INTIMO

KORTE INHOUD

Alexander BUELENS, directeur van de gelijknamige lingerie­groothandel, wil al geruime tijd de Nederlandse markt veroveren. Helaas met weinig succes.

Maar nu schijnt er licht in de duisternis. Aantje KAATSHEUVEL, de aankoopverantwoordelijke van de Nederlandse groothandel INTIMO komt een weekend logeren in Buelens buitenverblijf.

Aantje moet dus kost wat kost in de watten gelegd worden. Alexander heeft voldoende zelfkennis om te weten dat hij niet de ideale charmeur is. Daarom heeft hij zijn topverkoper Robert LIEVENS, die door collega’s als playboy wordt omschreven, gevraagd om twee dagen lang voor directeur te spelen. Als het contract getekend wordt, zit er voor Robert trouwens promotie in.

 

Helaas loopt dit mooi uitgedacht plan mis, wanneer mevrouw Buelens, --in de waan dat haar man naar het buitenland is—met haar minnaar ook in het buitenverblijf arriveert en secretaresse Adele VAN KEURSWINKEL haar liefde voor Robert niet kan bedwingen.

 

ROLVERDELING:

 

3 HEREN – 4 DAMES


EERSTE BEDRIJF

 

WE BEVINDEN ONS IN HET BUITENVERBLIJF VAN DE FAMILIE BUELENS. IN DE HAL HANGT EEN POSTER VAN EEN FOTO­MODEL IN LINGERIE. MIDDEN ACHTERAAN STAAT EEN ETALAGEPOP DIE LINGERIE DRAAGT. OP DE SALONTAFEL LIGGEN ALLERHANDE FOLDERS.

ALEX BUELENS KOMT VANUIT DE TUIN OP. ADELE VAN KEURSWINKEL VOLGT HEM EN NEEMT NOTITIES. BUELENS IS HARDHORIG EN DRAAGT EEN OUDERWETS HOORAPPARAAT MET EEN OORDOPJE DAT VIA EEN KABEL NAAR HET ONTVANGERTJE GAAT EN EEN BRIL MET HEEL DIKKE GLAZEN.

 

ALEX           En zorg ervoor dat hij niet onder de prijs gaat, juffrouw van Keurswinkel.

 

ADELE       Nee directeur.

 

ALEX         Wat zeg je?

 

ADELE       NEE DIRECTEUR !!!

 

ALEX         (neemt hoorapparaat uit bovenzak) Is die batterij nu weer leeg? Goed, dan heb ik alles gezegd. Je haalt als de bliksem die papieren in het kantoor en komt dan direct terug om een oogje in het zeil te houden.

 

ADELE       Goed directeur.

 

ALEX         Met die Lievens weet je nooit.

 

ADELE       (In vervoering) Oh … meneer Lievens… Robert…

 

ALEX         Allé vooruit, blijf daar niet staan. Ik zie je morgen wel.

 

ADELE       Ja directeur.

 

ADELE AF HAL

 

ALEX         (Legt folders wat mooi) Waar blijft die Lievens toch?

 

BEL

 

ALEX         (Reageert alsof hij iets gehoord heeft, maar is er niet zeker van)

 

BEL

 

ALEX         (Gaat richting bel en bestudeert ze. Omdat er niets gebeurt, haalt hij zijn hoorapparaat uit zijn bovenzakje en houdt het richting bel).

 

BEL

 

ALEX         (Schrikt hevig. Gaat af langs hal. Komt terug op met Robert Lievens die een koffer in zijn hand heeft.

 

ROBERT OP HAL

 

ALEX         Kom binnen Lievens.

 

ROBERT     Dank u directeur.

 

ALEX         Wablief?

 

ROBERT     (Ziet dat Alex het hoorapparaat in zijn hand heeft en roept luid in het apparaat) Dank u directeur!!!

 

ALEX         (Schrikt) Wat wil je drinken…

 

ROBERT     Euh… een pintje.

 

ALEX         Een whisky zeker…

 

ROBERT     Nee euh… een gewoon pintje.

 

ALEX         Je ziet er zo een whiskyman uit. Met water of puur?

 

ROBERT     Ik had toch liever…

 

ALEX         Groot gelijk, water is voor de platbroeken. Cheers (Geeft glas aan Robert).

 

ROBERT     Dank U. (zegt tegen de etalagepop) Zijn batterijen zijn weer leeg.

 

ALEX         Wat zeg je?

 

ROBERT     Euh niets… Ik had het tegen de pop.

 

ALEX         Tegen wie?

 

ROBERT     DE POP!

 

ALEX         Praat jij tegen poppen? Rare gewoonte Lievens.

 

ROBERT     (Wijst met zijn hand waarin het whiskyglas is in de richting van het hoorapparaat) DIRECTEUR, UW BATTERIJ IS LEEG.

 

ALEX         Leeg? Ik wist niet dat jij zo’n drinker was. Vul maar bij Lievens, de fles staat op de bar.

 

ROBERT     NEE. DE BATTERIJEN VAN UW HOORAPPARAAT ZIJN LEEG. ZE ZIJN OP.

 

ALEX         Neenee, dat gaat nog een tijdje mee. Maar ga toch zitten man.

 

ROBERT     (Gaat zitten en krijgt een idee. Hij begint te praten zonder geluid) ...

 

ALEX         Wat zeg je Lievens?

 

ROBERT     (Doet alsof hij zeer luid praat, maar nog steeds zonder geluid)

 

ALEX         Ik versta je niet man. (Begint te prullen aan het apparaat. Staat dan op en gaat naar kast, neemt nieuwe batterijen en steekt ze in het toestel).

 

ROBERT     (Is hem gevolgd en zodra de batterijen erin steken zegt hij heel luid in het apparaat:) IN EEN KALKOENKWEKERIJ MET EEN HOEDJE OP (lacht).

 

ALEX         Juist ja. Maar ga toch zitten Lievens, euh Robert.

 

ROBERT     Dank u directeur.

 

ALEX         Robert, laat ons één ding afspreken: het is week­end en dit is mijn buitenverblijf. Ik zou dus willen dat je mij bij mijn naam noemt.

 

ROBERT     Dank u wel, meneer Buelens.

 

ALEX         Ik bedoel met mijn voornaam.

 

ROBERT     Juist ja… meneer Alexander.

 

ALEX         En... ik hoor nog liever Alex.

 

ROBERT     Alex.

 

ALEX         Prima. (drinkt zijn glas leeg en staat recht) Nog een drankje?

 

ROBERT     Ik heb liever een gewoon pintje.

 

ALEX         Een gewoon pintje???

 

ROBERT     Ik ben ook maar een gewone vertegenwoordiger, hé directeur.

 

ALEX         Alex…

 

ROBERT     Neem me niet kwalijk, maar ‘Alex’ klinkt zo raar.

 

ALEX         Och, dat went wel. Een pintje dus. (Zet zijn glas op de bar en gaat naar keuken)

 

ALEX AF KEUKEN

 

ROBERT     (Staat recht en kijkt rond, ook richting tuin) Amaai zeg, die heeft hier een zwembad. Dat had hij nu toch kunnen zeggen, ik heb niet eens een zwem­broek meegebracht.

 

ALEX OP KEUKEN

 

ALEX         (Komt uit keuken met pintje en geeft het aan Robert) Zo Robert, op je gezondheid.

 

ROBERT     Dank u directeur.

 

ALEX         Euhhh

 

ROBERT     Alex.

 

ALEX         Zo wil ik het horen. Op een succesvol weekend. Maar ga toch zitten.

                Je hebt je de voorbije dagen wel zitten afvragen waarom ik jou hier heb uitgenodigd?

 

ROBERT     Om eerlijk te zijn… wel ja.

 

ALEX         Dan kom ik meteen ‘to the point’. Je weet dat we met onze lingerie in België heel goed scoren.

 

ROBERT     Dat mag je wel zeggen. We staan al drie jaar aan de top inzake verkoop.

 

ALEX         Dat klopt en dat komt niet in het minst door jou. Al twee jaar ben jij onze topverkoper.

 

ROBERT     Dank u.

 

ALEX         Maar aan de andere kant hebben we in Nederland nog geen poot aan de grond gekregen.

 

ROBERT     Laat staan een BH rond de borst (lacht).

 

ALEX         Inderdaad. Maar daar komt nu verandering in.

 

ROBERT     Oh ja?

 

ALEX         Er zijn de voorbije weken intense besprekingen geweest met Intimo.

 

ROBERT     Met Intimo nog wel? Als we daarmee in zee kunnen gaan, dan hebben de hele Hollandse markt.

 

ALEX         Als we ze kunnen overtuigen wel ja.

 

ROBERT     Oh, dan is het zover nog niet?

 

ALEX         Nee. Dat hangt van dit weekend af en... van jou.

 

ROBERT     Van mij?

 

ALEX         Ja. En van Aantje Kaatsheuvel, de aankoop­verant­woordelijke van Intimo. Zij komt morgen naar hier en dan ben jij aan de zet.

 

ROBERT     Ik?

 

ALEX         Kijk Robert… ik heb de voorbije dagen zo hier en daar eens geïnformeerd. Jij bent nog vrijgezel en bij je collega’s heb je een beetje de naam…

 

ROBERT     Ja, wat zeggen ze zoal van mij?

 

ALEX         dat jij een playboy bent.

 

ROBERT     Iedereen heeft zo zijn verborgen talenten hé.

 

ALEX         Juist… en een baard.

 

ROBERT     Een baard?

 

ALEX.        Ja, en daar valt Aantje voor. Als er dus iemand is die de deal kan sluiten, dan ben ik het niet, maar wel jij: een playboy met een baard.

 

ROBERT     U bedoelt dat ik dat Aantje moet overtuigen? Daar zie ik nu niet zo een groot probleem in.

 

ALEX         Maar die juffrouw denkt dat zij de persoonlijke gast is van de directeur van ‘Buelens Lingerie’.

 

ROBERT     En is dat een probleem.

 

ALEX         Nee, als jij er tenminste geen bezwaar tegen hebt om hier twee dagen voor directeur te spelen.

 

ROBERT     (verslikt zich) Wablief???

 

ALEX         Jij wordt twee dagen directeur van Buelens Lingerie.

 

ROBERT     Ik?

 

ALEX         Ja.

 

ROBERT     Robert Lievens, directeur. Dat is ineens een serieuze bevordering.

 

ALEX         Nee, je ziet het een beetje verkeerd.

 

ROBERT     Oh… ben ik al terug gedegradeerd?

 

ALEX         Bij Intimo kennen ze mijn naam natuurlijk.

 

ROBERT     Ja en dan?

 

ALEX         Dat wil ook zeggen dat jij twee dagen Alex Buelens zult moeten heten.

 

ROBERT     Wacht eens even… nu ben ik nog maar vijf minuten hier en ik heb al een andere job en een andere naam. Nu ga je me nog een facelift aansmeren zeker?  (geeft een klopje op rug van Alex)

 

ALEX         (Was net aan het drinken, morst, wrijft kleding mooi, maar zijn oordopje val uit zijn oor)

                WE MOETEN WEL EEN PAAR ZAKEN AFSPREKEN!

 

ROBERT     (Schrikt omdat Alex zo luid praat)

 

ALEX         IK HEB IN MIJN KANTOOR EEN AFSPRAAK MET CRETS VAN FLOPPY SLIP. JIJ VANGT HIER DIE KAATS­HEUVEL OP EN BRENGT HAAR IN DE MOOD. VOLG JE?

 

ROBERT     (Loopt achter hem aan) Jaja, ik volg.

                (Tegen etalagepop) Kom Marieke.

 

ALEX         MORGEN KOM IK TERUG ALS JE FINANCIELE ADVISEUR. VOLG JE?

 

ROBERT     Jaja, ik volg. (Ziet dat het oordopje uit het oor is)

                Euh… uw dopje.

 

ALEX         NEE, DAT IS GEEN MOPJE. ZO KAN IK ZIEN OF JE GEEN STOMMITEITEN UITHAALT. VOLG JE?

 

ROBERT     Ik volg.

 

ALEX         EN VOOR DE GEMAKKELIJKHEID NOEM JIJ ME MAAR ROBERT LIEVENS. VOLG JE?

 

ROBERT     (Tot pop) Nu gaat hij te snel.

 

ALEX         EN IK HEB JUFFROUW VAN KEUSWINKEL GE­VRAAGD OM VANDAAG AL NAAR HIER TE KOMEN. ZIJ KENT ALLE PRIJZEN EN KORTINGEN.

 

ROBERT     (In paniek) Wat? Adèle??? Nee directeur, laat die hier buiten.

 

ALEX         JE WEET HET, OP ADELE KUN JE REKENEN.

 

ROBERT     Alsjeblief, steek dat dopje in uw oor.

 

ALEX         NEENEE, GEEN MOPJE? DIT WORDT HET CONTRACT VAN DE EEUW.

 

ROBERT     Gij se dove kwakkel. DIE ADELE IS STAPELGEK OP MIJ. ZE IS NOG MAAGD EN HEEFT ALLES VOOR MIJ BEWAARD. DAT MENS LUST ME RAUW!

 

ALEX         (Kijkt wat verdwaast).JUIST EEN PRIMA VROUW.

                ZO, KAATSHEUVEL ARRIVEERT OM TWEE UUR, IK GA ER DUS MAAR VANDOOR. NEEM JIJ DIE KAMER MAAR (G) MIJN VROUW DENKT DAT IK NAAR DUITS­LAND BEN NAAR HET CONGRES VAN DE ‘DEUTSE UNTERHOZEN UND BOEZENVEREIN’ EN ZELF GING ZE MET DE MEISJES VAN HAAR VROEGERE KLAS EEN WEEKEND NAAR KNOKKE.

                (Is al bijna buiten) EN DENK ERAAN LIEVENS, ER ZIT EEN DEFTIGE PROMOTIE AAN VAST… ONDERDIRECTEUR LIEVENS.

 

ALEX AF HAL

 

ROBERT:    Hmm onderdirecteur Lievens… klinkt niet slecht.

                (Zet de glazen weg in de bar. Neemt koffer en wil naar kamer G gaan. De telefoon rinkelt.

 

TELEFOON

 

ROBERT     Hallo met onderdirecteur Liev… euh directeur Buelens… Wat zegt u? Telefoonenquêtes? En wat wilt u weten?... Hoe ik tegenover een stinkende adem sta?... Luister hé, het liefst zover mogelijk vandaan. Goeie middag.

                (Haakt boos in en zegt tegen pop)

                Een stikende adem, hoe verzinnen ze het?

 

                Neemt koffer en wil weer naar kamer G gaan. De telefoon rinkelt opnieuw.

 

TELEFOON

 

ROBERT     (Neemt op en kortaf:) Poets uw tanden wat beter, dan zal uw mond niet stinken. (schrikt, en kijkt rond dat zeker niemand meeluistert)

                Nee Chriske, jij hebt geen stinkende adem. Ik wist niet dat jij het was... Zeg, ik heb je toch gezegd dat je niet naar hier mocht bellen… Natuurlijk ben ik goed aangekomen… Goed, ik zal tegen de directeur wel zeggen dat jij een prima modefoto­grafe bent… Ja, ik vind het ook jammer dat ik dit weekend hier moet zijn, juist nu uw man twee dagen weg is, maar ik heb het zo niet gewild hé…

                Chriske, ik moet neerleggen, want wij zitten in een belangrijke meeting en in zie aan de directeur zijn gezicht dat hij niet appreciëert dat ik zolang aan de telefoon hang…

                Allé, ik moet neerleggen… daag… ja, daaaag…

                (Haakt in en gaat naar kamer G)

 

ROBERT AF KAMER G

MARIE-JOSEE EN FREDERIK OP HAL

 

Marie-Josée draagt smaakvolle kledij en juwelen. Ze is op en top ‘mevrouw de directeur’. Frederik draagt een koffer. Marie-Josée stapt achter hem en houdt haar handen voor zijn ogen, zodat hij niets kan zien.

 

M.J.           Nog even rechtdoor… ja… en nu naar rechts… ja en stop. Hopla (Verwijdert haar handen).

 

FRED.        Oh lala…

 

M.J.           Vertel eens Frederik, hoe vind je het?

 

FRED.        (omarmt haar) Luister Marie-Josée, voor mijn part mocht het hier zelfs een peperkoekenhuisje zijn. Het belangrijkste is dat we een weekend voor ons alleen hebben.

 

M.J            Kom… (opent deur C) kijk hier eens.

 

FRED.        Aha… de royal suite.

 

M.J.           Dat is het aards paradijs.

 

FRED.        Willen we dan meteen maar van de verboden vrucht gaan proeven?

 

M.J.           (maakt zich los uit omarming) Jij bent toch niet naar hier gekomen om het hele weekend in bed te liggen? (gaat naar bar).

 

FRED.        Och, als het van mij afhangt…

 

M.J.           Jaja, dat weet ik wel.  Ook een sherry?

 

FRED.        Graag. Ik moet zeggen dat je het prima geregeld hebt, om je man twee dagen naar Duitsland te sturen.

 

M.J.           Er was weinig sturen aan. Hij kwam er zelf mee af. En ik heb hem gezegd dat ik naar een klassereünie ging in Knokke. (geeft glas) Gezondheid. (gaat naar sofa).

 

FRED.        Je moet ons toch eens aan elkaar voorstellen.

                (zet zich naast haar)

 

M.J.           Ik zie niet in waar dàt goed voor is.

 

FRED.        Om eens te praten over zijn verzekeringen. Ik ben er zeker van dat ik hem een voordeliger pakket kan aanbieden. En als ik ietsiepietse te veel reken, dat overtuig jij hem wel… niet snoezebol? (doet ogen dicht en wil haar een zoen geven)

 

M.J.           (staat recht) Van zaken ken ik niets en ik moei er mij ook niet mee.

 

FRED.        (valt neer op haar plaats)

 

M.J.           (Neemt koffer van Frederik en gaat naar kamer C.

                Wil je nog een sherry inschenken ?

 

MARIE JOSEE AF KAMER C

 

FRED.        Doe ik honnepon !(Wandelt even rond, langs de tuindeur en ziet het zwembad). Schat!  Is dat een zwembad in jullie tuin!?!

 

M.J.           Ja, 2 meter lang en 25 diep… of omgekeerd.

 

FRED.        (Stil) Stom wijf, 25 meter diep hoe kan dat nu?

                (Luid) Schat, hebben jullie al een verzekering tegen lekkage afgesloten?

 

M.J.           Weet ik niet?

 

FRED         Geeft niet. Ik vraag het wel aan je man als we over die verzekeringsportefeuille praten.

 

MARIE JOSEE OP KAMER C

 

M.J.           Ben jij je portefeuille kwijt?

 

FRED.        Nee, laat maar. Hier is je sherry. Ik denk dat ik seffens dat zwembad eens ga proberen.

 

M.J.           Je doet maar.

 

FRED.        Ga je niet mee?

 

M.J.           Nee, ik wil eerst wat op mijn positieven komen.

                (Gaat in zetel liggen).

 

FRED.        Doe dat, dan ben je vanavond lekker fit. (klopt op borst, maakt Tarzankreet en gaat naar kamer C)

 

FREDERIK AF KAMER C

ROBERT OP KAMER G

 

ROBERT     (Ziet M.J. niet in sofa liggen. Loopt naar tuindeur) Wat was dat voor een raar geluid? De directeur heeft toch niets gezegd over een hond? (Tegen pop) Bijna twee uur. Eens zien wat dat Aantje in huis heeft.

 

M.J.           Ik ben benieuwd.

 

ROBERT     (Ziet M.J. in zetel) Oohhh u bent er al. Ik had u helemaal niet horen binnenkomen (geeft hand)

 

M.J.           Zeg eens… wie bent u?

 

ROBERT     Ik euh… ik ben Alexander Buelens.

 

M.J.           Alexander Buelens???

 

ROBERT     Inderdaad, Alexander Buelens, directeur van Buelens Lingerie. Maar zeg maar Alex, dat is minder stijf.

 

M.J.           Alex???

 

ROBERT     Juist. Zeg, heb je het gemakkelijk gevonden?

 

M.J.           Mag ik nu eens eindelijk weten wie je bent?

 

ROBERT     (geeft weer hand) Aangenaam, ik ben Alex Buelens.

 

M.J.           Dat kan niet.

 

ROBERT     En waarom niet?

 

M.J.           Omdat die in Duitsland is.

 

ROBERT     In Duitsland? Waar haalt u dat nu?

 

M.J.           (staat nu achter bar en vult haar glas). Omdat ik hem vanmorgen zelf zien vertrekken heb.

 

ROBERT     Wacht eens even… u bent toch Aantje Kaatsheuvel?

 

M.J.           Wie? Ik?

 

ROBERT     Zeg eens, wie bent u eigenlijk?

 

M.J.           Ik? Ik ben Marie-Josée Plas.

 

ROBERT     Plas?

 

M.J.           Ja, de echtgenoot van Alexander Buelens. Gezondheid (nipt aan haar glas).

 

ROBERT.    Madame Buelens… zeg dat ’t niet waar is. (slaat hand tegen zijn voorhoofd en valt achterover in zetel).

 

M.J.           Hela, wat is er? Voel jij je wel goed?

 

ROBERT     Prima. Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld. (staat recht uit sofa) U bent dus mevrouw Buelens?

 

M.J.           Juist ja. Als we er nu nog achterkomen wie u bent, zijn we er helemaal.

 

ROBERT     Juist ja. (lacht met zijn typisch lachje)

 

M.J.           Wacht eens… dat lachje herken ik… Jij werkt voor mijn man… Ben jij niet die topverkoper Riekens of Biekens…

 

ROBERT     Lievens. Robert Lievens. (geeft weer hand) Aangenaam mevrouw Buelens. Hoe is maakt u ‘t?

 

M.J.           Goed meneer Lievens.

 

ROBERT     Dat doet me een enorm plezier.

 

M.J.           Dank u wel meneer Lievens (beseft dan dat ze onnozel staat een handje te geven) Zeg eens, waar zijn we hier mee bezig. Wie doet u hier?

 

ROBERT     Goeie vraag.

 

M.J.           En waarom zegt u dat u Alex bent.

 

ROBERT     Het antwoord is heel eenvoudig.

 

M.J.           Oh ja? Ik ben benieuwd.

 

ROBERT     Luister mevrouw, ik verwacht hier elk moment Aantje Kaatsheuvel, de aankoopverantwoor­delijke van Intimo. Misschien kunnen we eindelijk in Nederland doorbreken.

 

M.J.           En waarom ontvangt Alex die juffrouw zelf niet, als dat toch zo belangrijk is?

 

ROBERT     Omdat hij… naar Duitsland moest, naar de Algeleine Unterhozen und Boezemdinges­conferenz.

 

M.J.           Ah zo…

 

ROBERT     En omdat die mensen van Intimo alleen met de directeur zelf willen onderhandelen, heeft meneer Buelens mij gevraagd om zijn plaats in te nemen.

 

M.J.           Juist.

 

ROBERT     Juist ja.

 

FREDERIK OP KAMER C

 

FRED.        (Komt op in zwembroek, met zeer grote zwem­vliezen aan. Heeft op zijn hoofd een duikersbril. Maakt weer hetzelfde Tarzangeluid) Oeoeoeoeo… (Van zodra hij Robert ziet sterft zijn gebrul uit).

 

M.J.           Ah, meneer Bollen, ik denk dat het de filterinstal­latie is die verstopt is.

 

FRED.        (Kijkt verdwaasd rond om te zien wie Bollen is. Snapt dan dat het tegen hem was) De filterinstal­latie??? Juist ja.

 

M.J.           Ja, daarom was u toch hier.

 

FRED.        Juist ja. En euh… over welke filter gaat het alweer?

 

M.J.           Die filter van het zwembad.

 

FRED.        Juist ja… van het zwembad.

 

M.J.           En het zwembad is daar.

 

FRED.        Juist. (Stapt richting zwembad en valt over zijn zwemvliezen. Staat recht, lacht verlegen naar Robert en gaat naar tuin)

 

FREDERIK AF TUIN

 

M.J.           Dat was meneer… euh…

 

ROBERT     Bollen.

 

M.J.           Ja. We sukkelen al een tijdje met de waterzui­vering van het zwembad. En omdat mijn man nu toch een heel weekend naar Duitsland is, dacht ik, ik zal ’t eens oplossen se.

 

ROBERT     Laten oplossen.

 

M.J.           Inderdaad.

 

ROBERT     Door meneer Bollen.

 

M.J.           Ja.

 

ROBERT     Allé, ’t is te hopen dat hij het vlug gefikst krijgt.

 

M.J.           Daar twijfel ik niet aan. Naar ’t schijnt is het iemand die zijn job door en door kent. Bon. Als ik het goed begrijp blijft u dus hier vandaag?

 

ROBERT     Vandaag… en morgen.

 

M.J.           Wat??? Twee dagen?

 

ROBERT     Ah ja, zolang blijft die Hollandse ook.

 

M.J.           Twee dagen…

 

ROBERT     Meneer Buelens heeft het zo afgesproken.

 

M.J.           Hij heeft mij daar niks van gezegd.

 

ROBERT     Hij zal ’t dan vergeten zijn. Als u het niet erg vindt, ga ik nog vlug een luchtje scheppen.

 

M.J.           U doet maar.

 

ROBERT AF TUIN

TELEFOON

 

M.J.           Hallo… Een enquête via de telefoon… Wat wilt u weten?...  Hoe ik de toekomst zie?

 

ADELE OP HAL

 

ADELE       (Komt op met koffer en dossier)

 

M.J.           (Zegt als ze Adèle ziet) Donkerder en donkerder. (haakt in)

 

ADELE       Dag mevrouw Buelens… euh…  U hier?

 

M.J.           Ja… U ook?

 

ADELE       Ik ook ja.

 

MJ / AD     (Eerst even stilte, dan samen)

                M.J.: Je vraagt je misschien…

                AD.: U weet natuurlijk niet…

                (zwijgen en dan weer samen)

                M.J.: Ik begrijp niet dat…

                AD.: Ik wist niet dat u…

 

M.J.           Ik begrijp het al. U bent hier omdat die Lievens hier is.

 

ADELE       Ooohh meneer Lievens… Is hij al hier?

 

M.J.           Ja.

 

ADELE       Ooohhh (zwijmelt)

 

M.J.           Juffrouw Van Keurswinkel, is alles in orde?

 

ADELE       Neemt u me niet kwalijk mevrouw Buelens, ik werd even slap in de benen.

 

M.J.           Ga dan even rusten. Hier, neem deze logeer­kamer maar. (Wijst naar kamer G)

 

ADELE       (Neemt koffer mee) Ja, misschien moet ik toch even rusten.

 

ADELE AF KAMER G

ROBERT OP TUIN

 

M.J.           Ah meneer Lievens… waar is meneer…

 

ROBERT     Bollen?

 

M.J.           Juist ja.

 

ROBERT     Die is op zoek naar de filterinstallatie van het zwembad. Hij is nu op de bodem aan ’t zoeken.

 

M.J.           Olala, dan zal ik misschien toch maar best even gaan kijken.

 

MARIE JOSEE AF TUIN

TELEFOON

 

ROBERT     Hallo euh… met…mij. (schrikt)

                Chriske, ik heb toch gezegd dat ge niet moogt bellen… Nee, je mag niet langskomen, wij zitten hier niet voor ons plezier hé… Dat is hier een werkvergadering, een soort seminarie… Nee kinneke, dat heeft niks met pastoors te maken… Nee, je moet die foto’s niet komen laten zien… Ja, als er over een nieuwe modefotografe gesproken wordt, ben jij eerste keuze.

                (Knijpt met zijn vingers neus dicht en zegt:) DING DONG

                Chriske de bel gaat, ik moet neerleggen… Omdat de directeur mij gevraagd heeft om de gasten te verwelkomen… Allé, ik leg neer hé… en niet meer bellen hé… Ja, daaaaggg…

                (Haakt in en zegt tegen pop)

                Marieke, een goeie raad, begin nooit een relatie met een mode­fotografe.

                (Gaat richting bar om glazen van MJ en FR. Weg te zetten. Praat door tegen pop)

                Maar allé, dat zal bij u wel niet het geval zijn. Gij maakt eerder contact met hout- of plastiek­wormen.

 

ADELE OP KAMER D

 

ADELE       (Zie Robert achter de bar staan. Terwijl hij tegen pop praat, gaat zij achter hem staan en omarmt hem plots)

 

ROBERT     Oefs… (Snuift) Bah, de geur van 47.11. Juffrouw van Keurswinkel! (wil zich losrukken)

 

ADELE       Robert (vol passie)

 

ROBERT     Van Keurswinkel, alstublief hé!!!

 

ADELE       Zeg maar Adèle. 

 

BEL

 

ROBERT     (Probeert Adèle van zich af te schudden. Wijst naar de deurbel) Daar se… Aarsje Kaatskeutel.

 

ADELE       Oh ja… vieze woorden.

 

BEL

 

ROBERT     Allé, Haantje Tepelheuvel...

 

ADELE       Ja, ga door, beledig me…

 

ROBERT     (Valt over leuning in sofa)

 

ADELE       (Valt boven op hem)

 

ROBERT     Maar hoor jij niet dat die bel gaat!!!

 

ADELE       (Staat recht en wordt opnieuw secretaresse) Ja, dat moet Aantje Kaatsheuvel zijn. Kom meneer Lievens, laten we ons nog even bedwingen. (fatsoeneert haar kleding)

 

ROBERT     (Gaat naar hal.)

 

ROBERT AF HAL

 

ROBERT     (In hal) Excuseer dat ik u laten wachten heb. Kom toch binnen.

 

ROBERT EN AANTJE OP

 

AANTJE      (Met koffer) Ja, ik ben zelf wat aan de late kant.

                (Geeft hand aan Adèle) Aantje Kaatsheuvel, van Intimo.

                (Tegen Robert) En u bent?

 

ROBERT     Alexander Buelens, directeur van Buelens Lingerie.

 

AANTJE      Now meneer Buelens, ik was echt gecharmeerd toen ik van de directie hoorde dat ik voor een weekend in uw buitenverbijf uitgenodigd was.

 

ROBERT     Komkom, het genoegen is geheel aan mijn kant. Maar gaat u toch zitten

 

AANTJE      Dank u, meneer Buelens.

 

ROBERT     Ik stel voor dat we het dit weekend niet te formeel houden. Mijn naam is Alexander, maar zeg maar Alex, dat hoor ik liever.

 

AANTJE      Dan mag je mij gewoon Aantje noemen.

 

ROBERT     Een mooie naam, maar hier in België hoor je hem niet zo vaak.

 

AANTJE      Ik vind hem zelf ook leuk.

 

ROBERT     (Een beetje voorovergebogen naar Aantje. Adèle achter hem) Weet je, hij klinkt zelfs een beetje ondeugend.

 

ADELE       (Knijpt Robert in zijn achterwerk en duwt hem)

 

ROBERT     Aaahhh (Valt voorover in de zetel op Aantje)

 

AANTJE      Ooohhh!!!

 

ROBERT     (Staat recht en stampt op tapijt) Excuseer me, ik struikelde over het tapijt. (Boze blik naar Adèle) Mag ik u iets aanbieden.

 

AANTJE      Gingen we niet ‘jijen en jouwen’?

 

ROBERT     (Kijkt haar niet begrijpend aan) Is het daar niet een tikkeltje te vroeg voor?

 

AANTJE      Om jij in plaats van u te zeggen?

 

ROBERT     Ah, juist ja. Mag ik jou iets aanbieden?

 

ADELE       (Van achter Robert) Hmmm, ik zou wel weten wat u mij mag aanbieden.

 

ROBERT     (Draait zich om en sist) Juffrouw Van Keurswinkel.

 

AANTJE      Now, als het niet te moeilijk is lust ik wel een kopje.

 

ROBERT     (Kijkt weer niet begrijpend)

 

ADELE       Beesten hé die Hollanders. Die denken alleen maar aan seks. (knijpt weer in zijn achterste)

 

ROBERT     Juffrouw Van Keurwinkel… Alstublieft hé.

                (Tegen Aantje) Een kopje?

 

AANTJE      Ja, een lekker bakje koffie.

 

ROBERT     Ah koffie… daar zal ik onmiddellijk voor zorgen.

 

AANTJE      Misschien kan ik me ondertussen best even opfris­sen… Het was een hele rit hier naartoe.

 

ROBERT     Natuurlijk, dan zal ik meteen je kamer wijzen.

                (Neemt haar koffer, kijkt even rond) Volg mij maar. (Gaat gevolgd door Aantje naar deur E, opent ze en zegt verontschuldigend) Ooh, dit is de keuken. Kom, we nemen die deur.

                (Gaat gevolg door Aantje naar deur C, opent ze, schrikt en zegt:) Ooh, hier zit al iemand. Kom.

                (Gaat gevolg door Aantje en Adèle naar deur B, opent ze, ze gaan allemaal binnen en Robert komt als eerste terug buiten, gevolgd door de anderen) U hebt het kunnen zien, dat is de badkamer.

                (Robert kijkt wanhopig naar de laatste deur A, opent ze en zegt opgelucht) Aah, dat is de logeerkamer. Er staan zelfs twee bedden, u kunt kiezen.

 

AANTJE      Jij.

 

ROBERT     Ik?

 

AANTJE      Wij gingen toch jij zeggen.

 

ROBERT     Juist ja. Jij kunt kiezen.

 

AANTJE      (Kijkt in kamer) Nou nou, twee bedden, ik heb er maar eentje nodig hoor. (Gaat kamer in)

 

AANTJE AF KAMER A

 

ROBERT     (In deuropening) Ik zal ze maar alle twee laten staan, mocht je in het midden van de nacht van bed willen wisselen.

 

ADELE       (Zwoel van achter Robert) Ik wist niet dat jij zo’n seksmaniak was (knijpt weer in zijn billen)

 

ROBERT     Aaahhh (struikelt de logeerkamer in. Kom terug buiten, terwijl hij weer met één voet op het tapijt stampt) Neem me niet kwalijk, ik struikelde weer over dit tapijt. (sluit deur A)

 

ADELE       (Belemmert Robert de doorgang)

 

ROBERT     (Doet stap links en Adèle ook, dan stap rechts en Adèle ook. Maakt dan schijnbeweging en kan weg) Juffrouw Van Keurswinkel, alstublieft hé.

 

ADELE       (zwoel en achtervolgt hem) Wil je met mij ook jijen en jouwen?

 

ROBERT     Daar is het nu absoluut niet de juiste plaats en tijd voor. Trouwens, mevrouw Buelens is daar.

 

ADELE       (Stopt achtervolging) Dan gaan we straks verder.

 

ADELE AF BADKAMER

 

ROBERT     Marieke… waar ben ik toch in godsnaam mee bezig... Ah ja, koffie zetten.

 

ROBERT AF KEUKEN

MARIE JOSEE OP TUIN

 

M.J.           (Op via tuin. Loert even en wenkt naar Frederik) Kom maar.

 

FRED.        (Komt op, zwembroek is nat) En wat nu?

 

M.J.           Ik kan er toch ook niet aan doen dat Alex juist hier een zakenbespreking heeft geregeld.

 

FRED.        Mooi geregeld, een verkoper die hier directeur komt spelen.

 

M.J.           Over zaken vertelt Alex mij nooit iets. In ieder geval mogen we nu niet te familiair doen.

 

FRED.        En kunt ge die twee niet aan de deur zetten?

 

M.J.           Ik zie wel.

 

FRED.        Hoe ‘ik zie wel’? Nu ben je eens een weekend van jouw man af. Nu ga je toch geen andere zijn plaats laten innemen zeker.

 

M.J.           Was jij dat ook niet van plan… King Kong?

 

FRED         (Kijk ondeugend naar haar. Wandelt dan rond als aap) Oeoeoeoeoeo. (spring op sofa en wipt)

 

ADELE OP BADKAMER

 

ADELE       (Kijkt verbaasd naar Frederik)

 

M.J.           (Kijkt verschrikt naar Adèle terwijl Frederik verder springt en brult) Yes, yes I understand.

 

FRED         (Ziet Adèle en komt uit sofa)

 

M.J.           Dit is… euh… Ulan Zanevski

 

FRED         (Verbaasde blik)

 

M.J.           Een Servo-Kroaat… Een politiek vluchteling die in de tuin komt werken.

 

ADELE       In zijn zwembroek?

 

M.J.           Ja. Rare jongens hé, die Serviërs.

                (Tegen Fred.) She’s the secretary.

 

ADELE       (Geeft hand) Please to meet you. So you are from Servië?

 

FRED.        (Zweedse tongval) Jeu en euten smeurebreud.

 

M.J.           Zijn moeder is een Zweedse.

 

ADELE       Ah zo? Dag meneer Zanevski.

 

ADELE AF KAMER G

 

FRED.        Waar haal je het? Ulan Zanevski, een Serviër?

 

M.J.           Hoe kan ik anders verklaren dat jij hier als een wild beest staat op en neer te springen? Allé vooruit, kleed je terug aan.

 

FRED.        Mag ik me misschien eerst even afspoelen?

 

M.J.           Daar is de badkamer. Ik zet je koffer wel in de logeerkamer.

 

FRED.        Waar is die?

 

M.J.           Daar, naast de badkamer (kamer A) En denk eraan, voor Robert Lievens ben jij Bollen, de zwembad reperateur.

 

FRED.        Nog zoiets, hoe verzin je het?

 

M.J.           Ja zeg, dat was het eerste wat mij te binnen schoot. Allé vooruit.

 

MARIE-JOSEE AF KAMER C

FREDERIK AF BADKAMER

AANTJE OP KAMER A

 

AANTJE      (Komt uit logeerkamer met toiletzak en handdoek. Gaat naar badkamer, maar de deur is vast. Gaat naar keukendeur) Alex!!

 

ROBERT     (Vanuit keuken) Ja?

 

AANTJE      (Gaat in de keuken en doet de deur dicht)

 

AANTJE AF KEUKEN

MARIE-JOSEE OP KAMER C

 

M.J.           (Heeft koffer van Frederik bij. Doet deur A open, maar ziet dat de kamer al in gebruik is) Oei, daar ligt al een koffer. (wil naar kamer G gaan en bedekt zich) Ah nee, daar ligt Adèle. Ooh, waarom is het hier toch zo moeilijk. (gaat met koffer terug naar kamer C).

 

FREDERIK OP BADKAMER

FREDERIK AF KAMER A

ROBERT EN AANTJE OP KEUKEN

 

ROBERT     Dat kan toch niet dat die deur op slot is, daarnet was ze nog los.

 

AANTJE      Ik kan ze echt niet openkrijgen.

 

ROBERT     (Doet badkamerdeur open) Zie je wel, ze gaat gewoon open.

 

AANTJE      Wat vreemd?

 

ROBERT     Misschien klemde ze een beetje, ik zal eens kijken. (gaat op grond zitten en kijkt onder deur, terwijl hij de deur open en dicht doet).

 

FREDERIK OP KAMER A

 

FRED.        (Komt uit logeerkamer en houdt een babydolletje voor zich)

 

AANTJE      (Gilt) Aaahhhhh

 

MARIE-JOSEE OP KAMER C

 

M.J.           Wat is er?

 

FRED.        Dit zat in mijn koffer.

 

ROBERT     ’t Is niet echt mijn smaak, maar als jij dat mooi vindt…

 

AANTJE      (Pakt de babydoll af) In mijn zak bedoel je.

 

M.J.           Meneer Bollen, ik heb uw materiaal voorlopig hier gelegd.

 

FRED.        Waar?

 

M.J.           Hier, in de eerste kamer (C). U kan zich daar misschien omkleden.

 

FRED.        Graag ja…  Excuseer me.

 

FREDERIK AF KAMER C

 

M.J.           U bent zeker die Hollandse juffrouw?

 

AANTJE      Ja, Aantje Kaatsheuvel. Sorry voor die gil van daarnet, maar ik schrok me een aap.

 

M.J.           Er zijn er hier wel meer die met dat probleem zitten.

 

AANTJE      Oh ja?

 

M.J.           In al die drukte vergat ik mij nog voor te stellen. Ik ben Marie-Josée Plas, de echtgenote van Alexander.

 

ROBERT     (Begint hevig te hoesten en bukt zich terug)

 

M.J.           Zeg eens, wat zit jij daar te doen?

 

ROBERT     Ziezo, ze klemt niet meer.

 

M.J.           Hoezo? Is er iets met die deur?

 

AANTJE      Ze zat vast, ik kon niet in de badkamer.

 

M.J.           Oh, maar dat was vast omdat meneer Bollen zich aan ’t afspoelen was.

 

AANTJE      Och ja, natuurlijk. Nou, dan ga ik maar.

 

AANTJE AF BADKAMER

 

M.J.           Ben jij nu echt van plan om die komedie hier vol te houden?

 

ROBERT     Natuurlijk, meneer Buelens heeft het me zelf gevraagd. Trouwens er zit promotie aan vast.

 

M.J.           Het hele idee is gewoon belachelijk.

 

ROBERT     We zitten nu wel met een extra probleempje.

 

M.J.           Nog een? Wat nu weer?

 

ROBERT     Je hebt daarnet tegen dat Aarsje gezegd dat jij mevrouw Buelens bent.

 

M.J.           Natuurlijk, of is dat ook al veranderd?

 

ROBERT     Nee… maar u begrijpt toch dat dat voor een hoop complicaties zorgt.

 

M.J.           Ah ja?

 

ROBERT     Natuurlijk. Als u mevrouw Buelens bent en ik meneer Buelens, dan zij wij zogezegd getrouwd.

 

M.J.           Toch prettig hé, als je zo slim bent.

 

ROBERT     Nee, je begrijpt het niet.

 

M.J.           (luid) Nu moet jij eens goed luisteren: ten eerste ben jij niet meneer Buelens en ten tweede ben ik al getrouwd.

 

ROBERT     Ssstt, dat weet ik natuurlijk ook.

 

M.J.           Waarom sta je hier dan die onzin uit te kramen?

 

ROBERT     Omdat Aarsje dat niet mag weten.

 

M.J.           Leg doe Hollandse troelala dan uit hoe het hier ineen zit hé.

 

ROBERT     Nee. Daar hangt teveel van af.

 

M.J.           Enfin, doe maar verder met je spelletjes en regel het maar, (luid) zolang je maar niet denkt dat ik vanavond bij ‘meneer Buelens’ in bed kruip!

 

ROBERT     Ah nee. Als het zwembad gemaakt is, ga jij natuurlijk naar huis.

 

M.J.           En waarom zou ik?

 

ROBERT     Dan heb jij hier toch niks meer te doen.

 

M.J.           Zeg eens, dat is hier ook mijn buitenverblijf hé.

 

ROBERT     Ssst. Dat weet ik wel.

 

M.J.           Knoop het dan goed in je oren. Ik blijf hier vannacht!

 

ROBERT     ’t Is niet waar hé (slaat zijn hand weer tegen zijn voorhoofd en valt achterover in de sofa)

 

M.J.           Wat nu weer? Voelt u zich niet goed? Wil je misschien iets drinken?

 

ROBERT     (Staat met een ruk recht) Ja, dat is waar ook, waar kan ik hier ergens koffie vinden?

 

M.J.           Koffie?

 

ROBERT     Ja. Aantje wil een kopje als ze uit de badkamer komt.

 

M.J.           Een kopje. Jij legt nogal eieren onder dat kind.

 

ROBERT     Natuurlijk. En als die ooit uitkomen, dan is het “Holland here we come”.  

 

M.J.           De koffie is in de keuken.

 

ROBERT     Ik heb daarnet al gezocht maar niks gevonden.

 

M.J.           Dan moet je beter kijken. Allé vooruit.

 

MARIE-JOSEE EN ROBERT AF KEUKEN

ADELE OP KAMER G

FREDERIK OP KAMER C

 

FRED.        (Draagt badjas) Euh dosvidanja… goeweerof.

 

ADELE       Yes… euh… excuse me (gaat naar tuin)

 

ADELE AF TUIN

 

FRED.        Waar heb ik dat verdiend?

 

AANTJE OP UIT BADKAMER

 

FRED.        Niet gillen… ik ben het... Bollen.

 

AANTJE      Ja zeg, mijn excususes voor daarnet, maar ik schrok me te pletter toen jij daar in mijn dolletje stond.

 

FRED.        Geeft niet. U bent Hollandse?

 

AANTJE      Ja. Aantje Kaatsheuvel van Intimo.

 

FRED.        Intimo?

 

AANTJE      Ja. Onze slogan is: (zwoele stem) ‘INTIMO, EN AL UW FANTASIEËN WORDEN WERKELIJKHEID’.

 

FRED.        Ja, ik ken dat soort bureaus. Jullie werken zeker veel met de telefoon?

 

AANTJE      Meestal wel. De klant bestelt en wij stellen hem zo snel mogelijk tevreden, als u begrijpt wat ik bedoel.

 

FRED.        Jaja… en zijn jullie duur?

 

AANTJE      Voor kwaliteit moet betaald worden hé. Wat doet u hier eigenlijk?

 

FRED.        Oh… ik ben de zwembadreperateur.

 

AANTJE      Oh. Hebben ze hier dan een zwembad?

 

FRED.        Ja, in de tuin. Een ferm spel hoor.

 

AANTJE      Dan wil ik dat ferm spel wel eens zien.

 

FRED.        Wel euh… volg de gids… Zeg, wat zou je ervan denken als we straks eens een duikje zouden nemen?

 

AANTJE      Dat lijkt mij harstikke leuk.

 

FRED.        (Terwijl hij weggaat) Let’s go swimming in de pool…

 

FREDERIK EN AANTJE AF TUIN

MARIE-JOSEE OP KEUKEN

TELEFOON

 

M.J.           Hallo met Marie-Josée Plas. Wie zegt U ?

 

ROBERT OP KEUKEN

 

ROBERT     (Komt uit keuken met dienblad waarop koffie staat)

 

M.J.           Christine? Het spijt me mevrouw, die is hier niet.

 

ROBERT     (Doet teken dat de telefoon voor hem is) Pssttt.

 

M.J.           Nee mevrouw, hier is geen Robert Lievens.

 

ROBERT     (Wanhopig) Psssttttt.

 

M.J.           Mij goed mevrouw, dat doet u dan maar.

 

ROBERT     Was dat niet voor mij?

 

M.J.           Een zekere Christine die vroeg naar Robert Lievens.

 

ROBERT     Ja, en wie ben ik dan?

 

M.J.           Alexander Buelens van Buelens Lingerie.

 

ROBERT     En wat zei ze?

 

M.J.           Ze geloofde me blijkbaar niet toen ik zei dat hier geen Robert was.

 

ROBERT     Da’s niet moeilijk. Daarstraks had ik ze zelf nog aan de lijn.

 

M.J.           Enfin, je legt het haar straks zelf maar uit.

 

ROBERT     Hoe straks?

 

M.J.           Ze komt naar hier.

 

ROBERT     Zeg dat ’t niet waar is hé. (slaat weer met zijn handpalm tegen hoofd en valt achterover in sofa)

 

M.J.           Maar nu doet hij het weer. Zeg eens… wat heeft dat allemaal te betekenen? En wie is die Christine?

 

ROBERT     (Met ruk recht alsof er niets aan de hand is) Dat is mijn poetsvrouw. Ze kwam poetsen maar ze kon de sleutel niet vinden.

 

M.J.           Da’s toch geen reden om u zo op te winden.

 

ROBERT     Ah nee… jij kent dat mens niet hé. Ze wil altijd maar poetsen. Da’s een echt obcessie voor haar. (Gaat naar bar en wil iets inschenken)

 

M.J.           Zozo… (Gaat mee naar bar)

 

FREDERIK OP TUIN

 

FRED.        (Komt uit tuin en loopt naar kamer A)

 

M.J.           Frederik!!!!

 

FRED.        (Stopt en kijkt verschrikt naar M.J. en Robert)

 

M.J.           (Boos en beseft dan dat Robert achter haar staat) Euh meneer Bollen, waar gaat u zo snel naartoe?

 

FRED.        Juffrouw Kaatsheuvel wou haar bikini.

 

M.J.           Haar biniki???

 

FRED.        Ja… om te zwemmen… in de pool…

 

ROBERT     Is de filterinstallatie gerepareerd?

 

FRED.        Nog niet… maar ze wil helpen.

 

ROBERT     Ja, veel handen maken het werk licht hé.

 

ADELE OP UIT TUIN

 

ROBERT     (Merkt Adèle en duikt weg achter bar).

 

FRED.        (Ziet Adèle) Kalasnikov… oen chocotof.

 

FREDERIK AF BADKAMER

 

M.J.           Ah, juffrouw Van Keurswinkel.

 

ADELE       Weet u misschien waar meneer Lievens is, mevrouw Buelens?

 

M.J.           Meneer Lievens… (terwijl ze naar de tuin gaat) … die zit hier achter de bar.

 

MARIE JOSEE AF TUIN

 

ADELE       (Kijkt stralend en duikt achter bar)

                Miaaauuuwwww

 

LICHT UIT

 


TWEEDE BEDRIJF

 

MARIE-JOSEE STAART NAAR HET ZWEMBAD IN DE TUIN

 

ADELE OP KAMER G

 

M.J.           Ah, juffrouw Van Keurswinkel.

 

ADELE        Mevrouw Buelens… (gaat tot bij haar en kijkt ook naar buiten) Uw Servische tuinman schijnt het uitstekend met dat Aantje te kunnen vinden… Bah, die buitenlanders, gewoon geen fatsoen… Kijk hoe hij haar omhoog gooit… en terug opvangt… met zijn hand op haar… ooh.

 

M.J.           Lieve hemel!

 

ADELE       Goed, ik ga een wandeling maken. Zegt u tegen meneer Buelens dat ik binnen een half uurtje terug ben. Dag mevrouw Buelens.

 

ADELE AF TUIN

 

M.J.           Ja, dag juffrouw Van Keurswinkel.

                (gaat naar bar en schenkt sherry in).

 

TELEFOON

 

M.J.           (Gaat met sherry naar telefoon) Hallo… Telefoni­sche enquêtes… Of ik in mijn omgeving in contact kom met alcoholisme?… Niet dat ik weet… (drinkt glas is een teug leeg) Goedemiddag.

 

ROBERT OP TUIN

 

ROBERT     (Heeft zwembroek aan die veel te groot is)  Dat is nu al twee uur dat die twee in dat water liggen te spelen. En ze zijn duidelijk niet van zin om te stoppen.

 

M.J.           Jij ging je toch met die Kaatsheuvel bezighouden.

 

ROBERT     Die zwembroek is veel te groot, die zakt constant af

 

M.J.           Ja, je staat daar mooi moet ik zeggen.

 

ROBERT     Ik heb daarstraks toch gezegd dat je man een veel grotere maat heeft. Ik wist dat ze niet zou passen.

 

M.J.           Komkom, zoveel scheelt het niet hoor.

 

ROBERT     Ah nee zeker. Elke keer als ik boven water kwam, bleef die broek op mijn knieën hangen. Ik heb nogal wat moeten doen om ’t niet te laten opvallen.

 

M.J.           Ik hoor het al, het moet daar plezant geweest zijn.

 

ROBERT     Plezant? Mijn oren ja.

 

M.J.           Nee, je broek.

 

ROBERT     Ja, lach er maar mee, maar zolang die twee in dat water blijven zitten, kan ik hier moeilijk over de business beginnen babbelen. Trouwens, hoelang denkt die Bollen nog te blijven?

 

M.J.           Tot het zwembad hersteld is zeker.

 

ROBERT     (kijkt weer naar bad) Volgens mij heeft die toch maar een rare manier van herstellen. Allé, pak nu eens dat jouw TV kapot is… dan blijft die technicus achteraf toch ook geen twee uur naar een film kijken.

 

M.J.           Een tv is geen zwembad.

 

ROBERT     Dat is maar een voorbeeld dat ik geef.

 

M.J.           Een heel dom voorbeeld.

 

ROBERT     Volgens mij is dat zwembad allang gerepareerd en probeert die Bollen dat hier gewoon wat te rekken.

 

M.J.           Waarom zou hij?

 

ROBERT     Ik ben er zeker van dat hij een oogje heeft op juffrouw Kaatsheuvel.

 

M.J.           Jij het nogal fantasie zeg.

 

ROBERT     (Kijkt opnieuw richting zwembad) Maar allé, nu moet je eens komen kijken… nu zit ze zelfs in zijn nek te wippen.

 

M.J.           Dat die twee zo een beetje in het water zitten, daar schuilt nu toch niks kwaad in.

 

ROBERT     Ah nee? Awel, ik zie genoeg.

 

M.J.           Wat zie jij dan?

 

ROBERT     Dat mijn broek altijd afvalt (trekt broek op en schenkt een borrel in)

 

M.J.           (Gaat nu ook kijken) Ik dacht zo… als die twee het zo goed met elkaar kunnen vinden… dan kunnen we misschien best aan Bollen vragen om wat langer te blijven?

 

ROBERT     (Was net aan ’t drinken en proest het uit) Nu nog langer?

 

M.J.           Natuurlijk. Kijk, als jij straks met Aantje over zaken gaat praten…

 

ROBERT     Dat wordt trouwens hoog tijd dat ik daarmee begin.

 

M.J.           Wel, als die onderhandelingen in het slop raken, dan stuur je Aantje naar het zwembad.

 

ROBERT     Ik zie het al voor mij: ‘Aah Aantje, jij vindt mijn slipjes niet mooi? Allé, voor uw straf moet je naar het zwembad.

 

M.J.           Jaja, ik geloof hoe langer hoe meer dat we meneer Bollen niet mogen laten gaan.

 

ROBERT     Dat is geen probleem. Die vent praat gewoon niet over naar huis gaan.

 

M.J.           Goed. Ik zal hem voor alle zekerheid vragen om vannacht hier te blijven.

 

ROBERT     Wat? Wil je hem nu ook al laten blijven slapen?

 

M.J.           Waarom niet?

 

ROBERT     Dat gaat je een hoop aan overuren kosten.

 

M.J.           Dat is dan mijn probleem. Allé, vraag meneer Bollen of hij naar hier wil komen.

 

ROBERT     (Kijkt richting tuin) Als ik hem tenminste van die Kaatskeutel losgepeuterd krijg.

 

ROBERT AF TUIN

TELEFOON

 

M.J.           Hallo… weer een enquête? … Wat ik denk van mensen die onbeleefd zijn aan de telefoon?... Dat ze groot gelijk hebben. (haakt in)

 

FREDERIK OP TUIN

 

FRED.        Zeg eens Marie-Josée, kunnen we die Lievens nu niet uitleggen hoe de vork aan de steel zit?

 

M.J.           Waarom?

 

FRED.        Nu zegt die ook als Bollen tegen mij. ‘Bollen’, zo zou ik nooit willen heten.

 

M.J.           Frederik, als ik eerlijk mag zijn, ‘Mestdagh’ klinkt anders ook niet zo appetijtelijk hé. Trouwens, hoe was het in het zwembad?

 

FRED.        Dat is zo goed als hersteld. Ik zal de rekening opsturen. (schenkt voor hemzelf iets in).

 

M.J.           Gekkerd.

 

FRED.        Als ik de kans krijg, wil ik met jouw man toch eens praten over een verzekering. Weet jij wat er alle­maal fout kan gaan met zo'n zwembad: water­scha­de bij de buren; een lek die de grondwaterlaag vervuilt; gasten die huidletsels oplopen van de chloor...

 

M.J.           Ja zeg, als je zo begint, dan trekt hij gegarandeerd de stop eruit en maakt hij er een tennisveld van. Vertel eens… hoe was het gezelschap?

 

FRED.        Je bedoelt die Hollandse?

 

M.J.           Ja.

 

FRED.        Wel… weet jij wel wat die eigenlijk doet?

 

M.J.           Natuurlijk.

 

FRED.        Naar het schijnt verdienen die meisjes veel geld.

 

M.J.           Ja, zeker met zo’n positie.

 

FRED.        Ja, voor de ene positie zal het al meer kosten dan voor de andere. Wie heeft die laten komen?

 

M.J.           Mijn man.

 

FRED.        Je man? En jij vindt dat allemaal goed?

 

M.J.           Natuurlijk.

 

FRED.        En hij is zelf niet eens hier.

 

M.J.           Nee. Daarom moet Lievens haar bezighouden.

 

FRED.        Dus die blijven hier nog een tijdje rondhangen?

 

M.J.           Dat zal wel. Maar terwijl jij je daarbuiten aan ’t amuseren was, heb ik een oplossing gevonden.

 

FRED.        Die wil ik wel eens horen.

 

M.J.           We blijven allemaal.

 

FRED.        Allé, dat ik daar zelf niet opgekomen ben.

 

M.J.           Je ziet… je moet het niet altijd ver gaan zoeken hé.

 

FRED         ’t Zal plezant worden zo.

 

M.J.           Die Lievens denkt dat jij een oogje hebt op die Hollandse.

 

FRED.        Ah ja? En waarom denkt hij dat?

 

M.J.           Zijn ‘feeling’ zegt hem dat.

 

FRED.        Volgens mij mankeert er iets aan die vent.

 

M.J.           Laat hem maar in zijn wijsheid. Dat speelt in ons kaart.

 

FRED.        Vind je?

 

M.J.           Natuurlijk. Ik heb hem gezegd dat ik je ga voorstellen om vannacht te blijven slapen.

 

FRED.        Aha… Ik dacht dat dàt de bedoeling was.

 

M.J.           Jaja, maar nu blijf je zogezegd als ‘Bollen’.

 

FRED.        Ah zo, is er misschien nog iets dat gerepareerd moet worden?

 

M.J.           Frederik, ga nu niet dwarsliggen hé.

 

FRED.        En hoe moet dat straks gaan?

 

M.J.           Wanneer?

 

FRED.        Vanavond… in het aards paradijs…

 

M.J.           Ja, ik slaap in mijn kamer.

 

FRED.        Juist ja… en meneer Bollen mag naar het vagevuur zeker.

 

M.J.           Maar nee… jij begint hier in de zetel.

 

FRED.        Lap, zie je wel. In de zetel! Dan had ik evengoed thuis kunnen blijven, daar heb ik tenminste een bed.

 

M.J.           Maar je moet daar niet de hele nacht blijven liggen.

 

FRED.        Hoe?

 

M.J.           Als iedereen slaapt, dan sluip je van het vagevuur…

 

FRED.        naar het aards paradijs.

 

M.J.           Voila.

 

FRED.        En waar slaapt jouw zogezegde man?

 

M.J.           Met die Lievens heb ik niks te maken. Dat die zijn plan trekt. Allé vooruit, trek je kleren aan, ik zal het plan nog eens haarfijn uitleggen.

 

MARIE-JOSEE, FREDERIK AF KAMER C

ADELE OP TUIN

 

ADELE       (Zet zich neer in sofa)

 

AANTJE OP TUIN

 

AANTJE      (Komt zingend op en wil naar keuken) Oh, neem me niet kwalijk, ik had je niet gezien.

 

ADELE       Geeft niet…

 

AANTJE      Wat scheelt er?

 

ADELE       (Hartstochtelijk wenend) Hij ziet mij niet staaaaan.

 

AANTJE      (Eerst verbaasd. Gaat dan naar Adèle) Komkom, vertel het eens tegen Aantje.

 

ADELE       Hij wil van mij niet weten! Boeeoeoeoe!

 

AANTJE      Maar hartje toch, gaat het om een mannetje?

 

ADELE       Jahaahaaa! Ro..bo..bo

 

AANTJE      (Gaat naar bar en schenkt porto in voor Adèle) Bo… Bollen?  Die was net nog in het zwembad.

 

ADELE       Zwembad?  Jaaahaahaaa.

 

AANTJE      Ach meisje toch, laat dat eens aan Aantje over. Hier, drinkt dit eerst maar eens op. (Zodra Andèle gedonken heeft gaat Aantje als een kapster door de haren van Adèle) Als we nu eens… en die kleren… en een beetje make-up… Allé vooruit, kom mee, dan zullen we die zwembadman eens wat laten zien.

 

ADELE       Zwembadman??? Hoe bedoel je?

 

AANTJE      Geen gemaar, kom mee.

 

AANTJE EN ADELE AF KAMER A

ROBERT OP TUIN

 

ROBERT     (Nog steeds met grote zwembroek) Juffrouw Raafneuzel!!! (tegen pop) Waar is ze nu naartoe?... Bedankt, jij bent echt een grote hulp.

 

CHRISTINE OP TUIN

 

ROBERT     (Wil terug naar tuin, maar Christine komt langs tuin op. CHRIS!!!! (Slaat met zijn hand tegen zijn voorhoofd en laat zich achterover vallen)

 

CHRIS       ROBERT!!! Hoe lig jij daar?

 

AANTJE OP KAMER A

 

AANTJE      Wat gebeurt er?

 

ROBERT     (Zodra Robert Aantje hoort staat hij onmiddellijk op, alsof er niets aan de hand is).

 

AANTJE      Hoy Alex.  (tegen Chris) Goeiemiddag.

 

ROBERT     Euh… Christine, dit is Maartje Vaarsveutel uit Holland.  Maartje, dit is Christine uit België.

 

MARIE-JOSEE OP KAMER C

 

ROBERT     (tegen M.J.) Euh… dit is Christine.

 

M.J.           De poetsvrouw.

 

ROBERT     Juist ja. (Neemt Chris bij de arm en duwt haar naar kamer G) En dan zal ik je nu eens wijzen waar er overal moet gepoetst worden.

 

CHRIS       Poetsen?

 

ROBERT     Jaja, kom je kan beginnen in deze kamer.

 

ROBERT EN CHRIS AF KAMER G

 

AANTJE      Een nieuwe poetsvrouw?

 

M.J.           Ja, mijn man toont haar even het huis. En… kan u het hier verder een beetje vinden?

 

AANTJE      Ja hoor, hartstikke gezellig. Het was echt zalig in het zwembad en die meneer Bollen is een reuze kerel.

 

M.J.           Oh ja???

 

AANTJE      Hij heeft me een paar heel interessante truukjes geleerd.

 

M.J.           Zozo, truukjes nogwel.

 

AANTJE      Weet je, als je in het water springt, en je houdt je voeten op ‘tien over acht’, dan ga je niet onder.

 

M.J.           Tien over acht?

 

AANTJE      (demonstreert) Ja, kijk zo, zoals de wijzers van een klok en dan hup… springen.

 

M.J.           En dan ga je niet onder???

 

AANTJE      Nee hoor. Weet je, dat is de houding die redders aannemen als ze in het water moeten springen.

 

M.J.           Allé, dan moeten die eerst kijken of hun voeten op het juiste uur staan.

 

AANTJE      (lachend) Da’s een goeie, voeten op het juiste uur…

 

AANTJE AF BADKAMER

 

M.J.           Tien over acht… (Probeert het zelf even uit, maar vindt het onnozel. Gaat naar keuken).

 

MARIE-JOSEE AF KEUNEN

CHRISTINE en ROBERT OP KAMER G

 

CHRIS       Jij was dus toch hier.

 

ROBERT     Natuurlijk, ik ben niet weg geweest.

 

CHRIS       Waarom zei die vrouw dan dat jij er niet was?

 

ROBERT     Die zal je verkeerd begrepen hebben.

 

CHRIS       Daar geloof ik niks van.

 

ROBERT     Chriske… ik heb je toch gezegd dat we hier een werkweekend hebben.

 

CHRIS       In je zwembroek.

 

ROBERT     Ja. Wij vergaderen bij het water.

 

CHRIS       Jij bent al net dezelfde als mijn man. Die heeft ook alleen maar tijd voor zijn verzekeringen. En net nu hij twee dagen weg is…

 

ROBERT     Och, dat zal toch nog wel eens gebeuren dat die weg moet.

 

CHRIS       Ik heb hier zo naartoe geleefd… het moest een droomweekend worden.

 

ROBERT     Ik kan er ook niet aan doen dat mijn baas plots met dat werkweekend op de proppen kwam.

 

CHRIS       Ik vind dat hier heel rare spelletjes gespeeld worden. Eerst ben jij aan de telefoon, dan zeggen ze dat jij hier niet bent. Dan val je voor mijn neus op de grond en verschijnt er een juffrouw in badjas die jou Alex noemt. En dan stel je mij voor als de poets­vrouw… Vind jij dat niet raar?

 

ROBERT     Juist en veel te ingewikkeld om uit te leggen.

 

CHRIS       Een waar is jouw baas. Nu ik hier toch ben kunnen we eens praten over die job als modefotografe.

 

ROBERT     Chriske, die dame die je daarjuist gezien hebt, dat is de vrouw van de directeur. Dat is een heel jaloerse en die gaat het niet appreciëren als hier nu een vrouwelijke fotografe rondloopt. (legt zijn arm om haar hals) Weet je wat je doet, kom een andere keer eens terug, en…

 

AANTJE OP BADKAMER

 

AANTJE      Hoy Alex.

 

ROBERT     (Duwt Chris met haar neus tot tegen het telefoon­kastje) Zie je, overal stof. Dat moet dus allemaal gepoetst worden.

 

AANTJE      (Kijkt heel bedenkelijk en gaat weg)

 

AANTJE AF KAMER A

 

CHRIS       Waarom zegt die altijd Alex?

 

ROBERT     Die juffrouw denkt dat ik Alexander Buelens ben.

 

CHRIS       En waarom denkt die dat?

 

ROBERT     Ooh… dat is een Hollandse.

 

CHRIS       Volgens mij ben jij hier met iets louche bezig.

 

ROBERT     Maar nee kinneke, wij proberen gewoon een contract te sluiten met een Nederlands bedrijf.

 

CHRIS       Mooi is dat… en morgen is Frederik terug thuis.

 

ROBERT     Maar het is toch mijn fout niet dat het zo uitdraait.

 

CHRIS       (Wil Robert verleiden en omhelst hem) Robert, als ik nu eens in jou kamer hier blijf, dan zijn we vannacht toch bijeen… en misschien krijg ik morgen je baas alleen te zien…

 

ROBERT     Neeeee.

 

CHRIS       Als die deal met de Hollanders rond is, dan moeten er toch foto’s gemaakt worden.

 

ROBERT     (Duwt Chris weg) Nee, dat gaat niet.

 

CHRIS       (Loopt naar kamer G) Allé toe… je zegt gewoon dat ik weg ben…

 

CHRIS AF KAMER G

 

ROBERT     Chris, doe die deur open…

 

CHRIS       (Zet deur op een spleetje) En breng voor mij wat eten mee.

 

ROBERT     Kom buiten

 

CHRIS       (Doet deur dicht en vast.)

 

ROBERT     (Gaat voor pop staan) Marieke… dat gaat hier nooit goed aflopen.

 

MARIE-JOSEE OP KEUKEN

 

M.J.           Ah, is ze weg?

 

ROBERT     Wie?

 

M.J.           Uw poetsvrouw.

 

ROBERT     Ah ja… ze is uitgepoetst.

 

AANTJE OP KAMER A

 

AANTJE      (Heeft gewone kleren aan) Ah Alex, wanneer gaan we nu de collectie eens bekijken?

 

ROBERT     De collectie… juist ja… ik was het al bijna vergeten.

 

FREDERIK OP KAMER C

 

FRED.        (Heeft zijn koffer bij en zet ze naast sofa)

 

AANTJE      Oh meneer Bollen. Ga jij al weg?

 

M.J.           Neenee, ik heb meneer Bollen gevraagd om tot morgen te blijven. Dan kan hij… euh….

 

ROBERT     De verlichting van het zwembad ook eens nakijken.

 

MJ / FRED  Precies.

 

AANTJE      Ik ken iemand die heel erg blij zal zijn dat jij nog een poosje blijft.

 

M.J.           Oh ja???

 

AANTJE      (Werpt blik naar kamer A) En dan kan je mij morgen nog een paar nieuwe reddingstruukjes aanleren.

 

FRED.        Juist. Weet je, één van de belangrijkste punten die je als redder moet kennen is de mond-op-mond methode.

 

M.J.           Ja, maar dat zal dan wel voor een andere keer zijn. De tafel staat gedekt in de keuken, of ben ik de enige hier die honger heeft?

 

AANTJE      Nee hoor, ik scheur van de honger.

 

M.J.           Gaan jullie mee?

 

FRED.        Eerst nog even naar het toilet.

 

FREDERIK AF BADKAMER

MARIE-JOSEE AF KEUKEN

ROBERT AF KEUKEN

 

AANTJE      (Wilde ook naar keuken, maar keert terug en gaat naar kamer A, opent de deur en zegt:)

                Hij zit in de badkamer. (sluit deur A en gaat naar keuken)

 

AANTJE AF KEUKEN

ADELE OP KAMER A

 

ADELE       (Ziet er stralend uit, make-up, pruik, modern gekleed. Stelt zich verdekt op achter badkamer­deur)

 

FREDERIK OP BADKAMER

 

FRED.        (Heeft handdoek om hoofd en ziet Adèle niet. Hij stapt tot bij koffer die naast sofa staat.)

 

ADELE       (Denkt dat het Robert is en springt achter op hem. Samen vallen ze in de zetel).

 

MARIE-JOSEE OP KEUKEN

 

M.J.           (Komt uit keuken en ziet wat er gaande is) Juffrouw VAN KEURSWINKEL !!!!

 

ADELE       (Kijkt verbaasd, ziet Marie-Josée, merkt dan dat ze op Frederik ligt,

 

FRED.        Davidov vodka

 

ADELE       (Begint te huilen en loopt naar badkamer) Boeoeoeoeoe

 

M.J.           Dat was juffrouw Van Keurswinkel die uit haar keurslijf sprong.

 

TELEFOON

 

M.J.           (Neemt hoorn op)

                Hallo… Wat moet u nu weer weten?  Wat er aan sommige toneelstukken ontbreekt?... Een pauze.

(Haakt in.)

 


DERDE BEDRIJF

 

HET IS AVOND. OP DE BAR LIGT HET TELEFOONBOEK. AANTJE, ROBERT EN ADELE ZITTEN IN DE SOFA. OP HET SALONTAFEL­TJE STAAN EEN AANTAL DOZEN MET LINGERIE. AANTJE NEEMT NOTITIES.

 

ROBERT.    En dit modelletje hebben we ook in het zwart, het wit en het rood.

 

AANTJE      Mag ik even zien? Wat enig zeg, dat vind ik nu eens echt schattig.

 

ROBERT     Dat wil ik geloven, het is een echt succesartikel.

 

AANTJE      Ik kan je verzekeren dat dit in Nederland verkoopt als koekenbroodjes. Ik begrijp echt niet waarom jullie al niet lang op de Nederlandse markt zitten.

 

ROBERT     Tja, maar met de hulp van Intimo moet het nu zeker lukken.

 

AANTJE      Dit wordt uiteraard geleverd met de gebruikelijke kortingen?

 

ROBERT     Wel euh…

 

ADELE       10%

 

AANTJE      50

 

ADELE       15

 

AANTJE      40

 

ADELE       25

 

AANTJE      35

 

ADELE       30

 

AANTJE      Top. (Noteert in haar boekje)

 

ROBERT     (Heeft het snelle bieden gevolgd als een tennis­match) Juist ja. En dit is het slipje.

 

ADELE       10%

 

AANTJE      50

 

ADELE       15

 

AANTJE      40

 

ADELE       25

 

AANTJE      35

 

ADELE       30

 

AANTJE      Top. (Noteert in haar boekje)

 

ROBERT     Jullie kunnen het blijkbaar goed met elkaar  vinden. Enfin, in elk geval is het weekend geslaagd.

 

AANTJE      Voor 100 %

 

ADELE       10

 

AANTJE      50

 

ADELE       15

 

AANTJE      40

 

ADELE       25

 

AANTJE      35

 

ADELE       30

 

AANTJE      Top. (wil iets in haar boekje noteren en lacht dan)

 

ROBERT     (verlaat zetel) Voor de allerlaatste details heb ik trouwens aan mijn financieel adviseur, Robert Lievens gevraagd om morgens eens langs te komen. Hij is een zeer capabel iemand, plichtsbewust… degelijk… grondig… eerlijk… in één mond: fantastisch.

 

ADELE       (Kuchje)

 

ROBERT     (Komt weer bij zijn zinnen) Enfin, dat zien we morgen wel. (Begint in te pakken)

 

MARIE-JOSEE en FREDERIK OP TUIN

 

Zodra zij de scène opkomen, staan Aantje en Adèle op uit de zetel. Robert blijft verder inpakken.

 

M.J.           Zo, jullie blijven bezig zie ik.

 

AANTJE      We zijn net klaar. Oh, echt fantastisch wat uw man me allemaal heeft laten zien. (Neemt een slipje en houdt het voor haar en vraagt aan Frederik) Vind je dit niet prachtig?

 

FRED.        (Beseft dat Adèle ook daar is) Oh… eu… da slipski…

 

ADELE       Waar hij vandaan komt kennen ze dat natuurlijk niet. Daar dragen ze nog van die grote katoenen onderbroeken. Excuseer me (gaat weg)

 

ADELE AF BADKAMER

 

FRED.        Dasnastrafda.

 

AANTJE      Nee toch? Uit welk boerengat kom jij dan zeg?

 

FRED.        Ze overdrijft een beetje.

 

AANTJE      En… vind je het mooi?

 

FRED.        Ik denk dat zoiets pas ten volle tot zijn recht komt als je het draagt.

 

AANTJE      Natuurlijk wel… maar als ik het zo voor me hou, dan heb je toch al een idee… of niet?

 

FRED.        Ja Natuurlijk.

 

M.J.           Ik denk dat meneer Bollen zich meer thuis voelt in zwembroeken en badkostuums. Zeg, hebben jullie in al die drukte al eens op de klok gekeken? Het is al na twaalven.

 

AANTJE      Al zo laat?

 

M.J.           Jaja, de tijd vliegt. (ze geeuwt overdreven en geeft Frederik een por opdat hij ook zou geeuwen).

 

FRED.        Jaja (geeuwt)

 

M.J.           Goed. Wegens plaatsgebrek heb ik meneer Bollen gevraagd of hij vannacht in de zetel wil slapen.

 

AANTJE      Op die bank?

 

M.J.           Ja… maar die slaapt echt goed hoor. Nietwaar Alex?

 

ROBERT     (druk doende met inpakken en hoort M.J. niet)

 

M.J.           Alex!!

 

ROBERT     Ja??

 

M.J.           Dat die zetel goed slaapt.

 

ROBERT     Geweldig. Je hoort hem soms zelfs snurken.

 

AANTJE      (lacht) Maar wacht eens even… in mijn kamer staan twee bedden. Als je wil meneer Bollen, dan…

 

M.J.           neenee. We willen je niet tot last zijn.

 

AANTJE      Kom nou zeg, moet die arme man op die harde bank liggen, terwijl er daar een lekker zacht bed staat? Dat is toch te gek om los te lopen, nietwaar?

 

FRED.        Ja… ik weet niet of…

 

M.J.           neenee, geen sprake van. U bent onze gast, hé Alex.

 

ROBERT     Maar als juffrouw Scheetskeutel er geen bezwaar tegen heeft…

 

M.J.           Dan gaat het nog niet.

 

ROBERT     Ah nee?

 

M.J.           Nee! Meneer Bollen, we kunnen misschien maar beter vertellen hoe het in elkaar zit.

 

FRED.        Wat?!?

 

M.J.           Ja kijk… jullie kunnen dat natuurlijk niet weten, maar meneer Bollen heeft een afwijking…

 

ALLEN       (Verbaasde blikken)

 

M.J.           Ja euh… als hij slaapt, dan begint hij te fluiten.

 

AANTJE      (lachend) Te fluiten?

 

M.J.           Ja fluiten zoals euh… allé meneer Bollen, laat eens horen, fluit eens.

 

FRED.        (Staart M.J. niet begrijpend aan)

 

M.J.           Allé toe… fluit eens.

 

FRED.        (Brengt lippen samen en probeert te fluiten, maar het lukt hem niet).

 

ROBERT     Maar hij kan niet eens fluiten.

 

M.J.           Nu niet nee, maar wel als hij slaapt. En dat zou u alleen maar storen juffrouw Scheetskeutel.

 

ROBERT     Kaatsheuvel.

 

M.J.           Goed, ik haal even een deken.

 

MARIE-JOSEE AF KAMER C

 

Robert neemt dozen en draagt ze weg in de hal

 

ROBERT AF HAL

 

AANTJE:    Laat mij die bank eens proberen. (gaat erop liggen) Zeg, die ligt helemaal niet lekker hoor.

 

FRED.        Oh… ik weet niet.

 

ROBERT OP HAL EN AF KEUKEN

 

AANTJE      Maar nee, echt. Voel maar, kom… (schuift op zodat Frederik naast haar kan liggen)

 

FRED.        (Gaat naast haar op de zetel liggen)

 

AANTJE      En? Hard hé.

 

FRED.        Naar het schijnt is dat goed voor de rug.

 

AANTJE      Heb jij dan problemen met je rug?

 

FRED.        Een beetje.

 

AANTJE      Echt?  Maar dan geef ik je toch gewoon een goeie massage.

 

FRED.        (lacht) Jaja, ik ken dat soort massages.

 

AANTJE      Nee, echt. Kom, leg je hier maar even neer. (wijst naar de grond)

 

FRED.        Maar…

 

AANTJE      Geen gemaar, vooruit man…

 

FRED.        (Gaat met zijn buik plat op de grond liggen)

 

AANTJE      (Gaat met gespreide benen boven op hem zitten en begin op zijn schouders te kloppen)

 

FRED.        (Bij elke klop) Ah… Ah... Ah…

 

AANTJE      Ooh, doet het pijn? (Stopt met kloppen en begint te masseren)

 

FRED.        Aaahhh... Aaahhh... Aaahhh...

 

MARIE-JOSEE OP KAMER C

 

M.J.           (Komt op met deken en kussen. Ze blijft stomverbaasd kijken)

 

FRED.        Aaahhh... Aaahhh...

 

ADELE OP BADKAMER

 

ADELE       (Ziet wat er gaande is en stapt tot bij M.J.) Die buitenlanders... Beesten zijn het mevrouw.

 

ADELE AF KAMER G

 

FRED.        (Ziet Adèle passeren en springt recht)

 

M.J.           Gaat het zo een beetje???

 

FRED.        Jaja, alles in orde.

 

M.J.           Dat zal wel ja.

 

AANTJE      Ik masseerde even zijn rug. Die man heeft écht een zwakke rug. Misschien kan hij toch beter bij mij...

 

M.J.           Geen sprake van! Hier! (Geeft haar het kussen en plooit het laken open)

 

AANTJE      Goed dan. Waar lig je het liefst met je hoofd?

 

FRED.        Op het kussen.

 

AANTJE      Natuurlijk gekkerd... maar aan welke kant?

 

M.J.           (Neemt kussen af van Aantje) Meneer Bollen is zowel links- als rechtsslapend, nietwaar meneer Bollen?

 

FRED.        Euh ja.

 

ROBERT OP KEUKEN

 

ROBERT     (Komt op met een schoteltje waarop twee boterham­men liggen. Stapt naar kamer G)

 

M.J.           Zeg eens, wat ben jij van zin?

 

ROBERT     ’t Is nacht hé en je weet dat ik ’s nachts altijd last heb van een lege maag.

 

M.J.           Maar Alex, je kan dat toch evengoed in de keuken opeten?

 

ROBERT     Gaan jullie al maar slapen, ik heb nog een hele hoop werk in mijn bureau (maakt rechtsomkeer richting hal)

 

AANTJE      Zeg Alex, misschien kunnen we het één en ander nog eens doornemen... ik heb nog helemaal geen zin om te slapen.

 

M.J.           Neenee... al dat gepraat zal meneer Bollen enorm storen.

 

AANTJE      Ja, misschien heb je wel gelijk. Goed, dan ga ik maar naar mijn kamer.

 

ROBERT     Slaap wel.

 

AANTJE      Tot morgen.

 

AANTJE AF KAMER A

 

ROBERT     Tot morgen... slaap lekker.

                Meneer Bollen, tot morgen. Tot straks liefje

 

ROBERT AF HAL

 

FRED.        Zeg eens Marie-Josée, hoelang moet ik hier blijven liggen?

 

M.J.           Je moet minstens wachten tot iedereen slaapt.

 

FRED.        En hoelang zal dat duren?

 

M.J.           Een uurtje zeker?

 

FRED.        Wat, een uur??? Tegen die tijd ben ik hier al in slaap gevallen.

 

M.J.           Ah ja? Wel bedankt.

 

FRED.        Ik zeg dat toch maar om te lachen... Zeg ik vraag me wel af hoe het met Christine is?

 

M.J.           Met wie?

 

FRED.        Met Christine, mijn vrouw.

 

M.J.           Je gaat hier nu toch niet over je vrouw beginnen zeuren?

 

FRED.        Ik vraag me gewoon af wat ze nu aan het doen is.

 

M.J.           Aan ’t slapen zeker. ’t Is al  middernacht.

 

FRED.        Die heeft wel geluk, een heel bed voor haar alleen.

 

M.J.           Zeg eens, dat heb je zelf zo gewild.

 

FRED.        Volgens mij gaat zij geen oog dichtdoen.

 

M.J.           Omdat jij haar geen nachtzoentje hebt gegeven?

 

FRED.        Nee. Maar het is het eerste weekend dat ze alleen thuis is.

 

M.J.           Is dat gezanik over jouw vrouw nu bijna gedaan?

 

FRED.        Het is toch normaal dat ik aan haar eens denk.

 

M.J.           Ja... maar niet als je bij je minnares in bed ligt.

 

FRED.        In bed? In de zetel ja.

 

M.J.           Dat komt op hetzelfde neer.

 

FRED.        Als je heel breeddenkend bent ja, zo een meter of acht.

 

M.J.           Ik kon toch ook niet weten dat het zo zou uitdraaien?

 

FRED.        Nee, maar uiteindelijk is Bollen de sigaar.

 

M.J.           Allé, ’t is al goed... leg je maar neer en binnen een uurtje kom je naar...

 

FRED.        ... het aards paradijs.

 

M.J.           (geeft Frederik een zoentje) Tot straks. (licht uit)

 

MARIE-JOSEE AF KAMER C / LICHT UIT

 

Frederik ligt in het schemerdonker in de zetel te woelen. Trekt het deken over hem, maar dan liggen zijn voeten weer bloot. Bij het heen en weer draaien, valt hij op de grond.

 

FRED.        Amaai, ik had mij het aards paradijs toch wat anders voorgesteld... nog 55 minuten... pfff, ’t is hier veel te warm... Ik ga nog even een luchtje scheppen. (gaat naar tuin)

 

FREDERIK AF TUIN

ROBERT OP HAL

 

Komt voorzichtig op. Heeft in zijn handen nog steeds de schotel met de boterhammen. Hij kijkt even in de zetel en merkt dat die leeg is. Heel stilletjes stapt hij in de richting van kamer G.

 

AANTJE OP KAMER A / LICHT AAN

 

Zodra Robert bijna de deur van kamer G bereikt, komt Aantje op en ze doet het licht aan.

 

ROBERT     (Schrikt omdat het plots licht is) Eeh!

 

AANTJE      Oh Alex, je liet mij schrikken. Ik moet effe naar de badkamer.

 

ROBERT     Geeft niet.

 

AANTJE      Slaap jij daar?

 

ROBERT     Wablief?

 

AANTJE      Ik dacht dat jouw kamer daar was (C) ?

 

ROBERT     Euh... ja... even verstrooid, neem me niet kwalijk. (blijft treuzelen) Goeienacht.

 

AANTJE      Goeienacht. (gaat echter niet de badkamer in, maar blijft benieuwd naar Robert kijken)

 

ROBERT     Goeienacht. (omdat hij merkt dat Aantje naar hem blijft kijken, stapt hij uiteindelijk richting deur C. Als hij aan de deurklink is, zegt hij, in de hoop dat Aantje weggaat) Zo, slaap lekker... tot morgen.

 

AANTJE      Tot morgen (blijft aan badkamerdeur staan kijken).

 

ROBERT     (Zucht en gaat kamer C binnen).

 

ROBERT AF KAMER C

AANTJE AF BADKAMER

 

Heel even stil

 

M.J.           (Gilt vanuit kamer C)

 

ROBERT     (Vanuit kamer C) Aaauw (Heeft een slag rond zijn oren gekregen en het bord laten vallen).

 

ROBERT OP KAMER C

 

ROBERT     (Komt op en tast aan zijn wang)

 

MARIE-JOSEE OP KAMER C

 

M.J.           (Razend) Wat heeft dat te betekenen?

 

ROBERT     Ik was gewoon verdwaald.

 

M.J.           Je moet niet te erg opgaan in je rol, hé meneer Lievens.

 

ROBERT     Sssttt... ’t was gewoon een vergissing.

 

M.J.           Jaja, ik ken dat.

 

MARIE-JOSEE AF KAMER C

 

ROBERT     (Wil opnieuw naar kamer G gaan)

 

AANTJE OP BADKAMER

 

ROBERT     (Ziet Aantje, steekt zijn armen plots voorwaarts en doet alsof hij slaapwandelt)

 

AANTJE      Alex??? Och, die arme man slaapwandelt.  Kom ik zal je helpen. (Ze leidt Robert opnieuw in de richting van kamer C, opent de deur en stuurt hem binnen).

 

ROBERT AF KAMER C

 

Aantje doet het licht uit.

 

AANTJE AF KAMER A / LICHT UIT

 

Heel even stil

 

M.J.           (Gilt vanuit kamer C)

 

ROBERT     (Vanuit kamer C) Aaauw!!!

 

ROBERT OP KAMER C

 

ROBERT     (Komt op en tast weer aan zijn wang)

 

MARIE-JOSEE OP KAMER C

 

M.J.           (Razend) Maar enfin zeg, wat bezielt jou?

 

ROBERT     Euh... ik slaapwandelde.

 

M.J.           Wandel je slaap dan maar ergens anders uit, maar niet bij mij. (Slaat met een smak de deur toe)

 

MARIE-JOSEE AF KAMER C

 

ROBERT     (Gaat haastig naar kamer G)

 

ROBERT AF KAMER G

FREDERIK OP TUIN

 

FRED.        (Ziet dat iedereen weg is, neemt zijn kopkussen en gaat naar kamer C)

 

FREDERIK AF KAMER C

 

M.J.           (Gilt vanuit kamer C)

 

FRED.        Aauuww!!!

 

FREDERIK OP KAMER C

MARIE-JOSEE OP KAMER C

 

M.J.           Hoe durf je... Frederik??? Ben jij het???

 

FRED.        Dat aards paradijs is precies een hel.

 

M.J.           Maar Bolleke toch, kom eens bij mama (kusjes) Doet je oortje pijn, kom dat zal ik eens verhelpen...

 

MARIE-JOSEE en FREDERIK AF KAMER C

 

Heel even stil.

ROBERT EN ADELE OP KAMER G

 

ROBERT     (Achtervolgd door Adèle) Nee juffrouw Van Keurswinkel, dat was een vergissing.

 

ADELE       (Met nachtcrème op gelaat) Oooh meneer Lievens, Robert. Eindelijk...

 

ROBERT     Juffrouw Van Keurswinkel, alstublief hé.

 

ADELE       Ooohhh Robert.

 

ROBERT     (Aan courkant zetel, Adèle aan jardinkant) Nee!! Allé koest, lig... af...

 

CHRISTINE OP KAMER G

 

CHRIS.      (Neemt het telefoonboek van het barkastje en gaat naar Adèle).

 

ROBERT     (Ziet wat Christine wil doen) Ooh Adèle, ik ga je iets geven...

 

ADELE       Jaaa Robeeerrr...

 

ROBERT     Het zal je een lichte siddering bezorgen.

 

ADELE       Geef niet... laat maar komen...

 

ROBERT     Een siddering waar je morgen nog hoofdpijn zal van hebben...

 

ADELE       Oooh jaaa... hoooofdpijn...

 

CHRIS       (Geeft Adèle met boek een slag op haar hoofd).

 

ADELE       (Valt voorover is sofa).

 

ROBERT     Vanwaar kwam jij?

 

CHRIS.      Ik heb de hele tijd onder het bed gelegen.

 

ROBERT     Enfin... Kom we dragen haar weg. Vooruit, neem jij haar benen. (Zodra Adèle uit de zetel getild is, horen ze lawaai in de hall). Sssttt... luister eens...

 

CHRIS.      Daar is iemand. (Leggen Adèle op de grond)

 

ROBERT     Rap, verberg je. (Neemt telefoonboek en verbergt zich naast modepop).

 

ALEX OP HALL

 

ALEX         Wil de schakelaar tussen badkamer en kamer C aansteken. Maar voor hij daar is, krijgt hij van Robert een slag met de telefoonboek. Hij zwijmelt en valt in de zetel.

 

ROBERT     (Tegen Chris) Ga eens kijken in de hal of er nog iemand is.

 

CHRISTINE AF HALL

 

ROBERT     (Neemt het deken...)

 

AANTJE OP KAMER A / LICHT AAN

 

ROBERT     (Hoort Aantje binnenkomen en gooit het deken over Alex in zetel en Adèle op grond)

 

AANTJE      (Doet het licht aan en stapt richting keuken)

 

ALEX         (Kreunt en beweegt wat alsof hij bijkomt)

 

AANTJE      Ooh, meneer Bollen heeft vast een rare droom.

 

ROBERT     Dan moet ik hem een telefoonboek geven (slaat zonder dat Aantje het ziet met telefoonboek op hoofd van Alex) Ziezo.

 

AANTJE      Wat raar?

 

ROBERT     Ja, ik heb dat ergens gelezen over zwembadre­parateurs en telefoonboeken... ’t is merkwaardig, maar het helpt.

 

AANTJE      Ik ga nog effe een boterham halen.

 

ROBERT     Doe gerust... ik denk dat er nog Hollandse kaas is in de diepvries.

 

AANTJE      Hmmm lekker.

 

AANTJE AF KEUKEN

CHRISTINE OP HAL

 

ROBERT     Kom, snel, we dragen hem naar zijn bureau.

 

CHRIS.      Wie is dat eigenlijk?

 

ROBERT     Dat is de echte meneer Buelens.

 

CHRIS       (Laat Alex los) Wat? Heb jij je directeur knock-out geslagen? Nu kan ik die fototreportage helemaal vergeten.

 

ROBERT     Zeg eens Chriske, moet je daar nu aan denken? Allé vooruit, pak hem op... voorzichtig...

 

ROBERT, CHRISTINE, ALEX AF HAL

AANTJE OP KEUKEN

 

AANTJE      (Bijt in boterham. Stopt) Oh, nou vergeet ik de mosterd nog. (wil terug naar keuken)

 

CHRISTINE OP HAL

 

AANTJE      Now, ik val hier van de ene verbazing in de andere... jij was toch de poetsvrouw... niet?

 

CHRIS.      Euh... ja... ik moet naar de tuin (wil naar de tuin)

 

AANTJE      Maar... het is midden in de nacht.

 

CHRIS.      Ja, daar stoor ik niemand... Gewoon effe kijken of daar iets gepoetst moet worden.

 

CHRISTINE AF TUIN

 

AANTJE      Die rare Belgen toch.

 

AANTJE AF KEUKEN

ROBERT OP HAL

 

ROBERT     Zo, en nu Adèle nog. (stilletjes) Chriske!

 

CHRISTINE OP TUIN

 

CHRIS.      Ja.

 

ROBERT     (Neemt Adèle in zijn armen) Allé doe de deur open.

 

CHRIS       (Opent de deur van kamer G)