Hebt u recht op gewaarborgd loon, betaald door de werkgever?
Meestal zal de werkgever, in geval van werkongeschiktheid, gedurende een bepaalde periode het gewone loon blijven doorbetalen.  Dit noemt het gewaarborgd loon.  Maar niet iedereen heeft recht op gewaarborgd loon.  Er zijn enkele algemene regels:
- een arbeider heeft recht op 14 dagen (= kalenderdagen) gewaarborgd loon, een bediende op 30 dagen
- een arbeider op proef heeft geen recht op gewaarborgd loon
- een bediende op proef heeft maar recht op 14 dagen gewaarborgd loon
- tijdens de eerste maand van tewerkstelling is er geen recht op gewaarborgd loon wel op het saldo van 14 (of 30) dagen dat valt na die eerste maand.

 

Hoeveel bedraagt de werkongeschiktheidsuitkering?
Gedurende het eerste jaar van de werkongeschiktheid ontvangt u een primaire vergoeding.  Alle dagen van de week, behalve de zondagen, zijn vergoedbaar.
Na ontvangst van de ingevulde documenten berekent de dienst uitkeringen het bedrag van de primaire arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Dit bedrag hangt af van:
- uw loon (of werkloosheidsuitkering)
- de duur van de werkongeschiktheid
- uw gezinstoestand
- de aangiftedatum

- Arbeiders en bedienden
Het is steeds het brutoloon dat als basis dient voor de berekening van de werkongeschiktheidsuitkering.  Ongeacht of men per maand, per week, per dag, per uur, per cyclus, per taak of met commissieloon wordt betaald, zal het brutoloon steeds worden herleid naar een dagloon.  Dit loon wordt in de ziektewetgeving het gederfd (of verloren) loon genoemd.

De eerste 30 dagen: hebt u recht op 60% van het gederfd loon met een maximum van 61,94  per dag (bedrag van toepassing vanaf 1 oktober 2004).  De dagen waarvoor u gewaarborgd loon ontvangt en/of de betaalde feestdagen ten laste van de werkgever zijn uiteraard niet vergoedbaar door de mutualiteit.

Vanaf de 31ste dag: is de primaire uitkering afhankelijk van de gezinstoestand.  Alleenwonenden en personen met gezinslast hebben recht op 60% van het gederfd loon (max. 61,94  per dag vanaf 1 oktober 2004).
Samenwonenden kunnen aanspraak maken op een primaire vergoeding gelijk aan 55% van het gederfd loon met een maximum van 56,78  per dag (bedrag van toepassing vanaf 1 oktober 2004).

- Interimarissen
Voor deze categorie van werknemers gelden dezelfde regels als voor arbeiders en bedienden in vast dienstverband.
Toch kan het zijn dat het gederfd loon dient te worden aangepast.  Dat is het geval als er tijdens een bepaalde referteperiode dagen van NIET-tewerkstelling zijn geweest en er bovendien voor deze dagen van niet-tewerkstelling ook geen werkloosheidsuitkeringen of werkongeschiktheidsuitkeringen werden ontvangen.

- Werklozen
Werklozen hebben gedurende de eerste zes maanden van de werkongeschiktheid recht op hetzelfde bedrag als de werkloosheidsuitkering.  Vanaf de 7de maand is de primaire vergoeding ook afhankelijk van de gezinstoestand en wordt er 55 of 60% betaald van het loon dat overeenkomt met de werkloosheidskategorie waarin de werkloze zich bevindt.

 

Alleenstaande, samenwonende of met gezinslast?
Arbeiders, bedienden en interimarissen hebben de eerste 30 dagen van de werkongeschiktheid recht op 60% van het gederfd loon.  Vanaf de 31ste dag krijgen zij een primaire uitkering gelijk aan 55%.  Wanneer kan bewezen worden dat men alleen woont of kan worden beschouwd als persoon met gezinslast, dan heeft men recht op 60% van het gederfd loon.
Voor een alleenwonende volstaat een attest "samenstelling van het gezin" als bewijsstuk.
Een samenwonende dient als bewijsstuk een formulier 225 voor te leggen.  Op dit document dient het inkomen te worden meegedeeld van de personen die samenwonen met diegene die werkongeschikt is.

Als die personen GEEN inkomen hebben OF een inkomen dat LAGER is dan 714,88  per maand (bedrag van toepassing vanaf 1 oktober 2004), dan kan de werkongeschikte gerechtigde als persoon MET GEZINSLAST worden beschouwd en kan een primaire vergoeding gelijk aan 60% van het gederfd loon worden betaald.

Als het inkomen HOGER is dan het refertebedrag, dan wordt de werkongeschikte gerechtigde als persoon ZONDER GEZINSLAST of SAMENWONENDE beschouwd en is de primaire vergoeding vanaf de 31ste dag gelijk aan 55% van het gederfd loon.

Opgelet: een wijziging in de gezinstoestand of een wijziging van het inkomen van de samenwonende personen tijdens de werkongeschiktheid, dient onmiddellijk te worden meegedeeld aan de mutualiteit.