Deze pagina is volgens de wetgeving in BELGIE
Voor de wetgeving in NEDERLAND:
KLIK
WAT IS EEN AUTOWEG?
Een AUTOWEG is een openbare weg waarvan het begin aangeduid
is met het verkeersbord F9 en het einde met
het verkeersbord F11.
F9F11
SNELHEID OP EEN AUTOWEG
1. Snelheid BINNEN de bebouwde kom:
- Maximum 50 km/uur. (Tenzij door verkeersborden anders aangegeven)
2. Snelheid BUITEN de bebouwde kom:
(Tip ex) a. 90 km/uur.
Tenzij de snelheid anders wordt opgelegd door het verkeersbord
C 43, is de maximaal toegelaten snelheid 90 km/uur.
(Tip ex) b. 120 km/uur.
- Zijn er minstens twee rijstroken voor elke rijrichting
en zijn de verschillende rijrichtingen gescheiden
door een berm: maximum 120 km/uur.
Opgepast
voor strikvragen:
Zijn de twee rijrichtingen niet gescheiden door een middenberm,
maar door een wegmarkering (witte doorlopende lijn), dan
is de maximum toegelaten snelheid 90 km/uur.
3. Minimumsnelheid.
- Op autowegen geldt geen minimumsnelheid. (Op
een autosnelweg is dat 70 km/uur)
- Dus ook op een autoweg zoals afgebeeld op de foto hierboven
mag je langzamer dan 70 km/uur rijden.
- Houdt er echter rekening mee dat abnormaal traag rijden en alzo
anderen hinderen een overtreding is.
WIE MAG NIET OP EEN AUTOWEG?
a.
- Voetgangers;
- de gebruikers van rolschaatsen en steps;
- de bestuurders van rijwielen;
- de bestuurders van bromfietsen;
- de bestuurders van dieren;
b.
Verboden
op een autoweg
- De bestuurders van driewielers met
motor zonder passagiersruimte en met een ledige massa van
niet meer dan 400 kg, en van vierwielers met motor zonder
passagiersruimte.
c.
Verboden
op een autoweg
-
Landbouwvoertuigen.
d.
Verboden
op een autoweg
-
Slepen van kermisvoertuigen.
e.Opmerking:
- Defecte voertuigen die gesleept worden mogen wel op een autoweg.
(Op een autosnelweg moeten zij de eerste afrit nemen).
FLUOVEILIGHEIDSJASJE
(Vanaf 1 februari 2007)
- BESTUURDERS die op een AUTOSNELWEG
of op een AUTOWEG met een voertuig pech
hebben of een ongeval hebben en op een plek terechtkomen
waar men niet mag stoppen of parkeren (vb rijbaan of pechstrook...)
MOETEN een fluoveiligheidsjasje dragen zodra ze het voertuig
verlaten.
. Deze regel geldt niet voor de passagiers.
. Deze regel geldt dus ook niet op plaatsen waar je mag parkeren.
. Het fluovestje hoort niet tot de verplichte uitrusting
van het voertuig, maar heb je het nodig, dan moet je het
wel in de auto hebben.
Waarom
de bestuurder en niet de passagier?
-
De bestuurder is verantwoordelijk voor de veiligheid. Hij moet
in geval van pech of bij een ongeval zijn voertuig VERLATEN (=
ervan weggaan) om een gevarendriehoek te gaan plaatsen. Zodra
hij zijn voertuig verlaat moet hij het fluovestje dragen.
Fluovestje
hoort niet tot de verplichte uitrusting in de auto.
- Rijd je met je auto nooit op een autosnelweg
/ autoweg, dan moet het ook niet in je auto liggen.
- Maar: heb je pech op een autosnelweg / autoweg, dan moet je
het wel bijhebben.
VOORLOPIG RIJBEWIJS
Met
een "L" mag je met
een auto of motorfiets op de autoweg (en de autosnelweg)
rijden.