|
AUTO(SNEL)WEG
DE AUTOSNELWEG
 |
Deze pagina is volgens de wetgeving in BELGIE
Voor de wetgeving in NEDERLAND:
KLIK |
|
WAT IS EEN AUTOSNELWEG?
Een openbare weg waarvan het begin of de oprit aangeduid is
met het verkeersbord F5 en het einde met het
verkeersbord F7.
F5
F7
- Een autosnelweg oprijden doe je via de opritten.
- Een autosnelweg verlaten doe je via de afritten.
SNELHEID OP EEN AUTOSNELWEG
1 . Welke snelheid?
a. De minimumsnelheid is 70 km/uur.
(Tip ex)
- Deze minimumsnelheid is niet verplicht:
|
.
wanneer weersomstandigheden deze snelheid niet toelaten
(sneeuw, mist, hevige regen, gladheid van de rijbaan);
. of wanneer hindernissen zoals wegenwerken deze snelheid
niet toestaan;
. of wanneer de drukte van het verkeer dit niet toelaat
(file);
. of wanneer een C43 bord een maximum toegelaten snelheid
van minder dan 70 km/uur oplegt;
. (Tip ex)
Voertuigen die een defecte wagen slepen (25km/uur) moeten
bij de eerste afrit de autosnelweg verlaten;
. Ook uitzonderlijk vervoer kan een machtiging bekomen om
trager te rijden dan 70 km/uur; |
b. De maximumsnelheid is 120 km/uur. (Tip
ex)
c. Maximumsnelheid beperkt tot 90 km/uur.
- Autobussen, autocars en voertuigen met een M.T.M. van meer
dan 3,5 ton mogen niet sneller rijden dan 90 km/uur.
- Voertuigen met spijkerbanden.
d. Het verkeersbord C 43.
 |
C43 |
 |
C45 |
|
-
Door het verkeersbord C 43 kunnen speciale
snelheidsbeperkingen worden opgelegd.
- Deze snelheidsbeperkingen worden opgeheven door het verkeersbord
C 45.
- Is er geen verkeersbord C 45, dan vervallen zij aan de
eerstkomende afrit. |
WIE MAG NIET OP EEN AUTOSNELWEG?
a.
Voetgangers; de gebruikers van rolschaatsen en steps; de bestuurders
van rijwielen; van bromfietsen (klasse A of B (Tip
ex)) en van dieren;
b.

Verboden
op de autosnelweg |
|
- De bestuurders van driewielers met
motor zonder passagiersruimte en met een ledige massa van
niet meer dan 400 kg, en van vierwielers met motor zonder
passagiersruimte. |
c.
De bestuurders van voertuigen of slepen die op een horizontale
weg de snelheid van 70 km per uur niet kunnen bereiken;
d.
Reclamestoeten.
e.
(Tip ex) Defecte
voertuigen die gesleept worden. Zij moeten de autosnelweg verlaten
bij de eerste afrit.
Goed
om weten:
Slepen van een defect voertuig
op de autosnelweg.
- De minimumsnelheid op een autosnelweg is 70 km/uur.
- De maximum toegelaten snelheid wanneer een defect voertuig
gesleept wordt is 25 km/uur.
- Defecte voertuigen die op een autosnelweg gesleept worden
moeten de autosnelweg verlaten bij de eerste afrit.
Vraag: Waar moeten zij rijden voor ze die eerste afrit
bereiken?
Op 9 oktober 1990 oordeelde de Rechtbank van Mons dat
wie wegens autopech nog maar een snelheid van 15 à 30km/h
kan halen op een autosnelweg, zich op
de pechstrook moet begeven en daar verder rijden.
De rechtbank wou vermijden dat die bestuurder aan deze
trage snelheid op de autosnelweg als een onvoorzienbare
hindernis zou kunnen aanzien worden.
MAAR: (tip
ex) Wordt tijdens het theorie-examen gevraagd
waar je moet rijden wanneer een defect voertuig wordt
gesleept, dan moet je antwoorden: op de rijstrook
en niet op de pechstrook. (Bron GOCA
10/8/05)
|
WAT IS VERBODEN OP AUTOSNELWEGEN

1. Parkeren en stilstaan.
 |
|
- Zowel stilstaan als parkeren
zijn verboden op de rijbaan en op
de pechstrook.
- (Tip ex.)
Opgepast voor strikvragen:
Het verkeersbord F5 (begin autosnelweg)
staat reeds bij het begin van de oprit. Ook daar geldt dit
verbod dus ook.
F5 |
 |
|
Het verkeersbord E9a duidt parkeerstroken
aan, waar parkeren en stilstaan toegelaten is. |
Goed
om weten:
Boete voor persfotograaf.
In het Laatste Nieuws van 30/06/2004 staat te lezen dat persfotograaf
K.F. uit Merksem veroordeeld is omdat hij vorig jaar op de pechstrook
parkeerde toen hij voor die krant een foto wilde nemen van een ongeval.
Op 14 juni 2003 ramde een vrachtwagen van supermarktketen Carrefour de
reling van een brug over de Antwerpse Ring. De truck balanceerde op de
rand. Fasseur kreeg van de krant de opdracht een foto te maken van het
ongeval. De enige plaats voor goede persfoto's bleek aan de snelweg te
zijn, maar dat was buiten een ijverige politieman en de rechtbank gerekend.
Parkeren op de pechstrook is blijkbaar ook voor een journalist verboden,
en dat kost de fotograaf nu een voorwaardelijke boete van 500 euro en
acht dagen rijverbod. |
2. De dwarsverbindingen / middenberm gebruiken.
3. Achteruitrijden.
Heb je een afrit gemist dan moet je verder rijden
tot de volgende afrit.
4. In tegenovergestelde richting rijden (spookrijder).
Goed
om weten:
De verkeerde afrit genomen:
- Rij nooit achteruit en maak nooit rechtsomkeer, ook niet via de pechstrook.
- Volg de afrit tot het einde en rij de autosnelweg opnieuw op via de
dichtstbijzijnde oprit.
De afrit voorbij gereden:
- Rij nooit achteruit en maak nooit rechtsomkeer, ook niet via de pechstrook.
- Blijf verder rijden op de autosnelweg tot de eerstvolgende afrit, die
hooguit een paar kilometer verder is.
- Keer dan terug via de dichtstbijzijnde oprit in de tegenovergestelde
richting.
In de verkeerde rijrichting op de autosnelweg terechtgekomen:
(spookrijder)
- Dimlichten en alle richtingsaanwijzers ontsteken.
- Het voertuig zo snel mogelijk en zo dicht mogelijk langs de kant van
de middenberm tot stilstand brengen.
- Voertuig zo snel mogelijk maar met zicht op het tegemoetkomend verkeer
verlaten, en achter de vangrail op de middenberm op voldoende afstand
van het voertuig gaan staan. (gevaar van wegvliegende onderdelen bij een
aanrijding).
- Zo mogelijk onmiddellijk met een GSM via het noodnummer 101 de Politie
verwittigen. Nooit de rijbaan te voet oversteken.
- Ongeveer 100 meter vóór de wagen vanop de middenberm (nooit op de rijbaan
gaan staan) met grote armbewegingen de tegemoetkomende bestuurders aangeven
dat ze zich van de linker rijstrook moeten verwijderen.
- Wachten om het voertuig te keren tot de Politie is aangekomen (probeer
dit nooit op eigen houtje). |
DE AUTOSNELWEG VIA DE AANLOOPSTROOK OPRIJDEN

Inhalen
ter hoogte van een oprit |
|
Wie
een autosnelweg via de aanloopstrook oprijdt, moet
voorrang verlenen aan de bestuurders die reeds
op de autosnelweg rijden.
Dit wordt duidelijk gemaakt door het verkeersbord
B1 (omgekeerde driehoek) dat op elke oprit naar
een autosnelweg staat en dat betekent: voorrang verlenen.
Daarenboven zegt het verkeersreglement ook dat een bestuurder
die een manoeuvre wil uitvoeren (zoals
b.v. van rijstrook veranderen), voorrang moet verlenen aan
de andere weggebruikers. Dit geldt uiteraard ook voor de
bestuurder die van op de zogenaamde aanloopstrook naar de
rechterrijstrook van de autosnelweg rijdt en daarbij over
een witte onderbroken streep rijdt.
. |
Om
het invoegen vlotter te laten verlopen, mogen
de bestuurders in de rechterrijstrook vrijwillig naar links uitwijken,
op voorwaarde dat ze daarbij zelf geen andere weggebruikers hinderen.
INHALEN OP DE AUTOSNELWEG
1. Algemeen:
 Je
mag deze auto niet rechts inhalen. |
|
- (Tip
ex) Inhalen op de autosnelwegen gebeurt
langs links.
- (Tip ex) Na het inhalen
moet je terug naar de rechterrijstrook.
Stel
dat de wagen op de linkse rijstrook te traag rijdt, dan
mag ik hem niet via de rechtse rijstrook
inhalen. |

Inhalen
ter hoogte van een oprit |
|
(Tip
ex.)
(De
foto is genomen vanuit de wagen waarmee ik rijd.)
De bestuurder van de zwarte auto heeft mij ter hoogte van een oprit ingehaald.
Normaal gesproken moet hij na de inhaalbeweging terug naar de rechterrijstrook.
Maar als hij net ter hoogte van een oprit de inhaalbeweging beëindigt,
mag hij nog even op de linkerrijstrook blijven rijden om auto's die willen
invoegen dit veilig te laten doen (hoffelijkheid). |

File
en afrit |
|
(Tip
ex.)
De bestuurder van de blauwe auto wil de eerstvolgende afrit
nemen, maar er is file op de rijstroken.
Hij mag NIET over de pechstrook naar de
afrit rijden. |
Goed
om weten:
Rechts rijden, links inhalen (Bron Uitweg nr 49).
- In België zijn we wettelijk verplicht om op de meest rechtse rijstrook
te rijden op een autosnelweg.
Wie zomaar op de linker- of middenstrook rijdt, hindert de achterliggers.
Die kunnen dan niet meer links inhalen, of moeten een dubbel manoeuvre uitvoeren
om in te kunnen halen. Dat kan gevaarlijk zijn.
- Verander alleen van rijstrook als het echt nodig is.
- Wie van rijstrook verandert, heeft nooit voorrang.
- Gebruik uw richtingaanwijzers om aan te geven dat u van plan bent om van
rijstrook te veranderen.
- U ziet niet altijd alles in de spiegels. Kijk daarom ook altijd even door
de ruiten of er zich geen motorrijders of andere auto's in de 'dode hoek'
bevinden (links of rechts achteraan) vooraleer u van rijstrook verandert.
- Krijgt u als achterligger te maken met een middenstrookrijder, wacht dan
geduldig tot het geschikte moment om links in te halen, of tot die auto
rechts heeft ingevoegd.
- Houd altijd voldoende afstand. Zo kunt u goed reageren op onverwachte
situaties.
- Komt u voorbij een oprit waar een auto wil invoegen, dan is het hoffelijk
om even naar links uit te wijken, als het kan natuurlijk. Zo kan de andere
auto gemakkelijker invoegen. Ga meteen daarna weer naar rechts. Gebruik
daarbij steeds de richtingaanwijzers.
- Als het verkeer druk genoeg is (file), mag u wel op de linker-
of middenstrook blijven rijden.
- Is er een spookrijder gesignaleerd waar u aan het rijden bent, houd dan
uiterst rechts en probeer niet in halen.
- Haal nooit rechts in.
- Rij nooit op de pechstrook.
- Doe niet aan 'bumperkleven'. Het haalt toch niets uit en het kan de chauffeur
van de auto voor u in verwarring brengen of doen schrikken.
|
VOERTUIGEN
EN SLEPEN MET EEN M.T.M. VAN MEER DAN 3,5 TON
 |
|
1.
Snelheidsbeperking tot 90 km/uur.
- Vanaf 1 februari 2007
geldt voor voertuigen en slepen met een M.T.M. van meer
dan 3,5 ton een snelheidsbeperking tot maximaal
90 km/uur op:
. autosnelwegen
. openbare wegen verdeeld in vier of meer rijstroken, waarvan
ten minste twee bestemd zijn voor elke rijrichting. |
 |
|
2.
Rijverbod.
- Vanaf 1 februari 2007
mogen voertuigen met een M.T.M. van meer dan 3,5
ton alleen rijden op de twee rechtse rijstroken
van een autosnelweg met drie of meer rijstroken in de gevolgde
rijrichting. |
VOERTUIGEN
EN SLEPEN MET EEN M.T.M. VAN MEER DAN 7,5 TON
Inhaalverbod
bij NEERSLAG.
- Vanaf 1 februari 2007
mogen voertuigen met een M.T.M. van meer dan 7,5 ton bij NEERSLAG
niet meer inhalen op:
. autosnelwegen
. autowegen
. of andere wegen met ten minste vier rijstroken
met of zonder middenberm.
- (Tot 1 februari 2007 gold dit inhaalverbod enkel bij regenval).
- Vanaf 1 februari 2007 dus bij neerslag (= regen,
sneeuw, hagel, lichte regen ...)
 |
|
Wanneer
voertuigen de rijstroken volgen die aangegeven worden door het verkeersbord
F 15 geldt de inhaalregel niet.
|
VEILIGHEIDSAFSTAND
1. Tweesecondenregel:
- Voldoende afstand houden wil zeggen dat je, indien nodig, op tijd kunt remmen
of uitwijken.
- Neem een herkenningspunt aan de kant van de weg (vb. verlichtingspaal) en tel
twee seconden (eenentwintig, tweeëntwintig) vanaf het moment dat je voorligger
dit punt voorbijrijdt.
- Kom je zelf binnen de twee seconden voorbij dat punt, dan rij je te dicht.
- Op een nat wegdek tel je drie seconden.
Eenvoudige
regel om de veiligheidsafstand te berekenen. (Tip
ex)
Deel de snelheid waarmee je rijdt door twee.
80 km/uur veilige afstand (80 : 2 = ) 40
meter.
100 km/uur veilige afstand (100 : 2 = )
50 meter.
120 km/uur veilige afstand (120 : 2 = )
60 meter. |
2. Bumperklevers:
- Een voorligger van zeer dichtbij volgen is een vorm van agressief gedrag.
- Krijg je zelf te maken met een bumperklever, blijf dan kalm en wijk uit naar
rechts.
3. File:
- Bij druk verkeer mag je op de autosnelweg in meerdere files rijden.
- Files kunnen plots opduiken bij wegenwerken of omdat een ongeval gebeurd is.
Alert blijven is de boodschap.
- Wanneer bij een file de auto's op de ene rijstrook iets vlugger rijden dan op
de andere, is dit niet inhalen.
Goed
om weten:
Wat als je een file nadert? Bron BIVV.
- Vertraag geleidelijk. Ga zeker niet bruusk op de rem staan.
- Zet je vier richtingsaanwijzers aan om je achterliggers attent te maken
op de file.
- Bewaar steeds voldoende afstand tot je voorligger, zo kan je makkelijk
stoppen of uitwijken als dat nodig is.
- Kijk via de achteruitkijkspiegel naar achteropkomend verkeer. Door het
herhaaldelijk oplichten van je stoplichten kan je extra hun aandacht trekken.
Tips voor filerijders: Bron BIVV.
- Wees steeds aandachtig, ook al rij je stapvoets.
- Laat je niet opjagen. Hoe meer je je ergert, hoe langer de file lijkt
te duren.
- Blijf hoffelijk. De andere filerijders zijn lotgenoten.
- Wissel niet voortdurend van rijstrook.
- Hou er rekening mee dat motorrijders soms tussen rijen auto's door rijden.
Wees daarom, alvorens je een zijdelingse verplaatsing maakt, ook als je
daardoor niet van rijstrook verandert, oplettend voor achteropkomende
motorrijders.
- Pas bij wegversmalling het ritsprincipe toe.
- Hou bij lange files de temperatuur van het koelwater in het oog. Gaat
de wijzer in het rood, zet je dan aan de kant en leg de motor stil.
- Komt er weer vaart in de file, vergroot dan de afstand tot je voorligger.
Ritsen: Bron BIVV.
- Als er bij een wegversmalling een file staat, maakt het beurtelings
invoegen of ritsen het verkeer vlotter en veiliger.
- Ritsen gebeurt als volgt:
. Rijdt op de beschikbare rijstroken tot het einde. Honderden meters voor
de wegversmalling reeds in één rij aanschuiven dient immers tot niets.
. Hou gelijke tred met de voertuigen in de andere rijstrook.
. Ter hoogte van de wegversmalling maken de bestuurders die rechtdoor
blijven rijden om beurt plaats voor de invoegende auto's.
- Bestuurders die pas op het laatste moment invoegen zijn dus geen profiteurs.
Zij ritsen zoals het hoort. |
FLUOVEILIGHEIDSJASJE
 |
|
(Vanaf 1 februari 2007)
- BESTUURDERS die op een AUTOSNELWEG
of op een AUTOWEG met een voertuig pech
hebben of een ongeval hebben en op een plek terechtkomen
waar men niet mag stoppen of parkeren (vb rijbaan of pechstrook...)
MOETEN een fluoveiligheidsjasje dragen zodra ze het voertuig
verlaten.
. Deze regel geldt niet voor de passagiers.
. Deze regel geldt dus ook niet op plaatsen waar je mag parkeren.
. Het fluovestje hoort niet tot de verplichte uitrusting
van het voertuig, maar heb je het nodig, dan moet je het
wel in de auto hebben. |
Waarom
de bestuurder en niet de passagier?
-
De bestuurder is verantwoordelijk voor de veiligheid. Hij moet
in geval van pech of bij een ongeval zijn voertuig VERLATEN (=
ervan weggaan) om een gevarendriehoek te gaan plaatsen. Zodra
hij zijn voertuig verlaat moet hij het fluovestje dragen.
Fluovestje
hoort niet tot de verplichte uitrusting in de auto.
- Rijd je met je auto nooit op een autosnelweg
/ autoweg, dan moet het ook niet in je auto liggen.
- Maar: heb je pech op een autosnelweg / autoweg, dan moet je
het wel bijhebben.
SMOG
 |
|
-
Bij windstil weer kan ondermeer het verkeer zorgen voor
SMOG.
De kleine stofdeeltjes (kleiner dan 1/1OOOste van een millimeter)
zorgen voor gezondheidsproblemen.
- Om deze somg niet erger te maken kan tijdelijk (één of
enkele dagen) op autosnelwegen een snelheidsbeperking van
maximaal 90 km/uur worden opgelegd.
Leuk
om weten
- De eerste keer dat in Vlaanderen deze snelheidsbeperking
werd opgelegd was van 14 tot 16 maart 2007.
- De eerste dag werden 3000 PV's opgesteld. |
|
 |
 |
|
- De snelheidsbeperking
wordt aangegeven door middel van:
. elektronische borden;
. door een bord C43 met onderbord SMOG. |
VOORLOPIG RIJBEWIJS
 |
|
Met
een "L" mag je met
een auto of motorfiets op de autosnelweg rijden. |
(c)
Eugeen Van Aerschot / 2004 / 2005 / 2006 / 2007 / 2008

This page
was checked and found to be valid HTML 4.01 Transitional.
controle
|