, dat zit in mijn sjakos.
FRANCINE Dan zullen we maar gaan zeker?
MONIQUE ’t Is hoog tijd ook.
Julien, ’t zal pas tegen de
avond zijn dat we terugkomen.
JULIEN Naar mij moet je niet zien. Neem gerust
jullie tijd. Ik weet dat op een vrouwencongres heel veel belangrijke dinges
moeten besproken worden.
MONIQUE Als je dat maar weet.
JULIEN Ik zal mij hier wel bezig houden.
FRANCINE Mijn man is ook mee naar de zee gekomen. Je
moet daar niet van verschieten als die in de loop van de dag hier aan de deur
komt bellen.
JULIEN Hier?
FRANCINE Ja, ik ken hem, die heeft echt een hekel
aan alleen zitten.
MONIQUE Ik heb tegen Raymond gezegd dat wij op
kamer 27 liggen. Als hij dan komt, dan hebben jullie wat klap onder elkaar.
(Tegen Francine) Allé kom Francine, we moeten gaan.
FRANCINE (Gaat
mee naar de deur, maar keert dan terug naar Julien) Ja, volgens mij zal die
niet lang alleen op zijn kamer blijven.
MONIQUE Da’s toch goed hé Julien, dan heb jij ook
wat gezelschap.
(Tegen Francine) Allé vooruit Francine, ’t is tijd.
FRANCINE (Gaat
mee naar de deur en keert terug naar Julien) En anders ga je maar naar ons kamer.
Het is nummer 37, hier juist boven.
MONIQUE Kom Francine, straks arriveren we daar nog
als laatste man. Julien tot straks hé.
JULIEN Ja tot straks.
FRANCINE Dag Julien.
JULIEN Jaja, en amuseer jullie hé.
MONIQUE EN FRANCINE AF INKOMDEUR
JULIEN Verdomme, die haar man is in ’t
hotel... Julien jong, daar gaan vodden van komen als je niet oppast. Maar die
gaat nu toch niet denken dat hij hier mijn heel weekend kan komen verbrodden. (Praat nu naar het plafond toe richting
bovenkamer) Knoop het in je bolleke hé maat, ik ben niet van plan hier
babysit te spelen hé, voor jou ben ik niet thuis.
(Opent
één van de zakken, haalt er wat blouses uit, legt ze op de grond en zucht)
JULIEN Wat heeft die nu toch allemaal
meegebracht?
…
Zeg, dat ze daar zelf eens
haar plan mee trekt hé.
(Steekt de blouses terug in de zak.
Neemt zijn gsm en toetst nummer in)
JULIEN Hallo met Annick?
…
Het is zover hé, ik ben in
blije verwachting.
…
Ja, kamer 27. Da’s op ‘t
tweede verdiep.
…
Allé, tot direct hé.
(Sluit gsm af.
Zwiert
haastig de bagage opzij. Haalt uit één van de zakken een spuitbus met deodorant
en spuit wat onder zijn armen en in zijn broek)
GEKLOP OP DE DEUR
JULIEN Ah, de bloemen.
(Julien doet de deur open).
ALFREDO OP INKOMDEUR
(Alfredo, de bloemenverkoper is qua kleding en
taalgebruik duidelijk een homo)
ALFREDO Voilavoilavoila… hier benne ikke er al
mee, zeven prachtige rozekes voor kamer 27.
JULIEN Awel, dat noem ik nu nog eens service
se mijnheer.
ALFREDO Meneere? Nonono. Ik heb zoiets van: zeg
maar Alfredo.
JULIEN Alfredo.
ALFREDO Sisi… Alfredo van de bloemekes. Ikke
brenge de bloemekes naar alle kamers. Gewoon wette?
JULIEN Da’s vriendelijk.
ALFREDO En euh… vallen ze een beetje in de smaak.
JULIEN Jawel, ze zien er schoon uit.
ALFREDO Ja, ik heb ook zoiets van: wauw. Maar
euh.... ge moet ze binnen het uur wel in een scheuteke water zetten, want
anders blijven de stengels niet goed rechtstaan, wette?

Ik
heb ook zoiets van wauw...
JULIEN Je wilt zeggen dat ze anders
verslensen.
ALFREDO Ja, en ik heb zoiets van: ne slappe
stengel, wat zijde daarmee? Wette?
JULIEN Ja, daar heb je gelijk in.
ALFREDO Dusse, niet vergeten hé.
JULIEN Zijt gerust Alfredo, je mag op je twee
oren slapen.
ALFREDO Oei, datte isse heel moeilijk.
JULIEN Wat?
ALFREDO Oeppe de twee oren slapen.
JULIEN Da’s bij wijze van spreken hé.
ALFREDO Oche ja... natuurlijk. Allé, toedeloe.
JULIEN Ja toedeloe...
ALFREDO AF INKOMDEUR
(Bekijkt
even het kaartje dat ze erbij gestoken hebben en steekt het tevreden terug.
Kijkt dan rond op zoek naar een vaas)
JULIEN Ik kan die bloemen nu toch moeilijk in
een vaas gaan zetten. Daarbij, wie geeft er nu bloemen af in een vaas.
(Hij legt de bloemen op het tafeltje)
JULIEN Ja zeg, ze moet er zelf haar plan maar
mee trekken. Als ze hun koppeke laten hangen, dan is ’t maar zo.
GEKLOP OP DE DEUR
JULIEN Ah… dat zal ze zijn.
Julien
kijkt nog eens vlug in de spiegel of zijn haar goed ligt en doet de kamerdeur
open.
ANNICK OP INKOMDEUR
(Annick,
komt heel schuchter en verlegen op. Ze is een echte seut of truut, maar ze is
wel
heel
uitdagend gekleed. Heel kort rokje, kousen... Ze lispelt.)
JULIEN Annick?
ANNICK Julien?
JULIEN Ja, ik ben Julien. Allé, kom binnen,
want ik begon al een beetje ongeduldig te worden hé...
ANNICK Merci…
Amaai, een schoon kamer.
JULIEN Ja, ’t is nu niet de grote luxe, maar
alles is erop en eraan. En op televisie hebben ze hier zelfs een speciaal
kanaal om te laten zien wat er in ’t stad te doen is.
ANNICK Amaai.
JULIEN Ja, maar allé, jij bent niet gekomen om
naar de televisie te kijken hé Annick.
ANNICK Nee, dat zal wel niet zijn hé.
JULIEN Ah hier se, die zijn voor jou.

Hier
se, die zijn voor jou.
ANNICK Voor mij?
JULIEN Ja, om ‘t goed te maken dat ik je
zolang laten wachten heb. (geeft bloemen)
ANNICK Rozekes… oohhh dat zijn mijn
lievelingsbloemen.
JULIEN Dàt valt dan al mee.
ANNICK Merci hé.
JULIEN Ge moet eens kijken, daar zit nog een
kaartje bij in.
ANNICK Een kaartje????
JULIEN Ja, daar se (wijst het).
ANNICK (neemt
het en leest) ‘Om het lange wachten te vergulden’. Ooh, da’s heel vriendelijk.
JULIEN Ja, dat was ’t eerste dat mij te binnen
schoot.
(Annick
blijft even met de bloemen in haar hand staan en zegt dan)
ANNICK Allé merci.
JULIEN Graag gedaan.
ANNICK (Staat
wat onnozel met die bloemen in haar handen) Ik zal ze misschien voorlopig
maar terug neerleggen zeker?
JULIEN Ja natuurlijk... je moet die niet
blijven vasthouden. Maar allé, ga toch zitten.
ANNICK Dank u meneer.
(Julien en Annick zetten zich in de zetel.
JULIEN Zeg, laat die meneer maar ook maar weg
hé... zeg maar Julien tegen mij.
ANNICK Julien... da’s ook een schone naam hé.
JULIEN Vind je?
ANNICK Ja... allé ik wil zeggen, dat ligt toch
gemakkelijk in de mond hé.
JULIEN Ja, dat wel. Zeg, heb je ‘t gemakkelijk
gevonden?
ANNICK Ja, dat ging wel. Ik woon zelf ook in
Oostende.
JULIEN Ah, jij bent van hier.
ANNICK Ja.
JULIEN Ja, dan zal ’t wel geen probleem
geweest zijn.
(Ze lachen verlegen en verveeld naar elkaar)
JULIEN Vooruit, wat denk je, zulle we iets
drinken?
ANNICK Jaja, dat mag.
JULIEN Ik zal eens zien se wat de bar hier
schaft… (gaat naar barkast) Wat mag
het zijn? Brandy, sherry, cognac, baileys, martini…al wat je
wilt hé.
ANNICK (Reageert
niet)
JULIEN Zeg ’t maar.
ANNICK Melk.
JULIEN Watte?
ANNICK Of nee... geef mij maar iets straffer:
een cacao.
JULIEN Een cacao???
ANNICK Als je dat hebt ja.
JULIEN Misschien in de frigo (doet frigo open). Nu moet ik jou
teleurstellen, ik zie hier enkel cola en limonade en water.
ANNICK Geef dan maar een limonade.
JULIEN Een limonade... allé vooruit, dan zal
ik voor mij ook maar ene nemen.
(Gaat terug bij Annick)
JULIEN Voila se, op je gezondheid.
ANNICK Gezondheid.
JULIEN En vooral... op een vruchtbare dag.
ANNICK Ja.
JULIEN Ja, ik was vandaag een dagje alleen aan
de zee en daarmee dacht ik… ik zal maar eens iemand opbellen.
ANNICK Ah...
JULIEN Je verstaat dat wel hé, een man...
alleen.... aan de zee...
ANNICK En je hebt mijn nummer uitgekozen?
JULIEN Ja. Dat was nu eerlijk gezegd wel
toeval... je stond als eerste in de krant.
ANNICK Ik had het wel verwacht.
JULIEN Ah ja?
ANNICK Dat komt omdat mijn naam met een A
begint.
JULIEN Met een A??? Och ja… Annick en A
…
Zeg euh... doe jij dat
allang?
ANNICK Wat?
JULIEN Awel... zo van die annonces zetten?
ANNICK Ik? Nee.
JULIEN Ah nee?
ANNICK Om eerlijk te zijn… ’t is de eerste
keer.
JULIEN De eerste keer???
ANNICK Ja.
JULIEN Dan ben je in feite nog maar juist begonnen
met… enfin je verstaat wel wat ik bedoel hé
ANNICK Ja… jij bent de eerste die naar mij
gebeld heeft.

Allé,
dan ben ik een soort proefkonijn?
JULIEN Da’s straf. (lachend) Allé, dan ben ik een soort proefkonijn?
ANNICK ’t Is daarom dat ik mij nog niet
helemaal op mijn gemak voel.
JULIEN Oh… Dat geeft niet. Dat moet jij je
niet aantrekken. Daarbij, ik zal eerlijk zijn, ik ben daar eigenlijk ook niet
zo een straffe in.
ANNICK Dat stelt mij al een beetje gerust.
JULIEN Maar wat ik mij nu wel afvraag hé, hoe
ben je op het gedacht gekomen om...
ANNICK Dat komt door mijne man.
JULIEN Ooh… jij bent getrouwd?
ANNICK Ja... allé niet meer.
JULIEN Ah, gescheiden?
ANNICK Nog niet.
JULIEN Dan toch nog getrouwd.
ANNICK Ja, in feite wel. Mijne man heeft mij
aan de deur gezet. En dat is heel pijnlijk hé.
JULIEN Daar kan ik inkomen.
ANNICK Ja, een maand geleden moest ik mijn
valies pakken. Kun jij je dat voorstellen, een vrouw zoals ik... alleen op
straat... dat is pijnlijk hé julien.
JULIEN Jaja.
ANNICK En mijn geld is bijna op en daarmee
dacht ik… enfin.. ge weet wel... versta je het?
JULIEN Jaja, natuurlijk versta ik dat.
ANNICK Eerst durfde ik niet zo goed.
JULIEN Ja zeg, dat zal wel zijn.
ANICK Maar toen dacht ik zo bij mijn eigen:
“Annick... want dat is mijne naam hé Julien... enfin niet Julien, maar Annick
hé...
JULIEN Jaja
ANNICK Annick hangt de seut niet uit.
JULIEN De watte?
ANNICK De seut !
JULIEN Ah ja.
ANNICK En toen ben ik een krant gaan kopen en
zo is ’t dan begonnen.
JULIEN Allé zeg.
ANNICK (Julien
drinkt van zijn limonade en daarmee ziet Annick duidelijk zijn trouwring) En jij Julien, jij bent ook getrouwd?
JULIEN Ikke? Allé... hoe kom je daarbij?
ANNICK Omdat jij een trouwring aanhebt.
JULIEN Ah ja… die ring.
Ja, ik ben ook getrouwd… Allé
zo een klein beetje.
GEKLOP OP DE DEUR
JULIEN ’t Is niet waar hé. Die Raymond is toch
niet daar?
ANNICK Ooh, verwacht jij nog iemand?
JULIEN Nee, da’s de Raymond.
ANNICK Ah. En wie is die Raymond?
JULIEN Da’s de man van Francine.
ANNICK Ah… en wie is die Francine?
JULIEN Da’s een collega van Monique
ANNICK Van Monique?
JULIEN Mijn vrouw.
ANNICK En komen die ook allemaal?
JULIEN Neenee. Die Raymond heeft hier niks te
zoeken. Ik laat hem gewoon niet binnen. We zullen doen alsof hier niemand is.
ANNICK Ja, da’s een heel goed gedacht.
JULIEN Sssttt stil.
GEKLOP OP DE DEUR
JULIEN Die gaat daar toch niet staan blijven
kloppen hé.
ANNICK Da’s wel heel spannend hé Julien.
JULIEN Weet je wat, ik trek rap mijn pyjama
aan en ik zal hem zeggen dat ik mij niet goed voel.
(Grijpt naar tas en trekt vliegensvlug zijn pyjama aan)

ANNICK Ja, da’s een heel goed gedacht.
GEKLOP OP DE DEUR
JULIEN Allé, verstop jij je maar in de badkamer,
dan wimpel ik hem sito presto af.
ANNICK Ja, want anders kan die mij hier zien hé
(Gaat vlug naar de badkamer)
JULIEN Zeg Annick, pak je glas maar mee hé.
ANNICK Och ja, want dat is mijne limonade hé.
(Gaat in de badkamer en komt even later terug uit de kamer)
ANNICK Julien, laat me daar niet te lang alleen
zitten hé.
JULIEN Natuurlijk niet. Je zult zien, ‘t Is
een kwestie van seconden. Allé, hou je stil hé.
ANNICK AF BADKAMER
(Julien opent de kamerdeur)
MONIQUE OP INKOMDEUR
MONIQUE Amaai, dat heeft nogal wat in eer jij die
deur opendoet.
JULIEN Monique???
MONIQUE En hoe sta jij hier nu? In je pyjama?

Hoe
sta jij hier nu? In uwe pyjama?
JULIEN Ja, ik was nog een beetje op het bed
gaan liggen.
MONIQUE Toch niet ziek?
JULIEN Volgens mij heb ik veel te veel van die
jodium binnengekregen.
En wat doe jij hier? Waarom ben
je teruggekomen???
MONIQUE Och, zwijg stil, onderweg naar het casino
kreeg ik opnieuw van die krampen. Ik dacht: ‘ik haal het nooit’ en daarom ben
ik maar in de rapte teruggekomen om eerst nog eens goed naar de wc te gaan.
JULIEN Naar de wc te gaan???
(gaat voor haar staan alsof hij de wc-deur wil barricaderen)
MONIQUE Ja.
JULIEN Hier???
MONIQUE En waarom niet?
JULIEN Kom jij daarvoor terug?
MONIQUE Ja, als je er niks op tegen hebt. Daarbij,
je weet hoe vervelend in het vind om op een ander te gaan. En zeker nu met die
diarree.
(Julien
probeert Monique af te leiden van de wc, zodat Annick daar kan ontsnappen)
JULIEN Och ja, kom eens kijken, ik heb je
bloemen gekregen.
MONIQUE Mijn bloemen???
JULIEN Ja, hier zijn ze, ze hebben die
daarstraks gebracht? (Neemt Monique mee
naar
salontafel)
MONIQUE Wie?
JULIEN Iemand van het personeel. Die is daar
ineens mee aangekomen.
ANNICK OP BADKAMER
(Annick
loert uit wc-deur, ziet dat Monique met haar rug naar haar staat, komt
voorzichtig uit de wc. Julien doet tijdens de volgende dialoog teken aan Annick
dat ze ook haar limonadeglas uit de badkamer moet helen, het op het barkastje
moet zetten en onder het bed moet kruipen)
MONIQUE En voor wie zijn die?
JULIEN Ja Monique, ik dacht dat jij die voor
mij gekocht had.
MONIQUE Ikke? Maar ik heb helemaal geen bloemen
gekocht.

Maar
ik heb helemaal geen bloemen gekocht.
JULIEN Da’s straf.
MONIQUE En als die niet van mij zijn, en die zijn
ook niet van jou, dan vraag ik mij wel af van wie dat die komen?
JULIEN Ik dacht echt dat jij die voor mij had
laten brengen.
MONIQUE Julien… je weet nu toch goed genoeg dat ik
met zo’n prullen niet zit.
JULIEN ’t Is waar, dat had ik kunnen weten.
MONIQUE Misschien zijn die bloemen nog bestemd voor
de mensen die hier voor ons gelogeerd hebben.
JULIEN Dat zou wel eens kunnen zijn.
MONIQUE Ik ga er mij in ieder geval geen kopzorgen
over maken, ik heb al last genoeg van mijn darmen. Pas op, ik ga naar de wc,
voor het te laat is.
MONIQUE AF BADKAMER
(Zodra
Monique in de badkamer is, gaat Julien op zijn knieën voor het bed zitten)
JULIEN Al een geluk dat je uit de badkamer
gekomen bent.
ANNICK Wie is dat?
JULIEN Da’s Monique… allé, mijn vrouw.
ANNICK En wat nu?
JULIEN Geen paniek. Die is direct terug weg.
ANNICK ’t Is te hopen, want ik lig hier niet
gemakkelijk.
JULIEN Heb je misschien graag een kopkussen.
ANNICK Als ’t kan ja.
JULIEN Een momentje, ik zal een pakken.
(Julien neemt het kopkussen uit de kast)
MONIQUE (Roept
vanuit de badkamer) Julien, kijk eens in het medicamentenzakje of daar immodium
in zit.
(Julien geeft het kopkussen aan Annick)
JULIEN (Tegen
Annick) Hier se… Gaat het?
ANNICK Ja.
JULIEN (Tegen
Monique) Waar zit dat medicamentenzakje?
MONIQUE Van
voor in die grijze zak.
(Julien
zoekt, rommelt in zak met medicamenten maar vindt niets)
JULIEN Je hebt een half apotheekkast
meegebracht, maar geen immodium.
MONIQUE Belt
dan eens naar de receptie en vraag of ze een paar pilletjes naar de kamer
willen brengen.
JULIEN Denk je dat ze dat gaan doen?
MONIQUE En
waarom niet? Dat zal hier toch nogal eens gebeuren zeker dat er iemand met de
diarree zit.
(Neemt telefoon en draait het nummer van receptie)
JULIEN ’t Is hier kamer 27. Mijn vrouw zit
voor het moment met een serieuze diaree en ze vraagt of het mogelijk is om een
paar pilletjes immodium naar de kamer te brengen.
…
Ja. Kamer 27. Dank u.
(Haakt telefoon in)
JULIEN Ze zullen ‘t direct brengen.
MONIQUE ’t
Zal nodig zijn. ’t Is één en al water wat er uit mijn buik loopt.
JULIEN Water? Zoveel heb je toch niet
gedronken hé.
(Tegen Annick) Gaat het?
ANNICK Ja.
MONIQUE Hebben
wij extra wc-papier bij?
JULIEN Is die rol al op?
MONIQUE Nee…
om mee te nemen naar het casino.
JULIEN Maar trekt toch gewoon wat blaadjes van
die rol af, dat zien ze toch niet als daar een paar velletjes aan mankeren.
(Tegen Annick) Ze heeft bijna gedaan.
MONIQUE Julien
heb jij die zakken nu al leeg gemaakt?
JULIEN Ik zal dat direct wel doen.
MONIQUE Tegen
dat we naar huis gaan zeker. Hoe komt dat nu toch dat ik tegen u alles honderd
keer moet zeggen.
JULIEN Dat steekt nu toch niet op vijf minuten
zeker.
(Monique trekt wc door en spuit met de spuitbus in het
rond)
MONIQUE OP BADKAMER
(Monique wil ook in de kamer spuiten)
JULIEN Blijft hier weg met die bus hé. Straks
sta ik vol uitslag.
MONIQUE Amaai… dat flotste daaruit alsof ’t een
fontein was.
JULIEN Monique let een beetje op je woorden.
MONIQUE Waarom, we zijn hier toch onder ons.
JULIEN Je kunt daar toch ook wat deftig over
praten.
MONIQUE Zeg Julien… wat zeg jij thuis allemaal, als
jij van de wc komt.
JULIEN Jaja… ’t is allang goed.
MONIQUE Ik begin mij serieus af te vragen of ik wel
in staat ben om naar dat congres te gaan?
JULIEN Wat wil je nu zeggen?
MONIQUE Zoals ik mij nu voel, zou ik veel beter op
bed gaan liggen.
JULIEN Op het bed gaan liggen????
(Monique gaat naar bed en legt zich neer)
JULIEN Jamaar Monique, dat kun je nu toch niet
gaan doen.
MONIQUE Zo’n krampen heb ik nog nooit gehad.
JULIEN Maar allé, je wilt nu toch niet hebben
dat wij voor niets naar de zee gekomen zijn.
MONIQUE Mijne hele buik ligt overhoop. Dat kan goed
een salmonella-aanval zijn.
JULIEN Zo erg zal ’t wel niet zijn hé.
MONIQUE Jij beseft niet goed hoe ik mij voel hé.
JULIEN En als je nu eens een paar keer diep
inademt dat je wat van die jodium binnenkrijgt, misschien is dat daar ook goed
voor.
MONIQUE Wat ik nodig heb is een kopkussen.
JULIEN Een kopkussen!?!
MONIQUE Ja, want ik lig hier veel te laag. Pak dat
daar eens uit die kast.
JULIEN Jamaar Monique, in jouw toestand lig je
toch beter plat.
MONIQUE Julien… Ik wil juist hoger liggen.
JULIEN Hoger liggen… dat weet ik niet of dat
goed is voor de diarree.
MONIQUE Wat heeft dat nu met diarree te maken.
JULIEN Hoe hoger dat je ligt, hoe meer dat
alles naar beneden zakt.
MONIQUE Doe nu toch eens niet zo moeilijk. Geef mij
dat kopkussen en daarmee uit.
(Julien gaat naar de kast, maar er is geen meer)
MONIQUE Wat sta je daar nu te staan?
JULIEN Daar is hier geen.
MONIQUE Hoe daar is geen?
JULIEN Nee.
MONIQUE Dat kan nu toch niet, die juffrouw heeft ‘t
daarstraks toch gewezen.
JULIEN Ja,
maar nu is ‘t weg.
MONIQUE Weg?
GEKLOP OP DE DEUR
JULIEN Aah, ze zijn daar met de immodium.
(Julien doet de deur open)
DIENSTER OP INKOMDEUR
DIENSTER Je hebt voor je vrouw een pilleke gevraagd
meneer Julien?
JULIEN Ja.
DIENSTER Oei… ben jij ook ziek?
JULIEN Neenee Vicky, ’t is voor mijn vrouw
hare diarree.

Nee
Vicky, ’t is voor mijn vrouw hare diarree.
DIENSTER Oh, ik dacht ‘t, omdat je hier in je pyjama
rondloopt.
JULIEN Dat komt omdat ik mij daar meer op mijn
gemak in voel. Dat zit losser.
DIENSTER Ah…. Allé, met dit pilletje zal ‘t wel
beteren.
JULIEN ’t Is te hopen.
(Als dienster wil weggaan roept Monique)
MONIQUE Zeg eens juffrouw!
DIENSTER Ja madame.
(Monique staat op en komt tot bij de dienster)
MONIQUE Weet jij misschien voor wie die bloemen
zijn?
DIENSTER Die bloemen?
MONIQUE Ze hebben die naar ons kamer gebracht, maar
die zijn niet voor ons.
JULIEN Ja, een meneer is die daarstraks komen
afgeven.
DIENSTER Zo ene die een beetje... raar praat.
JULIEN Juist.
DIENSTER Da’s Alfredo… die zal zich weer eens van
kamer vergist hebben. Da’s niet de eerste keer.
MONIQUE (Tegen
Julien) Allé Julien, pak jij al eens een glas water.
(Tegen dienster) Ja, ik dacht, ik kan het maar beter zeggen.
Misschien zit er iemand anders op die bloemen te wachten.
JULIEN AF BADKAMER
DIENSTER Da’s heel vriendelijk madam. Ik zal ze
meenemen en Alfredo moet zelf maar uitvissen voor wie ze zijn.
MONIQUE In ieder geval niet voor ons.
DIENSTER Kan ik nog iets doen Madame?
MONIQUE Och ja, ons extra kopkussen is weg.
DIENSTER Dat ligt in de kast mevrouw.
MONIQUE Ja, dat dacht ik ook… maar ’t is blijkbaar
weg.
DIENSTER Hoe weg?
MONIQUE Kijk zelf maar als je mij niet gelooft.
(Dienster
en Monique gaan naar de kast)
DIENSTER Ik versta er niks van, ik dacht nochtans
dat ik het daarstraks zien liggen had.
JULIEN OP BADKAMER
JULIEN Hier Monique, een glas water. Neemt dat
pilletje nu maar in.
DIENSTER Sorry mevrouw… ik zal zo vlug mogelijk een
ander kopkussen brengen.
MONIQUE Als je dat zou willen doen.
DIENSTER Had je nog iets anders gewild?
MONIQUE Nee, voor de rest volstaat het.
DIENSTER Als er iets is, dan bel je maar.
MONIQUE Dat zullen we zeker doen.
(Dienster neemt bloemen mee).
DIENSTER AF INKOMDEUR
(Ondertussen
heeft Annick het kopkussen onder het bed uitgeschoven)
MONIQUE Julien, zie eens, dat kussen ligt daar op
de grond!!!
JULIEN God ja, nu dat je ’t zegt.
MONIQUE Allé hoe kan dat nu, dat dat kussen daar op
de grond ligt?
JULIEN Dat zal van ’t bed gevallen zijn zeker.
MONIQUE Hoe van ’t bed gevallen?
(Julien haast zich om het kussen op te rapen)
JULIEN ’t Is in ieder geval nog proper.
MONIQUE Dan moet jij dat toch gepakt hebben, dat
kan toch niet anders... ofwel spookt het hier?
JULIEN Och ja... nu herinner ik het mij. Toen
ik daarstraks op het bed wilde gaan liggen, toen heb ik dat waarschijnlijk uit
de kast gepakt.
MONIQUE En je bent er dan maar mee op de grond gaan
liggen zeker?
JULIEN Maar nee. Toen jij belde is dat van het
bed geschoven.
MONIQUE Da’s nogal een uitleg. En wat moet dat
meisje nu wel denken.
JULIEN Ik zal dat wel expliceren als ze een
nieuw kussen brengt.
MONIQUE Allé vooruit, zet dat glas maar terug in de
badkamer.
JULIEN AF BADKAMER
(Terwijl
Julien het glas wegbrengt, gaat Monique op het bed zitten)
JULIEN OP BADKAMER
JULIEN Monique!?! Nu zit je terug op dat bed.
MONIQUE Ja zeg, zo rap werkt dat pilletje niet hé.
JULIEN Hoe?... en wat ben je nu van plan?
MONIQUE Ik weet niet wat ik moet doen.
(Annick
komt van onder het bed loeren en doet teken dat ze het daar beu is)
JULIEN Ja zeg, hier kun je nu toch niet
blijven.
MONIQUE En waarom niet?
JULIEN Allé, ik wil zeggen… dat ’t toch heel
spijtig zou zijn, als je nu niet naar dat congres kunt gaan.
MONIQUE Ja, da’s waar.
JULIEN Geeft toe, je hebt er de vorige weken
zo naartoe geleefd.
MONIQUE Ja en ’t ergste is dat ik daar eigenlijk
niet gemist kan worden.
JULIEN Ziet ge wel. Volgens mij kunt jij niet
anders als daar terug naartoe gaan.
MONQUE En mijn krampen dan?
JULIEN Dat zal wel beteren zeker.
MONIQUE Ik ben er toch niet gerust in.
JULIEN Je moet daar niet teveel aan denken en
als die opkomen hé... dan bijt je maar een beetje op je tanden.
MONIQUE Op mijn tanden bijten? Denk je dat die
daarmee gaan overgaan.
JULIEN Da’s bij wijzen van spreken hé.
MONIQUE Och, dat komt allemaal door die trein. Had
ik ‘t op voorhand geweten, dan had ik daar nooit éné voet opgestapt.
JULIEN Die trein heeft daar juist niks mee te
maken. Da’s van die vettige hamburger. Daar had je moeten afblijven.
MONIQUE Misschien wel.
JULIEN Da’s zeker. En dan nog met zo’n een
klats ketchup daarop. Ik werd al mottig als ik het zag.
MONIQUE Overdrijft niet hé. Daarbij ik zal maar
gaan zeker?
JULIEN Ja natuurlijk, je kunt die Francine
daar toch niet alleen aan haar lot overlaten.
MONIQUE Och ja… wat moet dat mens denken?
JULIEN Zie je wel.
MONIQUE Ja, ik moet naar ginder.
JULIEN Nu hoor ik u klappen se.
(Monique staat op van het bed)
JULIEN Zeg, nog iets, als je straks nog eens
naar de wc moet gaan, dan moet je daarvoor niet speciaal naar ’t hotel hier
komen hé. Zie dat je onderweg in je broek doet.
MONIQUE Maar in dat casino ga ik ook niet. Met zo
een hoop volk rond mij lukt dat nooit. Ge kent me, ik moet daarvoor op mijn
gemak kunnen zijn.
JULIEN Je zult nu wel niet meer moeten gaan.
Dat pilletje blokkeert alles.
MONIQUE ’t Is te hopen.
JULIEN Allé, heb je nu alles?.
MONIQUE Ik denk het wel.
JULIEN Haast je dan maar.
MONIQUE Jaja Julien. En maak jij nu eens eindelijk
die zakken leeg.
JULIEN Jamaar ik was daar toch mee bezig
zeker.
MONIQUE Mee bezig?, Toen je op dat bed lag?
JULIEN Ik zal dat wel doen.
MONIQUE Allé, tot straks
JULIEN Ja… tot straks... en blijft ginder hé.
MONIQUE AF INKOMDEUR
JULIEN Ze is weg.
(Julien helpt Annick onder het bed uit te komen)
ANNICK ‘t Werd hoog tijd. Ik kreeg bijna geen
adem meer toen ze op dat bed ging zitten.
JULIEN Serieus?
ANNICK Die matras zakte zo naar beneden, tot
tegen mijn neus. Die lucht werd helemaal afgesloten. En dàt hé... dat is heel
pijnlijk hé.
JULIEN Amaai zeg.
ANNICK Ik dacht echt dat ik ging versmachten.
JULIEN Ja sorry hé. Dat was nu ook niet
voorzien dat Monique hier ging binnenkomen.
ANNICK Allé kom, ’t Is niet erg, ’t gaat wel.
JULIEN En jouw bloemekes zijn ook weg.
ANNICK Ik heb het gehoord.
JULIEN Ik kon nu moeilijk gaan zeggen dat die
van jou waren.
ANNICK Trek het je niet aan. ’t Is de geste die
telt.
JULIEN Voila, de geste.
ANNICK Ik zou toch nog een beetje willen
drinken als dat mag. Is er nog limonade?
JULIEN Ja natuurlijk… Of heb je nu misschien
liever iets straffer.
ANNICK Ja, misschien wel...
(Julien wil al een van de sterke drank
flesjes nemen als Annick zegt...)
ANNICK ... doe er maar een scheutje grenadine
bij.
(gaat terug in zetel zitten)
JULIEN Het spijt me, maar grenadine is er niet.
ANNICK Da’s niets... geef dan maar limonade.
(Julien geeft limonade en zet zich ook neer)
JULIEN Allé, daarmee zijn wij nu eindelijk
alleen.
ANNICK Ja, het is hier direct veel stiller.
JULIEN Zeg dat wel. Allé drinkt nog maar eens
goed... dat we er kunnen invliegen.
ANNICK ’t Is hele zoete hé.
JULIEN Ja, zoete limonade.
(Zet glas neer… Een beetje vervelende stilte)
JULIEN Zeg om verder te gaan op daarstraks...
dan ben ik dus de eerste die op jouw
annonce gereageerd heeft.
ANNICK Ja, dat is waar.
JULIEN En???
Valt het wat mee?
ANNICK Wel, om heel eerlijk te zijn... ik had
niet verwacht dat er zo rap iemand ging bellen.
JULIEN Nee… Ik bedoel… val ik wat mee.
ANNICK Ja zeker?
JULIEN Ah... dat doet mij plezier
ANNICK Maar aan de telefoon klonk jij wel veel
jonger.
JULIEN Aan de telefoon?
ANNICK Ja… ik bedoel je stem.
JULIEN Dan had je mij jonger voorgesteld?
ANNICK Nee… allé ik wist niet goed wat ik moest
denken.
JULIEN Luister hé Annick, ik voel mij in ieder
geval nog jong.
ANNICK Dat is ’t belangrijkste.
JULIEN Ja…ja… euh…
…
Zeg, die prijs... dat is dus
100 euro?
ANNICK Ja… allé, als je dat niet teveel vindt.
JULIEN Nee… absoluut niet. Daarbij, dat zal
wel de normale prijs zijn zeker.
ANNICK Ah ja? Ik weet het eigenlijk niet.
JULIEN Ik heb eigenlijk ook zo geen ervaring
met die dinges.
…
En in die prijs zit alles in?
ANNICK Hoe bedoel je?
JULIEN Wel euh... dat er geen extra’s
bijgeteld worden...
ANNICK Ah... neenee... voor mijn verplaatsing
en zo reken ik niks hé Julien.
JULIEN Awel, ik vind dat heel goed dat je met
een vaste prijs werkt. Dan weet een mens vooraf waarop en waaronder hé.
ANNICK Ja.
JULIEN Allé, nu we akkoord gaan over de prijs…
zullen we er maar stilletjes aan mee beginnen zeker?
ANNICK Als jij dat wilt.
JULIEN ’t Is toch niet de bedoeling dat we
hier de hele dag blijven kletsen hé.
ANNICK Nee, natuurlijk niet. Dan kan ik mij
misschien in de badkamer gaan klaarmaken.
JULIEN Wel ja, in de badkamer. Da’s een heel
goed gedacht.
ANNICK (Staat
recht)
JULIEN Doe maar alsof je thuis bent.
ANNICK AF BADKAMER
(Terwijl
Annick in de badkamer is, zoekt Julien in de reiszakken naar een spray en
spuit wat spray onder zijn armen en in zijn broek)
(Annick roept vanuit
de badkamer)
ANNICK Julieeeen…
JULIEN Ja
wat is er?
(Annick
gooit vanuit de badkamer haar BH naar binnen)
JULIEN Oh lala...
(Julien raapt de bh op en houdt hem onder zijn neus)
GEKLOP OP DE DEUR
(Vol paniek tegen Annick)
JULIEN Dedju ’t is niet waar… die Raymond is
daar.
ANNICK Julien… Wat nu?
JULIEN Blijf maar daar… ik wimpel die wel af.
ANNICK Ja.
JULIEN Stil hé.
(Julien gooit de BH op de zetel en opent de deur.)
ALFREDO OP INKOMDEUR
(Alfredo heeft de bloementuil in zijn handen)
ALFREDO Excusi… wat isse er misse met de bloemen?
JULIEN Mis met de bloemen?
ALFREDO Si… Gij vraagt mij rode rozen. En ikke
geef u rode rozen. Gij vraagt mij een witte bloem in het midden en ikke steek
een witte bloem in het midden. Gij vraagt mij een groene tak en ikke geef u een
groene tak. En nu zegt Vicky dat gij de bloemen niet wilt, gewoon.
JULIEN Jawel,
ALFREDO Jamaar… gij geeft ze terug.
JULIEN Ja… euh nee…
ALFREDO Ik heb zoiets van: vind ge ze dan niet
schoon?
JULIEN Jawel… ze zijn heel schoon.
ALFREDO (Ziet
bh liggen op zetel) Is het misschien de madam die de bloemen niet schoon
vindt?
JULIEN De madam? Hier is geen madam.
ALFREDO Geen madam???
JULIEN Nee… geen madam.
ALFREDO En wat is dàt dan?
(Alfredo wijst naar de BH die op de zetel ligt)
JULIEN Oh dat?
ALFREDO Si… datte.
JULIEN (Julien
neemt de BH) Die is van mij.

Die
is van mij.
ALFREDO Van meneere?
JULIEN Ja. Euh... ik draag dat soms. (Hij houdt de BH voor zijn borst)
ALFREDO Siiii… ondere de pyjama?
JULIEN Ja. Onder mijne pyjama.
ALFREDO Ooohhhh
En isse meneere alleen?
JULIEN Ja… helemaal alleen.
ALFREDO En euh… gij verwacht niemand.
JULIEN Ik? Nee.
ALFREDO No?
JULIEN No.
ALFREDO Nu heb ik ineens zo een gevoel van:
waaaaw!!!!
JULIEN Serieus?
ALFREDO Maar euh… wette, ik denk dan zo... voor
wie koopte gij danne de bloemen?
JULIEN Euh… voor mij.
ALFREDO Gij koopt bloemen voor uzelve
JULIEN Ja.
ALFREDO Ooohhh (krijgt
een siddering) Dan moette gij de
bloemen niete betalen…
JULIEN Niet betalen?
ALFREDO No. Pak ze asse een cadeau van mij.
JULIEN Van u.
ALFREDO Si… Ikke begrijpe dat… ik heb zoiets van:
een meneer alleen op de hotelkamer…wette,
eenzame en verlaten. Ikke voele met u mee, gewoon.
JULIEN Ah.
ALFREDO Maar euh… gij moete de bloemen wel water
geven.
JULIEN Jaja.
ALFREDO Anders krijgen ze slappe stengels.
JULIEN Ja.
ALFREDO Wette, ik zal dat voor u wel arrangeren...
in de badkamer.
JULIEN In de badkamer?!?
ALFREDO Sisi… ikke geef ze een scheuteke water en
dan blijven de bloemen kakelvers (gaat
richting badkamer)
JULIEN Wacht euh…(tast aan zijn hart)
ALFREDO Seniore… wat is er???
JULIEN Ik voel mij precies niet goed.
(Julien
laat zich op de zetel vallen.
ALFREDO Oh lala, we gaan er al bij liggen...
Terwijl
Alfredo zich over hem buigt, glipt Annick uit de badkamer. Ze heeft haar
klederen terug aan)
ANICK OP BADKAMER
(Annick kruipt vliegensvlug onder het bed)
ALFREDO Seniore!!!! Watte gebeure er. Amaai, hij
isse van zijne soes.
Ik denk dat ik er lucht ga
moeten inblazen...
(Hij opent met zijn handen de mond van Julien)
Ik heb zo het gevoel van:
actie... nu!

Actie...
nu...
(Alfredo
buigt zich om mond aan mondbeademing toe te passen.
LICHT UIT
Tweede
bedrijf
JULIEN, ALFREDO, ANNICK OP SCENE
(Julien
ligt op het bed. Annick ligt onder het bed en Alfredo staat bij de telefoon.
Bij het bed staan de bloemen in een vaas)
ALFREDO Sisi meneere dottore, helemaal van zijne
soes.
…
Oppe de grond. En ik hebbe er
dan de lucht moeten inblazen.
…
Sisi. Hij isse in kamere 27.
…
Si.
(Alfredo haakt de hoorn in en zegt nog tegen de hoorn: Toedeloee...
ALFREDO Juliano, zijte geroest, meneere dottore
zal komen.
JULIEN Maar dat is toch niet nodig… ik heb toch al gezegd dat ik mij beter voel.
ALFREDO Ja wette, ikke benne bezorgd hé Juliano.
Ik heb zoiets van: bonk op de zetel vallen, dat isse niet goed. Dat isse een
teken dat er iets mankeert.
JULIEN Ik mankeer helemaal niks.
ALFREDO Datte zal meneere dottore wel uitvogelen.
Blijft nu maar kalm. Alfredo isse bij u.
JULIEN Alfredo, ik ben voor het moment liever
alleen.
ALFREDO Juliano… heb de gij nie graag dat ikke bij
u ben.
JULIEN Jawel maar…
ALFREDO Ik heb zoiets van: Ik hebbe u gered. Ikke
hebbe mijn lippen op uw lippen moeten drukken. Ik heb de lucht in oe moeten
blazen.
JULIEN Jaja, dat zal wel zijn.
ALFREDO En kijk eens hoe schoon ikke de bloemen in
een vaas heb gezet. Speciaal voor u Juliano.
JULIEN Dat is heel goed, maar nu wil ik wat
rusten.
ALFREDO Roest gij maar. Doet de oogskes maar toe.
Doet gij maar dodo.
JULIEN Maar ik wil alleen slapen.
ALFREDO Isse geen probleme. Dan ikke ga weg zo
datte gij kunt slapen.
JULIEN Prima.
ALFREDO En niet panikeren. Straks kom ikke terug.
JULIEN Hoe jij komt terug?
ALFREDO Sisi. Ikke kom u bezoeken en ikke brenge
nieuwe bloemen mee.
JULIEN Dat is niet nodig.
ALFREDO Sisi. Allé slaap maar een beetje. Ikke zal
de deur wel toetrekken.
JULIEN Ja, doet ze maar dicht.
ALDREDO Toedeloe.
(Alfredo gooit nog een zoentje naar Julien en gaat
weg)
ALFREDO AF INKOMDEUR
(Zodra
Alfredo de deur gesloten heeft, wipt Julien uit zijn bed en kijkt onder het
bed)
JULIEN Annick… Annick!!!
Zeg dat ’t niet waar is hé.
Die heeft haar adem niet kunnen pakken.
Annick!!!
Jamaar zeg… die zal toch
niet…
Annick!!!
ANNICK (Met
heel flauw stemmetje) Ja.
JULIEN Aah… je leeft toch nog.
ANNICK Een klein beetje…
JULIEN Kom er maar terug onder uit.
ANNICK Ik kan niet Julien.
JULIEN Waarom niet?
ANNICK Ik heb precies geen macht in mijn benen.
JULIEN Wacht ik zal je helpen. Schuif je
voeten een beetje naar mij.
Pas op… ik trek hé.
(Julien trekt Annick met haar benen onder het bed uit)
ANNICK Ik had geen lucht meer... ik was aan ’t
stikken...
JULIEN Serieus?
ANNICK Ik dacht echt dat ik eraan was, en dat
is heel pijnlijk hé Julien.
JULIEN Allé voorzichtig… kom, ik zal je naar de
zetel helpen.
(Terwijl
Annick nog steeds naar adem snakt, ondersteunt Julien haar naar de zetel)
JULIEN Gaat het?
ANNICK Ja.
JULIEN Hier, ga maar even zitten.
ANNICK Dank je.
JULIEN Wil je misschien nog iets drinken?
ANNICK Ja, nog een beetje limonade.
JULIEN (Neemt
limonade uit de ijskast) Amaai zeg, die Alfredo wilde maar niet vertrekken.
ANNICK Nee…
JULIEN Als ik die laten doen had, dan was die
de hele dag bij mij aan ‘t bed blijven zitten.
ANNICK Dan was ik zeker gestikt.
JULIEN En die wilde maar niet verstaan dat hij
moest ophoepelen.
ANNICK Zeg Julien... vind jij ook dat die zo
raar praat?
JULIEN Volgens mij mankeert daar iets aan. Die
heeft ze niet alle vijf op een rijtje.
(geeft limonade) Hier se, drinkt maar eens goed.
ANNICK Dank je.
JULIEN Die heeft een slag van de molen, dat
kan niet anders.
ANNICK Dat kan goed zijn.
JULIEN En nu heeft hij de dokter nog opgebeld
ook. Seffens staat die hier. Wat moet ik daar nu tegen gaan zeggen?
ANNICK Ik hoop maar dat het Davy niet is.
JULIEN Welke Davy?
ANNICK Mijne man.
JULIEN Is dat een dokter???
ANNICK Ja.
JULIEN Dan hoop ik voor jou dat Alfredo niet
met hem getelefoneerd heeft.
ANNICK Ja zeg, als die mij hier moest zien
zitten.
JULIEN Doet er me niet aan denken.
ANNICK En als hij dan nog moest weten wat ik
hier kom doen.
JULIEN Ja zeker, met al dat gedoe zouden we
dat nog vergeten. (wrijft weer in zijn
handen)
ANNICK Hij zou het nooit kunnen geloven.
JULIEN Luistert, volgens mij heeft die Davy
daar geen affaires meer mee. Hij heeft je buiten gewipt en daarmee is de kous
af.
ANNICK Ja. En weet je waarom?
JULIEN Nee.
ANNICK Awel hé, volgens hem heb ik niet genoeg
sex-appeal.
JULIEN Vindt die dat?
ANNICK Ja, dat heeft hij vlakaf gezegd en dat hé,
dat is heel pijnlijk.
JULIEN Dat zal wel zijn zeg.
ANNICK Daarbij, ik vind van mijn eigen dat ik
geen seut ben... Da’s toch waar hé?
JULIEN Jaja.
ANNICK Allé Julien, zeg nu eens eerlijk... wat
vind jij van mijne sex-appeal?
JULIEN Ikke?
ANNICK Ja.
JULIEN Ja zeg, nu vraag je iets... Om eerlijk
te zijn, ik ken daar eigenlijk niet zoveel van. En daarbij, ik ben ook geen
dokter hé.
ANNICK Ja, dat is ook waar.
JULIEN Allé, gaat het nu al terug wat beter?
ANNICK Ja… maar ik voel mij precies toch nog
een beetje slappekes.
JULIEN Als ik van jouw plaats was, zou ik een
paar keren diep inademen, dat je wat van die jodium binnenkrijgt. Naar ’t
schijnt is dat heel gezond.
ANNICK (Ademt
diep in) Oei… Als ik diep inadem, dan doet dat hier precies zeer. (wijst naar borstkas)
JULIEN Dat komt door dat bed hé, dat is daar
bij jou allemaal wat ingedrukt.
ANNICK (Ademt
nog eens diep in) Amaai ja, ik voel het goed.
ANNICK Staat anders eens recht.
ANNICK Rechtstaan?
JULIEN Ja, (staat
zelf ook rechtop) allé, kom hier eens bij mij staan.
(Annick staat recht en Julien gaat eerst naast haar
staan)
JULIEN Kijk, je moet een paar keren diep
inademen… zo… dat je de lucht in je borstkas voelt komen.
ANNICK (Ademt)
Zo?
JULIEN Ja... maar je moet je borsten wel
vooruit steken, dat de lucht de kans krijgt om naar binnen te geraken. Versta
je.
(Terwijl
Annick ademt gaat Julien achter haar staan)
ANNICK Zo?
JULIEN Nog een beetje rechter (trekt haar schouders wat naar achter) dat
je de lucht goed voelt, zo...
ANNICK (Probeert
diep in te ademen)
JULIEN En nu je borsten naar omhoog, zo...

En
nu je borsten naar omhoog...
(Op
het moment dat Julien een poging doet om zijn handen op haar borsten te leggen
om te wijzen hoe ze deze naar omhoog moet steken, wordt op de deur geklopt)
GEKLOP OP DE DEUR
JULIEN Dedju, die dokter is daar al.
ANNICK Wat nu?
JULIEN Die mag je hier niet zien…
ANNICK Ah nee.
JULIEN Je moet je verstoppen. (wijst naar het bed)
ANNICK Maar niet meer onder ‘t bed, hé Julien.
JULIEN Nee… niet onder het bed. (wijst naar de badkamer)
ANNICK En ik wil ook niet in de badkamer.
JULIEN Daar ook al niet???
ANNICK Nee... daar komen ze altijd binnen.
JULIEN Waar dan? (kijkt rond)
GEKLOP OP DE DEUR
JULIEN Allé vooruit, in de kast.
ANNICK In die kast?
JULIEN Ja, allé rap...
ANNICK Daar geraak ik toch niet in?
JULIEN Jawel, zonder probleem.
(Kruipt in kast) Buk je een beetje.
ANNICK De deur niet vastmaken hé Julien.
JULIEN Nee… maar houdt ze wel tegen dat die
ineens niet openvliegt.
ANNICK Ja, ik zal ze tegenhouden.
JULIEN Allé, houd je stil hé.
(Op het moment dat Julien de kamerdeur wil openen,
opent Annick de deur van de kast.)
ANNICK Julien!
JULIEN Ja, wat is er?
ANNICK Mijn sjakos.
(Julien neemt vlug de sjakos en gooit ze in de kast)
JULIEN Stil hé.
(Julien doet de deur open en Vicky komt binnen. Ze
heeft drie kopkussens in de hand.)
DIENSTER OP INKOMDEUR
DIENSTER Dag meneer Julien, ik heb je toch niet
wakker gemaakt?
JULIEN Nee toch niet.
DIENSTER En... gaat het nu al wat beter?
JULIEN Beter?
DIENSTER Ja, Alfredo zei dat je heel ziek was en dat
hij de dokter heeft verwittigd.
JULIEN Och, zo erg was het allemaal niet.
DIENSTER Hij heeft het daarjuist in de receptie
verteld. Hij was helemaal over zijn toeren.
JULIEN Maar nee Vicky… ‘t is eigenlijk
allemaal een groot misverstand. Je ziet wel, ik mankeer niks.
DIENSTER Zoveel te beter. Hier… ik heb maar ineens
drie extra kopkussens meegebracht.
JULIEN Da’s heel vriendelijk, maar ik heb dat
ander kopkussen intussen al gevonden.
DIENSTER Ah ja? Waar lag het dan?
JULIEN Onder het bed.
(Vicky
gaat met kopkussens naar bed en schikt enkele kopkussens mooi)
DIENSTER Onder het bed???
JULIEN Ja, ik zag het daar ineens liggen.
DIENSTER Hoe kan dat nu toch? Ik heb vanmorgen heel
de kamer gekuist.
JULIEN Je zult daar waarschijnlijk overgezien
hebben zeker.
DIENSTER Ik begrijp er niks van.
(Julien
ziet plots de BH van Annick liggen en wil hem verbergen, eerst onder zijn
pyjamahemd en dan besluit hij om de BH in de badkamer te brengen)
JULIEN Zeg, je moet daar niet over inzitten,
zo erg is dat nu toch ook niet.
DIENSTER Wil je ‘t alsjeblief niet tegen de patron
zeggen.
JULIEN AF BADKAMER
JULIEN (Praat
verder in de badkamer) Maar allé Vicky… waarom zou ik dat nu zeggen. Ik
maak daar geen drama over.
Vicky
stapt tot bij de kleerkast om er enkele kussens in te stoppen. Ze schrikt en
laat een gil)
DIENSTER (Gil)
Eeehhhhh !!!!! Een lijk !!!
(Valt van het verschieten op de zetel.
Annick komt uit de kast)
ANNICK Amaai die is verschoten.
JULIEN OP BADKAMER
JULIEN ’t Is niet waar hé.
ANNICK Wie is dat?
JULIEN Vicky… het kamermeisje.
(buigt zich over haar) Vicky…
Die is compleet van haar sus.
ANNICK Wat nu?
JULIEN (Klopt
tegen haar wang) Vicky!!! Wordt eens wakker.
ANNICK Ze beweegt precies niet.
JULIEN Pak in de badkamer eens vlug een nat
washandje.
ANNICK AF BADKAMER
JULIEN Vicky… wordt eens wakker.
Dedju hoe is dat nu mogelijk…
Vicky wakker worden.
… Amaai, die heeft het goed
zitten.
ANNICK OP BADKAMER
ANNICK Hier.
(Julien wrijft met het washandje over haar gelaat)
JULIEN Vicky!!!
ANNICK (heeft
intussen aan de pols gevoeld) Haar pols klopt toch nog.
JULIEN Dat moest er nog aan mankeren.
ANNICK In die kast kruipen was precies toch ook
niet zo een goed idee.

Vijf
seconden houd ik ze niet in het oog en het was prijs.
JULIEN Vijf seconden houd ik ze niet in het
oog en het was prijs. Vicky!!!
KLOPPEN OP DEUR
JULIEN Wat nu weer?
ANNICK Da’s geklop.
JULIEN Vlug, we leggen haar op het bed.
ANNICK Op het bed?
JULIEN Ja, Pak haar benen.
Heb je ze?
ANNICK Ja.
JULIEN Allé… heffen.
ANNICK Amaai die weegt zwaar.
JULIEN Volhouden, we zijn er bijna. Voorzichtig.
(Ze leggen Annick op het bed)
ANNICK En nu?
JULIEN Verstop je.
ANNICK Waar?
JULIEN In de badkamer. Rap rap. En houd je
stil hé.
ANNICK AF BADKAMER
(Julien opent deur)
DOKTER OP INKOMDEUR
DOKTER Goedendag meneer, ik ben dokter Verbruggen.
Ze hebben mij opgebeld om langs te komen.
JULIEN Ja dokter, dat is juist. Maar eigenlijk
was het allemaal een groot misverstand.
DOKTER Een misverstand?
JULIEN Ja, maar allé, trekt het u niet aan,
want je komt op dit moment wel als geroepen. Die juffrouw daar is gevallen.
(Brengt dokter naar bed)
DOKTER Gevallen?
JULIEN Ja, ze kwam een extra kopkussen brengen
en volgens mij is ze uitgeschoven. Ineens hoorde ik ‘boem’ en ze lag op de
grond.
DOKTER Wanneer is het gebeurd?
JULIEN Nog maar juist, misschien een minuut of
vijf geleden.
DOKTER Is ze met haar hoofd ergens tegenaan
gestoten?
JULIEN Dat weet ik niet. Op ‘t moment dat ze
viel, was ik in de badkamer. Ik heb dus niet kunnen zien hoe ’t gebeurd is...
versta je.
DOKTER En je hebt haar dan op bed gelegd?
JULIEN Ja, ik dacht… daar ligt ze toch wat
malser.
DOKTER Hoe is haar naam?
JULIEN Vicky.
DOKTER (Buigt
zich over Vicky) Vicky! Vicky!!!
DOKTER Is zij familie?
JULIEN Nee. Zij is een kamermeisje van het
hotel hier.
DOKTER Mag ik je dan vragen meneer om een minuut
of vijf de kamer te willen verlaten, zodat ik haar kan onderzoeken.
JULIEN Je wilt zeggen dat ik naar buiten moet
gaan?
DOKTER Als het kan ja. Misschien kan je een
verantwoordelijke van het hotel verwittigen.
JULIEN Iemand van het hotel?
DOKTER Ja, zeg dat er iemand van het personeel
onwel geworden is.
JULIEN Allé, dan ga ik maar.
DOKTER Binnen een minuut of vijf ben ik klaar.
JULIEN AF INKOMDEUR
DOKTER Vicky? Vicky!?!
DIENSTER (Kreunt
en komt bij)
DOKTER Hallo Vicky… niet schrikken… ik ben
dokter Verbruggen.
DIENSTER Een dokter?
DOKTER Ja, je bent gevallen.
DIENSTER Gevallen?
DOKTER Ja. Heb je ergens pijn?
DIENSTER Ik denk het niet.
DOKTER Vertel eens, wat is er juist gebeurd?
DIENSTER Ik weet het niet.
DOKTER Zet je eens rechtop.
DIENSTER Wacht… ik herinner het mij terug?
DOKTER Wat?
DIENSTER Het kopkussen.
DOKTER Welk kopkussen?
DIENSTER In die kast… die kast daar.
DOKTER Wat is er met die kast?
DIENSTER Daar zit een lijk in die kast!
DOKTER Een lijk Vicky?
DIENSTER Ja… in die kast daar!
DOKTER Allé komkom, blijf nu maar kalm, leg je
maar terug neer.
DIENSTER Nee, in die kast.
DOKTER Rustig. Je hebt waarschijnlijk een lichte
hersenschudding.
DIENSTER Een hersenschudding?
DOKTER Laat mij even voelen (Betast haar hoofd)
DIENSTER Kijk eens in die kast…
DOKTER Rustig.
DIENSTER Daar zit iemand in.
DOKTER Allé goed, ik zal even gaan kijken. Maar
blijf dan rustig liggen.
(Dokter opent de kast)
DOKTER Zie je wel, daar is helemaal niets.
DIENSTER Hoe kan dat nu?
GEKLOP OP DE DEUR
(Dokter opent de deur. Raymond komt binnen)
RAYMOND OP INKOMDEUR
RAYMOND Goeiendag. Ik ben de Raymond.
DOKTER Juist ja, van het hotel hier.

Juist
ja, van het hotel hier.
RAYMOND Ja. Ik dacht ik zal maar eens gaan zien hoe
het er in kamer 27 aan toe gaat.
DOKTER Wel, persoonlijk denk ik dat het niet zo ernstig
is, maar ja, met een val weet je nooit.
RAYMOND Ben jij gevallen Julien?
DOKTER Julien??? Excuseer, ik ben dokter
Verbruggen
RAYMOND Een dokter? En waar is de Julien dan?
DOKTER Ik heb die even weggestuurd.
RAYMOND Oh. En wie is er dan gevallen?
DOKTER Vicky. Ze ligt daar op ’t bed.
RAYMOND Vicky, ik wist niet eens dat die meegekomen
was.
DOKTER Ik vermoed dat ze een hersenschudding
heeft… een lichte.
RAYMOND Amaai.
DOKTER Niet erg, maar de eerste dagen zal ze zeker
niet kunnen werken.
RAYMOND Da’s ’t een en ’t ander. Zeg, als je wilt
zal ik naar mijn vrouw bellen, dat die haar moeder verwittigt.
DOKTER Ja, ik denk dat ze best wordt opgehaald.
RAYMOND Je hebt gelijk meneer doktoor, een
momentje, ik zal direct bellen se.
(Neemt zijn gsm en drukt toets in)
DOKTER (tegen
Vicky) Blijf maar kalm.
RAYMOND Hallo Francine, is Monique daar in de
buurt?
…
Nee, da’s niks. Als je ze
seffens ziet, zegt dan maar dat ze zo rap mogelijk naar het hotel moet komen.
…
Ja. Vicky is gevallen en de
dokter zegt dat ze een hersenschudding heeft.
…
Awel Vicky, de dochter van
Monique.
…
Ja, ik wist dat ook niet dat
die hier was.
…
De dokter heeft de Julien
naar buiten gestuurd. Dat meisje ligt hier in de kamer op ’t bed en Monique
moet direct naar hier komen.
…
’t Is goed. En spoed jullie
hé.
(Sluit gsm af)
RAYMOND ’t Komt in orde meneer doktoor, mijn vrouw
zal haar moeder verwittigen.
DIENSTER Ons ma?
RAYMOND Ja, die komt je seffens halen kinneke.
DIENSTER (Begint
te wenen)
DOKTER Wat is er Vicky?
DIENSTER Dat kan toch niet dat ons ma naar hier
komt.
RAYMOND Jawel, seffens is die hier.
DIENSTER Nee, dat is niet mogelijk.
DOKTER En waarom kan dat niet Vicky?
DIENSTER Ons ma is al twee jaar dood.
DOKTER Allé, dan is allemaal niet erg hé, blijf
nu maar kalm.
(Doet
teken aan Raymond om even van het bed weg te gaan en zegt dan met zachtere
stem)
DOKTER Dat is het gevolg van die
hersenschudding. Ze ziet voor het moment overal doden.
RAYMOND Serieus?
DOKTER Ja. Daarnet dacht ze ook al dat er een
lijk in de kast zat.
RAYMOND Dan heeft ze volgens mij toch een serieuze
duf gedaan.
DOKTER Blijkbaar.
(Gaat terug tot bij het bed)
Vicky, zet je
eens wat rechter... gaat het?
DIENSTER Ik denk het wel.
DOKTER Voel jij je nog duizelig.
DIENSTER Het is precies al iets beter.
DOKTER Dat is zeker, het komt allemaal in orde.
Wat denk je, zal het lukken om mee naar beneden te gaan?
VICKY (Wenend)
Ik weet het niet.
DOKTER (Tegen
Raymond) Hier kan ze uiteraard niet blijven.
RAYMOND Ah nee???
DOKTER Ah... die meneer Julien zal terug naar
zijn kamer willen komen.
RAYMOND Ah ja, da’s normaal hé.
DOKTER Daarom is het best dat we haar hier
weghalen.
RAYMOND Jamaar, volgens mij zal de Julien daar niks
op tegen hebben, dat Vicky op zijn bed ligt.
DOKTER (Glimlach)
Nee, dat zal wel niet. Maar geef toe... het past niet hé.
RAYMOND Ik weet niet?
DOKTER Allé meneer, zou jij je dochter alleen
achterlaten bij die Julien?
RAYMOND Ja... als jij het zo ziet.
DOKTER (Tegen
Vicky) Kom Vicky, we zullen je naar beneden helpen.
(Vicky staat recht)
DOKTER Ik denk dat je haar best wat ondersteunt.
RAYMOND Jaja. Gaat het meisje?
DIENSTER Ik denk het wel.
DOKTER Ik zal haar best een paar dagen
ziekenverlof voorschrijven.
RAYMOND Ja, als dat nodig is, doe je dat maar.
DOKTER De betaling zullen we beneden wel
regelen.
RAYMOND Jaja, da’s geen probleem. Ik zal dat direct
wel voorschieten.
Alle kom Vicky, voorzichtig.
DOKTER, RAYMOND, VICKY AF INKOMDEUR
(Zodra
de deur sluit, komt Annick loeren aan de wc-deur of iedereen weg is)
ANNICK Julien!… Julien!!…
Die is ook al weg.
(Kijkt een beetje verweesd rond)
Wat moet ik
nu doen? Je moet nadenken Annick (zet
zich in de zetel) Maar niet te lang, want dan doet het zeer. (Staat terug recht) Ik ga me verstoppen.
(Gaat naar het bed en wil eronder
kruipen) Nee, niet onder het bed, want daar stik ik. (Gaat naar de badkamer) (Nee, ook niet in de badkamer, want daar
komen ze altijd binnen.
GEKLOP OP DE DEUR
ANNICK Oei... ze zijn terug... (kijkt paniekerig rond)... Ik kan nu
toch niet opendoen...
GEKLOP OP DE DEUR
ANNICK Oeioei... Ik kruip terug in de kast.
JULIEN (Vanachter
de inkomdoor) Annick... doe eens open!!!
ANNICK Julien? Ben jij dat?
JULIEN Ja, doe maar open.
ANNICK (Opent
de inkomdeur)
JULIEN OP INKOMDEUR
JULIEN Is hij weg?
ANNICK Ja... en dat meisje ook.
JULIEN Allé, dan was ze terug bij haar
positieven?
ANNICK Ik denk het. Ik kon het van in de badkamer
niet zo goed horen.
JULIEN Dat valt dan al mee.
ANNICK Ik ben content dat je terug bent.
JULIEN Ja, die vijf minuten waren om hé.
Zeg die dokter, was dat nu
uwe man?
ANNICK Ik heb hem niet kunnen zien, maar zijn
stem klonk precies wel heel bekend in mijn oren.
JULIEN Die heeft dan toch niks in de mot
gehad.
ANNICK Da’s maar goed ook.
JULIEN Alle, ik hoop dat ze ons nu eindelijk
voor een tijd gerust gaan laten.
ANNICK Zeg Julien…
JULIEN Ja, wat is er?
ANNICK Ik weet niet goed hoe ik het moet
zeggen, maar euh... ik zou precies ook willen weggaan.
JULIEN Nu al?
ANNICK Ja.
JULIEN En waarom?
ANNICK Ik voel mij hier precies toch niet zo
gerust.
JULIEN Ja, dat kan ik verstaan.
ANNICK En als ik niet gerust ben... dan gaat
dat bij mij ook niet.
JULIEN Wel, om eerlijk te zijn… ik denk dat
het voor het moment bij mij ook niet gaat marcheren.
ANNICK Weet je, toen ik in de badkamer zat, was
ik aan ’t denken dat ik misschien toch maar beter een ander werk zoek.
JULIEN Serieus?
ANNICK Ja.
JULIEN Misschien is dat nog niet zo een slecht
gedacht.
ANNICK Tegen al die spanningen kan ik niet zo
goed tegen.
JULIEN Ja, zo een date, dat is toch altijd een
beetje avontuurlijk.
ANNICK Ja, ik dacht eerst… zo is ’t gemakkelijk
verdiend… maar ik ben er precies toch niet voor in de wieg gelegd.
JULIEN Awel, ik apprecieer dat je zo eerlijk
bent.
ANNICK Echt waar?
JULIEN Ja.
ANNICK Ik dacht dat je misschien kwaad zou
zijn.
JULIEN Ikke... helemaal niet. En ik ga je ook
niet met lege handen naar huis laten gaan.
ANNICK Hoe bedoel je?
JULIEN Ik ga je betalen, zoals we hadden
afgesproken. (neemt zijn portefeuille)
ANNICK Nee Julien, dat is niet eerlijk.
JULIEN Daar kun jij toch niet aan doen hé, dat
’t hier allemaal in het honderd gelopen is.
ANNICK Ja, dat is waar, maar ik vind…
JULIEN Tututut. Hier se, pakt dat maar aan.
ANNICK Echt?
JULIEN Ja.
ANNICK Allé merci dan.
JULIEN En vergeet jouw BH niet.
ANNICK Die heb ik daarjuist al terug
aangetrokken.
JULIEN Ja, ver zijn we niet geraakt, maar die
heb ik in ieder geval toch vastgehad hé.
ANNICK Ja da’s waar.
Allé, dan zal ik maar gaan
zeker.
JULIEN Wat denk je... nog een afscheidskusje?
ANNICK Als je dat graag hebt.
JULIEN Allé, kom eens hier, dat ik jou eens
goed vastpak.
ANNICK (Gooit
haar handtas op het bed en stapt naar Julien. Wanneer ze bijna aan ’t kussen
zijn zegt ze: Julien, heb jij graag een gewone kus of heb jij liever een
kus met alles op en aan?
JULIEN Een met alles erop en eraan.
ANNICK Ja, dat vind ik een heel goed gedacht
(Wanneer Julien Annick wil kussen, wordt op de deur
geklop.l)
GEKLOP OP DE DEUR
JULIEN Dedju, kunnen ze een mens hier nu eens
nooit gerust laten?
ANNICK Wat nu Julien?
JULIEN Vooruit, in de kast.
ANNICK Terug in die kast???
JULIEN Ja en houdt de deur tegen hé.
(Als Julien bijna aan de deur is om deze te openen,
opent Annick de deur van de kast)
ANNICK Julien!!!
JULIEN Wat is er?
ANNICK Mijn sjakos.
(Julien neemt vliegensvlug de sjakos van het bed,
gooit ze in de kast en opent de deur)
RAYMOND OP INKOMDEUR
RAYMOND Ben jij de Julien?
JULIEN Ja.
RAYMOND Ik ben Raymond.
JULIEN De Raymond? Allé, aangenaam.
RAYMOND Ja, ik kom je maar verwittigen dat je
dochter voor ’t moment beneden in de receptie zit.
JULIEN Mijn dochter???
RAYMOND Ja.
JULIEN Wat doet die daar???
RAYMOND Die zit beneden te wachten op Monique.
JULIEN Op ons Monique? Maar waarom blijft die
daar beneden zitten? Die kan toch even goed naar hier komen?
RAYMOND Die is toch hier geweest.
JULIEN Hier???
RAYMOND Zeg Julien, jij hebt toch ook geen slag van
de hamer gehad hé?
JULIEN Wat zeg jij nu allemaal?
RAYMOND Jij weet toch dat je dochter een hersenschudding
heeft?
JULIEN Hoe kan ik dat nu weten. Ik zit hier al
een hele dag aan de zee.
RAYMOND Vicky toch ook.
JULIEN Vicky!?!
RAYMOND Ah Julien, eindelijk beginnen de klokjes te
luiden.
JULIEN Ja Raymond, maar jij weet de klepeltjes
precies niet hangen.
RAYMOND Hoe bedoel je?
JULIEN Die Vicky… dàt is mijn dochter niet.
RAYMOND Julien, wat zeg jij nu... is dat je dochter
niet?
JULIEN Nee.
RAYMOND En weet Monique dat?
JULIEN Wat?
RAYMOND Dat Vicky je dochter niet is?
JULIEN Raymond, die Vicky dat is een meisje
dat hier werkt.
RAYMOND Een die hier werkt?
JULIEN Ja.
RAYMOND Jamaar Julien... die lag hier op jouw bed?
JULIEN Ja natuurlijk... omdat ik ze daar zelf
opgelegd heb.
RAYMOND Ooh... jij hebt die daar opgelegd.
JULIEN Versta je ’t niet?
RAYMOND Precies nog niet helemaal Julien.
JULIEN Die Vicky, da’s iemand van het hotel
hier?
RAYMOND Aahhh
JULIEN Voila.
RAYMOND En waarom moest ik Monique dan verwittigen?
JULIEN Van wie moest jij dat?
RAYMOND Van die dokter.
JULIEN Wacht eens Raymond... wat heb jij dan
gezegd?
RAYMOND Dat ze direct naar hier moest komen.
JULIEN ’t Is niet waar hé Raymond.
RAYMOND Ja zeg… die dokter vroeg dat.
JULIEN Ik wist het dat er vodden gingen van
komen.
RAYMOND En ik heb die dokter nog betaald ook.
JULIEN Waarom dat?
RAYMOND Ja, ik dacht dat jij dat ging terugbetalen.
JULIEN Jij kunt veel denken.
RAYMOND Dat was wel 25 euro... En wat nu?
JULIEN Bel maar terug naar ons Monique.
RAYMOND En wat moet ik dan zeggen?
JULIEN Dat het een misverstand is. Dat de
vrouwen op hun congres moeten blijven. Dat ze hier niks kunnen komen doen.
RAYMOND Ah ja, dat zou ik kunnen zeggen. (Neemt zijn gsm) Dan zal ik maar bellen
zeker.
JULIEN Ja, spoed je maar, voor het…
GEKLOP OP DE DEUR
JULIEN …TE LAAT IS!!!
’t Is niet waar, ze zijn
daar.
RAYMOND Dan moet ik niet meer bellen hé Julien?
JULIEN Nee. Stopt dat ding maar terug.
En expliceert het nu maar.
RAYMOND Wat moet ik zeggen?
JULIEN Dat ze mogen teruggaan.
RAYMOND Ja, zo kan ik het zeggen... dat ze mogen
teruggaan.
(Wanneer
Raymond de deur opent, komt Alfredo binnen met een grote tuil bloemen)
ALFREDO OP INKOMDEUR
ALFREDO Julianooo!
JULIEN Alfredo???
ALFREDO Si… Kijke watte ikke hebbe meegebracht?
JULIEN Bloemen??
ALFREDO Waaaww, gewoon.
(Alfredo merkt dat Raymond ook daar is)
ALFREDO Ooh, ikke zie dat de meneere ook nog hier
is.
Het isse toch niet te erg?
RAYMOND Nee, een hersenschudding.
ALFREDO Een hersenschudding?
RAYMOND Ja, een paar dagen niet werken en ’t is
weeral vergeten.
ALFREDO Maar een hersenschudding, ik heb zoiets
van: auw, datte isse niet om mee te lachen hé, datte is heel serieus Juliano.
Dat isse toch waar hé meneere dottore.
RAYMOND Jaja, dat is juist.
JULIEN Ja en de dokter wilde juist vertrekken,
hé Raymond.
(Geeft Raymond een duwtje richting deur)
RAYMOND Jamaar Julien, de dokter is toch al weg.
ALFREDO Isse de dottore alle weg?
RAYMOND Ja.
ALFREDO Maare, wie zedde gij dan?
RAYMOND Ikke? De Raymond, een vriend van de Julien.
ALFREDO Ne vriend???
RAYMOND Ja. Ik kwam eens goeie dag zeggen.
ALFREDO Juliano… nu heb ik zoiets van: gij zijt
mij toch niet aan ’t bedriegen hé.
JULIEN Alfredo!!!
ALFREDO Gij zitte nu toch niet te konklefoezen
achter mijne rug. Ik heb zo het gevoel van: ik weet niet wat ik moet voelen...
Zo van: how.
JULIEN Maar allé.
ALFREDO Juist nu ikke voor u zo een schoon bloeme
heb meegebracht.
RAYMOND Julien, wat denk je, zal ik dan toch maar
bellen?
JULIEN Ooh… het is me allemaal teveel aan ‘t
worden. Ik kan het niet meer aan.
(Laat zich in de zetel vallen om te rusten)
RAYMOND Julien, wat is er?
ALFREDO Pas oppe… Juliano isse weer ziekskes.
(Tegen Raymond) Allé sta daar toch niet te staan als een bloemzak.
Pakt toch een kussen uit de kast.
(Tegen Julien) Juliano, Alfredo isse bij u.
(Raymond
opent de kast om het kussen te nemen en ziet Annick zitten en schikt)
RAYMOND Aaahhhh!!!!! Mijn hart!!!! Ahhhh
(Zakt door zijn benen en valt boven op Julien in de zetel)

ROBERTO Amaai, die is ook al van zijne soes.
Alfredo, gij moete er de loecht inblazen. (Wil
beginnen met Raymond en zegt dan) Bah nee, ik zal maar beginnen met
Juliano. Ik heb zoiets van: reanimatie
nu.
(Breng zijn mond naar mond van Julien)
LICHT UIT.
Derde
bedrijf
JULIEN en ALFREDO OP SCENE
(Raymond
ligt op het bed. Annick zit nog in de kast en Alfredo schikt nieuwe tuil bloemen
in een vaas. Julien ligt nog in de zetel)
ALFREDO Voila se Juliano... ziet es hoe schoone de
bloeme zijn.
JULIEN Heel goed Alfredo. En hoe is ’t met de
Raymond? Is hij al bijgekomen.
ALFREDO Nee, zijn ogen zijn nog altijd dichte.
JULIEN Amaai.
ALFREDO Hoe isse datte toch mogelijke? Iedereen
valt hier van zijne soese. Platte oppe de grond.
JULIEN Da’s van die jodium. Daar zit hier veel
te veel van dat spul in de lucht. Dat pakt op een mens zijn adem.
ALFREDO Zijte maar kalm Juliano, zijte maar kalm.
Alfredo isse bij u hé.
JULIEN Luister Alfredo... verstaat jij dat nu
niet? Ik wil voor het moment rusten.
ALFREDO Roeste gij maar Juliano.
JULIEN Maar ik wil alleen zijn.
ALFREDO Alleene?
Samen met die meneere?
JULIEN Die slaapt toch. Die is van zijne soes.
ALFREDO Si... datte is waare. Allé, ikke zal u
laten roesten... Maar, asse er iete isse, dan heb ik zoiets van: belt en ikke
zenne direkte hier.
JULIEN Dat is heel vriendelijk.
ALFREDO En straks kom ik teroeg.
JULIEN Toch weer niet?
ALFREDO Si si... en ikke breng verse bloemen voor
u mee.
JULIEN Maar Aldredo, dat is nu toch niet
nodig.
ALFREDO Sisi, bloeme om de kamer te versieren.
JULIEN Maar het staat hier al vol bloemen en ik
weet nu al niet hoe ik dat moet gaan expliceren.
ALFREDO Allé... zijt nu maar kalme en roeste nu
maar. Tot straks hé Juliano. Toedeloe.
JULIEN Ja...
ALFREDO AF INKOMDEUR
(Zodra
Alfredo buiten is, wipt Julien uit de zetel en opent de kast)
JULIEN Kom er maar uit, hij is weg.
ANNICK (Komt
voorzichtig uit de kast en wijst naar het bed) Maar hij ligt daar nog.
JULIEN Niet aantrekken, die is voor ’t moment
compleet buiten westen.
ANNICK Zou het erg zijn? (gaat naar Raymond)
JULIEN Dat zal wel niet zeker.
ANNICK Ik vind toch dat hij er maar witjes
uitziet.
JULIEN Denk je?
ANNCK (Neemt
zijn pols) Maar zijn pols klopt nog.
JULIEN Da’s al goed.
ANNICK Zeg Julien, zie ik er ook bleek uit?
JULIEN Bleek? Waarom?
ANNICK Iedereen die mij in die kast ziet
zitten, denkt dat ik een lijk ben.
JULIEN Maar nee, dat is van ’t verschieten.
ANNICK Oh ik dacht al. Allé, wat doen we nu?
JULIEN Die Raymond kan hier niet blijven hé.
ANNICK Maar zolang hij van zijne sus op dat bed
ligt, kan hij toch ook niet weg.
JULIEN Jawel. We stoppen hem in de lift en
brengen hem terug naar zijn kamer.
ANNICK Waar is die?
JULIEN Hier juist boven. Kamer 37.
ANNICK Maar allé Julien, hoe gaan wij die hier
buiten krijgen?
JULIEN Hem buiten dragen natuurlijk.
ANNICK Zo een zware mens.
JULIEN Dat zal wel gaan. Vooruit Annick, we
hebben geen tijd te verliezen. Seffens staat ons Monique hier. Pak hem bij zijn
benen.
ANICK En als hij onderweg nu eens wakker
wordt.
JULIEN Zoveel te beter, dan kan de rest van
het traject te voet afleggen.
(Annick
en Julien proberen zo goed als het gaat Raymond uit het bed te heffen)
ANNICK Die weegt wel zwaar hé.
JULIEN Bijt maar op je tanden. Allé vooruit,
heffen...
ANNICK Amaai...
JULIEN Laat hem niet vallen hé.
ANNICK Neenee...
(Zodra
ze Raymond tot in het midden van de kamer gedragen hebben, wordt op de deur
geklopt)
GEKLOP OP DE DEUR
JULIEN Het is niet waar hé, ze zijn daar al.
ANNICK Wat nu?
JULIEN Vooruit, terug op ‘t bed.
ANNICK Terug?
JULIEN Ja, allé rap. Hef zijn benen naar
omhoog.
GEKLOP OP DE DEUR
(Vanachter de deur roept Monique)
MONIQUE Julien!!!!
JULIEN Ja, ik kom se!!!
(Tegen Annick) Da’s Monique...
ANNICK Dan moet ik mij weer verstoppen zeker.
JULIEN Néé... ik zal zeggen dat jij de dokter
bent.
ANNICK Ikke???
JULIEN Ja. Doe dat je Raymond aan ’t onderzoeken
bent.
ANNICK En wat moet ik dan doen?
JULIEN Zeg eens, jij bent met een dokter
getrouwd hé, ik niet.
MONIQUE Julien!!!!
JULIEN Ja Monique, ik kom!!!
ANNICK Ik heb niets bij mij om hem te
onderzoeken.
JULIEN Heb je niks in je sjakos zitten dat
daarvoor kan dienen?
ANNICK Daar zit alleen maar mijn portefeuille
in en een pakje condooms en... die 100 euro...
JULIEN Pak dan zijn pols vast en kijk wat in
zijn ogen of zo.
ANNICK Nee Julien, ik kan dat niet. Ik steek
mij terug weg (wil naar de badkamer
gaan).
JULIEN Nee, niet in de badkamer. Zie dat
Monique weer last heeft van haar darmen.
MONIQUE (Vanachter
inkomdeur) Julien... doe jij nu nog open of niet?
JULIEN Ja Monique.
ANNICK Terug in de kast dan. (kruipt in de kast)
JULIEN Ja, da’s goed. Stil hé.
(Julien doet de deur open)
MONIQUE EN FRANCINE OP INKOMDEUR
MONIQUE Dat heeft toch altijd nogal wat in eer jij die
deur opendoet. Hoe is dat nu mogelijk?
JULIEN Dat komt omdat ik met de Raymond bezig
was.
MONIQUE Met de Raymond?
(Francine ziet Raymond op het bed liggen)
FRANCINE Raymond???
Oei... wat heeft die voor?
JULIEN Die is gevallen.
FRANCINE Gevallen? ‘t Is toch niet erg?
JULIEN Dat zal wel niet zeker.
MONIQUE Dat komt ervan hé als je die zakken hier in
het midden van de kamer laat rondslingeren. Dan verschiet ik daar helemaal niet
van, dat de mensen daarover vallen.
FRANCINE Raymond jongen toch... Is het erg?
JULIEN Volgens mij is hij buiten westen.
FRANCINE Ja, daar heeft het veel van weg.
MONIQUE En nu loop jij hier nog altijd rond in je
pyjama en die zakken zijn nog altijd niet uitgepakt.
JULIEN Zeg Monique, begint daar nu niet over te
zagen hé.
MONIQUE Dat ben ik al van daarstraks aan ’t vragen.
FRANCINE Hij zal er toch niks aan overhouden zeker?
JULIEN Hooguit een lichte hersenschudding.
FRANCINE Ocharme... en hij is zo gevoelig in zijn
kopke.
MONIQUE En waar is ons Vicky nu?
JULIEN Die is hier niet.
MONIQUE Ja, dat zie ik ook wel. Maar waar is ze?
JULIEN Thuis zeker.
MONIQUE Julien, hang de plezante niet uit hé. Mijne
kop staat er absoluut niet naar.
JULIEN Goed, ik zeg al niks meer.
MONIQUE Is dat nu een uitleg? Raymond heeft naar ‘t
casino gebeld dat ik direct naar hier moest komen, omdat ons Vicky hier in ‘t
bed lag met een hersenschudding.
JULIEN Dat was ons Vicky niet.
MONIQUE Hoe dat was ons Vicky niet? Wie was dat
dan?
JULIEN Een meisje van het hotel hier.
MONIQUE Een meisje van het hotel???
JULIEN Ja.
MONIQUE En waarom lag die hier in bed?
JULIEN Omdat ik die daar zelf ingelegd heb.
MONIQUE Julien... wat ben jij hier allemaal aan t
doen geweest?
JULIEN Ja zeg, die was gevallen.
MONIQUE Die ook al?
JULIEN Ja.
MONIQUE En waarom belt de Raymond dan naar het
casino?
JULIEN Dat meisje heet ook Vicky en de Raymond
dacht dat ‘t ons dochter was.
MONIQUE En vanwaar komen al die bloemen?
JULIEN Euh... die zijn van het hotel.
MONIQUE Van het hotel?
JULIEN Ja... die hebben ze gebracht voor die
Vicky.
FRANCINE Hij komt precies bij... Raymond... Raymond
jongen... ik ben het hé... Francine.
RAYMOND (Half
bewusteloos) Francine???
FRANCINE Ja, ik ben het... Hoe is ‘t?
RAYMOND ’t Gaat.
FRANCINE Heb je ergens pijn?
RAYMOND Pijn?
FRANCINE Ja... in je hoofd?
RAYMOND Nee...
FRANCINE Oh, da’s al goed hé.
MONIQUE Misschien moeten we hem wat water geven?
FRANCINE Wil je iets drinken Raymond?
RAYMOND Ja.
MONIQUE Allé Julien, pakt dan toch eens een glas
water.
FRANCINE Gaat het Raymond?
(Zodra Julien bijna in de badkamer wordt op de deur
geklopt)
GEKLOP OP DE DEUR
(Julien opent de deur)
DIENSTER Ah meneer Julien...
JULIEN Hoi Vicky.
DIENSTER Sorry voor daarstraks... voor al de last.
JULIEN Oh, maar dat geeft niet. Hoe is ’t er
nu mee?
DIENSTER Al terug beter.
MONIQUE Ben jij die Vicky die hier daarstraks in
ons bed lag?
DIENSTER Ja... ik was gevallen.
MONIQUE Maar allé kind, hoe doe je dat toch?
DIENSTER Ik was verschoten.
MONIQUE Verschoten???
DIENSTER Ja... ik wilde een kopkussen in de kast
leggen en toen ik die opendeed, dacht ik dat daar een lijk in zat.
MONIQUE Een lijk? In die kast??? (Julien doet teken dat Vicky gek is) Dat
kan toch niet he meisje.
DIENSTER Ja... En hoe is ’t met die meneer?
JULIEN Oh... die is ook al terug aan ’t
bijkomen.
DIENSTER Da’s al goed. Alfredo heeft het daarjuist
in de receptie verteld.
MONIQUE Alfredo? Wie is dat nu weer?
JULIEN Da’s die van de bloemen.
DIENSTER Hij was weer in volle paniek en de patron
heeft direct de dokter verwittigd.
JULIEN De dokter?
DIENSTER Ja... die zal seffens wel komen.
MONIQUE Hoor je dat Francine, ze hebben een dokter
opgebeld.
JULIEN Allé, we zullen onze plan nu wel
trekken... en als er iets is, dan bellen we wel. (duwt Vicky voorzichtig naar buiten).
MONIQUE Zeg eens juffrouw.
DIENSTER Ja? (komt
terug binnen)
MONIQUE Je bent je bloemen nog vergeten.
DIENSTER Mijn bloemen?
MONIQUE Ja hier se... en die daar.
DIENSTER Sorry mevrouw, maar die zijn niet van mij
hoor?
MONIQUE Jawel. Allé Julien, leg het haar eens uit.
JULIEN Euh... die hebben ze naar hier gebracht
omdat jij ziek was.
DIENSTER Wie? Alfredo?
JULIEN Ja.
DIENSTER Ooh... die is toch altijd zo attentvol hé.
Ik zal hem direct gaan bedanken.
MONIQUE Jamaar hier, neemt ze maar mee.
DIENSTER Oh ja... zal ik zeker doen. (neemt bloemen aan)
JULIEN Kun je ze dragen?
DIENSTER Ja, ’t gaat wel. En als er iets is bel je
maar.
JULIEN Dat zal niet mankeren.
VICKY AF INKOMDEUR
MONIQUE Wacht, ik zal de Raymond een kopkussen
geven, dan kan hij zich wat rechter zetten.
JULIEN Een kopkussen???
MONIQUE Natuurlijk. Dat zit veel gemakkelijker hé
jong.
JULIEN Wacht, ik zal dat wel nemen (haast zich naar de kast, doet kast open en
Annick geeft het kussen aan hem).
MONIQUE Voelt jij je nu al wat beter?
RAYMOND ’t Gaat wel.
FRANCINE Da’s zeker.
MONIQUE De dokter komt direct, dan kan die jou eens
goed onderzoeken.
JULIEN (Geeft
kopkussen) Volgens mij gaat de Raymond dan toch beter naar zijn kamer.
MONIQUE En waarom? Die dokter kan hem hier toch ook
onderzoeken?
JULIEN Maar daar hebben ze toch meer privacy.
FRANCINE Wat denk je Raymond, zal ‘t gaan om naar
ons kamer te gaan?
RAYMOND Ik denk het wel.
MONIQUE Maar hij mag gerust hier blijven, als hij
dat wil.
FRANCINE Da’s niet nodig Monique, ik zal hem wel
meenemen. Allé kom, sta voorzichtig recht.
MONIQUE Zak niet door je benen hé.
RAYMOND ’t Gaat wel.
MONIQUE Alle Julien, ga eens mee naar boven, dat je
de Raymond wat kunt ondersteunen.
JULIEN Ikke?
MONIQUE Ja natuurlijk. Je verwacht toch niet van
mij dat ik zo een zware man kan helpen.
JULIEN Maar hij stapt toch al goed. ’t Zal wel
alleen gaan zeker Raymond?
MONIQUE Julien!!!
JULIEN Ja, ’t is goed. Maar kom dan ook mee,
dan blijven we daar wat zitten.
MONIQUE Als wij allemaal naar boven gaan, dan heeft
de Raymond toch weer geen privacy.
JULIEN Jij kunt de deuren van de lift toch
open- en toedoen.
MONIQUE Wat voor een vent ben jij nu. Allé vooruit.
Ik zal ondertussen die zakken wel leegmaken en alles in de kast leggen.
JULIEN Nee Monique, dat wil ik niet. Ik heb
beloofd dat ik dat zou doen.
MONIQUE Beloven doe jij veel, maar ze staan nog
altijd op dezelfde plaats als deze morgent.
JULIEN Als ik terug ben, dan is dat mijn
eerste werk. Rust jij maar een beetje, voor je weer last krijgt van de diarree.
MONIQUE ’t Is goed, ik zal wat op het bed gaan
liggen.
JULIEN Ja, doe dat.
Allé kom Raymond, dat ik je naar
boven help.
MONIQUE Ik zal de deur tegenzetten, voor ’t geval
dat ik moest indommelen, dan kun je terug binnen.
JULIEN Da’s heel goed.
RAYMOND, FRANCINE, JULIEN AF INKOMDEUR
MONIQUE (Gaat
naar bed en wil zich neerleggen)
Maar hoeveel
kussens hebben ze hier nu feitelijk op dat bed liggen? (Ze krijgt het op haar heupen en wil een kussen naar de kast brengen.
Zodra Monique de kast opent, roept Annick:
ANNICK BOE!!!
MONIQUE (Valt
flauw van het verschieten)
ANNICK (Komt
uit de kast en ziet Monique liggen)
Sorry Madame,
maar een ander oplossing schoot mij echt niet te binnen.
(Ze buigt zich over Monique)
DOKTER OP INKOMDEUR
DOKTER (Duwt
inkomdeur open, ziet Monique op grond liggen en gaat onmiddellijk tot bij haar
en zegt intussen tegen Annick) Wat doe jij hier?
ANNICK Ik was in de gang toen ik een gil
hoorde. Ik ben direct komen kijken en toen zag ik die madame hier liggen.
DOKTER En wat voor kleding heb jij nu aan?
ANNICK Da’s mijn sjanelleke.
DOKTER Op het eerste zicht een onschuldige val.
Kom, leg haar even mee op het bed. (Dragen
Monique naar het bed. Ondertussen praat hij met Annick) Wat deed jij hier
in deze gang.
ANNICK Oh... in één van de kamers logeert een
vriendin van mij, en ik wou haar vragen of ik voorlopig bij haar kan intrekken.
DOKTER Allé voorzichtig... we leggen haar neer.

Allé
voorzichtig...
(Ze leggen Monique op het bed. De dokter onderzoekt, neemt pols, kijkt
in de ogen van Monique die nog steeds bewusteloos is. Ondertussen praat hij
verder met Annick)
DOKTER Weet je dat ik al twee weken op zoek ben
naar jou?
ANNICK Dat meen je ziet.
DOKTER Toch is het zo. Constant, als ik op de
baan ben, kijk in rond, naar links, naar rechts, op de parkings, in de hoop dat
ik je ergens zou tegenkomen.
ANNICK En waarom? Je hebt me toch zelf
buitengezet.
DOKTER Och Annick... dat was is een vlaag. Je
weet toch hoe dat dat gaat, het ene woord brengt het andere mee. En inderdaad,
ik heb toen dingen gezegd waar ik achteraf heel veel spijt van had.
ANNICK Ja, en dat is heel pijnlijk.
DOKTER Sorry.
ANNICK Dus je meende niet dat ik het moest
aftrappen.
DOKTER Natuurlijk niet.
ANNICK Ah... En hoe zit ‘t met mijne
sex-appeal?
DOKTER Waar zit jij toch mee in je hoofd.
ANNICK Ik vond het anders een serieuze
belediging, wat je daarover gezegd hebt.
DOKTER Annick... veeg over alles een spons en
kom terug bij mij wonen. Ik heb je nodig hé.
ANNICK Echt waar?
DOKTER Ja.
ANNICK Awel Davy, ik jou ook. (omhelzen elkaar)
DOKTER (Geeft
sleutel van het huis) Hier is de sleutel, ga al maar naar ons thuis,
terwijl ik haar verder onderzoek. Zo vlug als ik kan kom ik ook.
ANNICK Nu heb je mij echt blij gemaakt. (nog een kusje) Maak het niet te laat
hé.
DOKTER Zeker niet. Tot straks.
ANNICK AF BUITENDEUR
DOKTER (Gaat
terug naar Monique) Madame... Madame...
GEKLOP OP DE DEUR
DOKTER (Doet
de deur open en Julien komt binnen)
JULIEN Ah, meneer doktoor, je bent al hier.
Maar ’t is hierboven dat je moet zijn.
DOKTER Nee, de patiënte ligt hier op ‘t bed.
JULIEN Neenee, da’s mijn vrouw, die ligt
gewoon een beetje te rusten.
DOKTER Te rusten? Ze is bewusteloos ja. Ze lag
daar op de grond.
JULIEN Zeg dat ’t niet waar is, die zal toch ook niet... (kijkt naar de kast)
DOKTER Wat???
JULIEN Nee... niks.
DOKTER Ze heeft nog geluk gehad. Mijn vrouw is
er bij toeval op uitgekomen.
JULIEN Uw vrouw???
DOKTER Ja, die was net in de gang toen ze
mevrouw hoorde vallen.
JULIEN Ooh... (zucht van oplichting)
MONIQUE Julien... (komt bij positieven)
JULIEN Wat is er schat... ben je gevallen?
MONIQUE Ik ben verschoten!!!
DOKTER Leg eens uit mevrouw, waarvan ben je geschrokken?
MONIQUE Daar zit iemand in die kast.
DOKTER In die kast... dat kan toch niet.
(Neemt Julien wat terzijde en zegt tegen hem) Dat is waarschijnlijk
het gevolg van een lichte hersenschudding. Ze heeft waanbeelden.
MONIQUE Julien, doe die kastdeur eens open... daar
zit iemand in.
DOKTER Blijf maar kalm mevrouw.
MONIQUE Nee, kijk eens... Het zei ‘Boem’ tegen mij.
DOKTER Allé, als ik je daarmee kan
geruststellen... (gaat naar de kast en
opent ze). Zie je wel... helemaal leeg.
(Tegen Julien) Da’s niet abnormaal dat ze zoiets denken, dat meisje
daarstraks was er ook van overtuigd dat er iemand... (begint te denken)... IN DIE KAST ZAT.
JULIEN Belachelijk hé, wie kruipt er nu in een
kast.
DONTER Ja, dat begin ik mij plots ook af te
vragen. Excuseer meneer, ik moet dringend naar huis.
JULIEN Zo ineens?
DOKTER Ja, ik heb zo een voorgevoel dat mijn
vrouw daar meer van afweet.
JULIEN Jouw vrouw... hoe kan dat nu?
DOKTER Dat zal ik bij mijn volgende bezoek wel
uit de doekjes komen doen.
DOKTER AF BUITENDEUR
MONIQUE Wat was dat allemaal Julien?
JULIEN Hij moest ineens weg.
MONQUE Waarom denkt hij dat zijn vrouw daar meer
vanaf weet?
JULIEN Hoe kan ik dat nu weten, ik ben geen
dokter hé.
MONIQUE Julien...Jij hebt met die zijn vrouw hier
toch niet op de kamer gezeten?
JULIEN Ikke?
MONIQUE Ja jij.
JULIEN Maar allé Monique... hoe durft je nu
zoiets denken.
MONIQUE Ik vind dat toch maar heel raar, hoe dat
die dokter ineens vertrokken is.
(Staat recht en gaat naar kast) En ik ben er zeker van dat daar
iemand inzat.
JULIEN Maar allé Monique... in een kast... dat
kan toch niet.
MONIQUE Dat komt ervan se, dat begint weer allemaal
op mijn darmen te slaan. (Gaat naar
badkamer)
MONIQUE AF BADKAMER
JULIEN Zijt nu maar kalm. Ik zal ondertussen
die zakken al beginnen leegmaken. (Hij
gaat naar de bar en schenkt voor hem een whisky in). Ja Julien jong, dat is hier precies
allemaal nog goed afgelopen.
GEKLOP OP DE DEUR
ALFREDO (Komt
binnen. Hij is nu heel extravagant gekleed en heeft een pakje) Juliano...
JULIEN Alfredo?????
ALFREDO Zeg maar Frido hoor.

Zeg
maar Frida hoor.
ALFREDO En hoe is ’t nu met de Juliano?
JULIEN Met mij prima... allé tot nu toe.
ALFREDO Ikke hebbe begrepe Juliano datte gij niet
graag bloeme ziet.
JULIEN Ik? Maar jawel.
ALFREDO Nono Juliano, wante elke keer als ikke
bloemen breng, dan geeft gij ze terug.
JULIEN Jamaar nee, je verstaat dat verkeerd.
ALFREDO Tututut Juliano... ik heb zoiets van: ik
heb heel diep nagedachte en ikke heb een andere cadeau voor u meegebrachte.
JULIEN Een andere cadeau?
ALFREDO Si... (Hij
geeft hem een pakje)
JULIEN Een pakje?
ALFREDO Si... en loerde maar es watte inne dat
pakske zit?
Julien opent het pakje en haalt er een BH uit.
JULIEN Een BH???
ALFREDO Waaaw, gewoon. Voor u Juliano, voor onder
de pyjama.
JULIEN Alfredo?
ALFREDO Sisi Juliano, ik weete datte gij dat
stiekem draagt.
JULIEN Nee Alfredo, dat kan ik niet aannemen.
ALFREDO Sisi... Allé laat mij eens probere of
datte hij paste.
JULIEN Jamaar Alfredo.
ALFREDO Allé Juliano... houdt dat hemdeke nu eens
omhoog...
(Doet BH bij Julien aan)

MONIQUE OP BAKAMER
MONIQUE (Komt
spuitend met spuitbus uit de badkamer) Julien?!? Met wat ben je nu weer mee bezig?
ALFREDO Juliano!!! Ik heb zoiets van: wat doete
die madame hiere.
MONIQUE Ja, dat vraag ik mij ook af.
JULIEN Luister Monique, ik kan dat allemaal
uitleggen.
MONIQUE En sinds wanneer draag jij zwart ondergoed?
JULIEN Ikke?
ALFREDO Juliano, gij gaat gij mij toch niet bediegen
met een madame.
MONIQUE En wie is die kwibido hier. Dana
International?
ALFREDO Ooh ja, Dana International.
JULIEN Dat is Alfredo.
ALFREDO Siiii, Alfredo van de bloemen en Juliano,
en dat isse mijne vriend.
FRANCINE OP BUITENDEUR
FRANCINE Monique, ik heb heel goed nieuws, het is al
terug veel beter met onze Raymond.
JULIEN Het is niet waar hé, dat wordt echt
teveel voor mij. (gaat op het bed
zitten).
FRANCINE Oeoeoei... wat heeft de Julien voor?
MONIQUE Ik denk dat die in zijne midlife crisis
zit.
ALFREDO Julien... wat zie ik... nu zijn er al twee
vrouwen... dat is me teveel. (Valt van
zijn stokje op de zetel)
FRANCINE En dat hier??? Wat heeft dat voor???
MONIQUE Kom Francine, laat de Julien maar doen met
zijn rose ballerina... wij gaan terug naar het congres.
FRANCINE EN MONIQUE AF BUITENDEUR
JULIEN (Staat
recht en gaat tot bij de zetel) ‘t Is niet waar hé... Alfredo is van zijne
sus... ik ga er moeten lucht
inblazen. Ik heb zoiets van: actie nu.(buigt
zich voorover en geeft mond aan mond beademing)
LICHT UIT